Winkeltijdenwet

Debat in de Tweede Kamer op 21 april 2011

  1. De algemene beraadslaging wordt geopend.

    21 april 2011 omstreeks 11:30 via Winkeltijdenwet - Link - Delen

  2. Voorzitter

    Ik heet de initiatiefnemers, de heer Van der Ham en mevrouw Van Gent, van harte welkom in vak K, net als de minister, die vandaag in de speciale rol van adviseur van de Kamer aanwezig is. En natuurlijk ook de ondersteuning van de leden, mevrouw Thijssen en de heer Haveman, die als stut en steun voor de initiatiefnemers aanwezig zijn. Het is altijd een hoogtepunt als Kamer haar recht van initiatief benut.

    Dan moet ik u helaas melden dat mevrouw Gesthuizen wegens ziekte verhinderd is aan de eerste termijn van de kant van de Kamer deel te nemen. Het is nog niet duidelijk of het de SP lukt een vervanger te zenden.

    21 april 2011 omstreeks 11:30 via Winkeltijdenwet - Link - Delen

  3. Kees Verhoeven (D66)

    Voorzitter. Allereerst natuurlijk mijn complimenten aan en bewondering voor de mensen in vak K, vanzelfsprekend natuurlijk de minister, maar in het bijzonder Boris van der Ham van D66 en Ineke van Gent van GroenLinks voor het maken van deze initiatiefwet. Want zo vaak komen Kamerleden niet met wetgeving en zo vaak ook geeft de Raad van State een blanco advies, waarmee ook dit adviesorgaan een groot compliment aan de indieners geeft.

    De Winkeltijdenwet kent een lange historie. In 1930 werd winkelen op zondag verboden. Sindsdien zijn er eens in de zoveel tijd aanscherpingen of afzwakkingen geweest. In 1996 heeft mijn partijgenoot Hans Wijers als minister van Economische Zaken de laatste forse veranderingen ingezet met de introductie van twaalf koopzondagen per jaar, in te vullen en aan te wijzen door de gemeenteraad. Vandaag is het tijd voor een verdere verbetering.

    Het voorliggende voorstel van D66 en GroenLinks is, zoals het deze partijen betaamt, verfijnd in zijn eenvoud. Een nuttige aanpassing die de verantwoordelijkheid in zijn geheel verplaatst naar de juiste bestuurslaag, de gemeenteraad.

    Momenteel hebben gemeenten enige vrijheid in het aanwijzen van koopzondagen, maar er zijn twee heel strikte kaders. Maximaal twaalf stuks per jaar en enkel in het geval van substantieel en autonoom toerisme. Dit laatste is op basis van de toerismebepaling in de huidige wet, maar deze toerismebepaling is vaag en onduidelijk. Steeds meer steden werden gedwongen zichzelf als toeristische trekpleister te gaan beschouwen, zodat de winkels dan elke zondag open konden. Voor Amsterdam en Zandvoort is dit logisch en werkt het wel, maar voor Roosendaal, Lelystad of Dordrecht ligt de situatie een stuk ingewikkelder. Zo is ook een situatie ontstaan die heeft aangezet tot allerlei beroepsprocedures. Denk aan de gemeente Westland, waar de burgemeester vernietiging door de Kroon aanvroeg en ook kreeg. Of Vlaardingen, waar de bezwaarprocedures nog liepen en enkele raadsleden hebben gevraagd om vernietiging van het besluit. Of natuurlijk de soap, nu bijna twee jaar geleden, in Amsterdam-Noord, waar uiteindelijk het stadsdeel zijn bevoegdheden rond de winkeltijden afgaf aan de centrale stad, de gemeenteraad, om de extra koopzondagen via een omweg te kunnen garanderen. Er is in Amsterdam-Noord geen toerist meer of minder gekomen, maar op grond van de toerismebepaling zijn er nu wel extra koopzondagen. Ik werkte toen in Amsterdam bij de midden- en kleinbedrijforganisatie daar. Ik heb de situatie van dichtbij meegemaakt. Het was een rommeltje, want niemand begreep er nog niets van. Winkeliers niet, consumenten niet, gemeenteraadsleden niet, niemand.

    Onzekerheid, onduidelijkheid troef. Wie wordt daar nu gelukkig van?

    Dat riep de vraag op of dit niet rechtstreekser en democratischer georganiseerd kan worden. Is het niet veel logischer dat gemeenten zelf een lokale afweging maken, zonder multi-interpretabele bemoeienis van bovenaf? Immers, je gaat erover of je gaat er niet over. Dat moet een aantal mensen hier bekend in de oren klinken, want dit staat in het regeerakkoord. Decentraliseren is immers een speerpunt van dit kabinet; de verantwoordelijkheid leggen waar hij hoort, dicht bij de mensen, de inwoners en de ondernemers. Om diezelfde redenen zijn de initiatiefnemers met dit voorstel gekomen. Zonder bemoeienis van Den Haag kunnen gemeenten netjes afgewogen beslissingen nemen.

    Het zal ertoe leiden dat sommige steden meer ruimte nemen en andere weer minder, gebaseerd op en uitgaande van de lokale situatie en behoefte. Kunnen steden dit aan? Kunnen steden omgaan met deze verantwoordelijkheid? Ik denk het wel. Ik verwijs daarbij bijvoorbeeld naar het referendum in Utrecht, waar de bevolking desgevraagd aangaf geen behoefte te hebben aan extra koopzondagen. Dat is prima, want dat winkelen niet voor iedereen zondagsrust betekent, hebben wij inmiddels wel gezien.

    Noem het een draagvlakonderzoek, noem het een referendum, praat hoe dan ook met de lokale partijen en de lokale consumenten en ondernemers en kom dan tot een afgewogen oordeel. Dat is het idee. De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie is daar echt niet voor nodig. Ik weet uit betrouwbare bron dat hij het veel te druk heeft met andere zaken.

    Dat er op sommige plekken behoefte is aan meer dan twaalf koopzondagen, staat voor D66 als een paal boven water. Nieuwe leef- en werkpatronen leiden tot andere behoeften. Sommige Nederlanders werken zo hard, dat ze enkel op zondag hun boodschappen kunnen doen. Anderen zien het doen van boodschappen juist als een vorm van ontspanning; funshoppen, gezellig even op zondag shoppen. Weer andere mensen willen minder koopzondagen. Ik zal de laatste zijn die ontkent dat wij een heel diverse bevolking hebben. Ook onder ondernemers zelf zijn er heel verschillende meningen over het wenselijke aantal koopzondagen. Er zijn zorgen over de werkbelasting van kleine ondernemers. Zij moeten al vechten voor het voortbestaan van hun winkeltje. Er zijn echter ook ondernemers die er graag een extra dag omzet op zondag bij willen en bijvoorbeeld dichtgaan op maandag, als er toch bijna niemand naar hun winkel toekomt, of ondernemers die zeggen: elke dag dat ik extra open ben is een extra kans om omzet te draaien. Tja, je bent ondernemer of niet.

    Vandaag gaat het niet over aantallen koopzondagen, het gaat over besluitvorming. Juist op het punt van besluitvorming kunnen zelfs D66 en de SGP het met elkaar eens zijn, temeer omdat op het punt van besluitvorming alle onderzoeken elkaar bevestigen: onderzoek onder ondernemers, onderzoek onder consumenten en onderzoek van wetenschappers. Zo is er eensgezindheid onder de Nederlandse burgers over de besluitvorming. Uit CNV-onderzoek uit 2009 blijkt dat twee derde van de Nederlanders wil dat er op lokaal niveau besloten wordt over het aantal koopzondagen.

    21 april 2011 omstreeks 11:31 via Winkeltijdenwet - Link - Delen

  4. Elbert Dijkgraaf (SGP)

    Ik ben gewend dat de D66-fractie allerlei beweringen op tafel legt zonder deze te onderbouwen, maar het is wel heel boud om te zeggen dat de SGP en D66 het met elkaar eens zijn. Ik ben dan ook erg benieuwd naar de argumentatie van de heer Verhoeven.

    21 april 2011 omstreeks 11:40 via Winkeltijdenwet - Link - Delen

  5. Kees Verhoeven (D66)

    D66 is een verstandige partij en ook de SGP heeft de behoefte of de wens om een verstandige partij te zijn. Het is dan ook heel logisch dat deze twee partijen het met elkaar eens zijn als er een verstandig voorstel voorligt. Met een aantal argumenten en onderbouwingen heb ik zo-even geprobeerd duidelijk te maken waarom dit een verstandig voorstel is. Bovendien is er een artikel van de hand van de heer Dijkgraaf zelf waarin hij stelt dat het een "clear cut case" is ofwel een zeer duidelijke zaak --wij moeten in de Kamer proberen Engels proberen te vermijden en Nederlands te stimuleren -- dat beslissen over de koopzondag een aangelegenheid is die op gemeentelijk niveau genomen moet worden. Afgaande op wat wetenschappelijk werk en door logisch na te denken, ben ik ervan uitgegaan dat de SGP en D66 het op dit punt met elkaar eens zullen zijn.

    21 april 2011 omstreeks 11:41 via Winkeltijdenwet - Link - Delen

  6. Elbert Dijkgraaf (SGP)

    Mag ik de heer Verhoeven vragen of hij behalve die ene zin die ontleend is aan het artikel, ook het hele artikel gelezen heeft?

    21 april 2011 omstreeks 11:42 via Winkeltijdenwet - Link - Delen

  7. Kees Verhoeven (D66)

    Ik begon natuurlijk te lezen, maar toen ik op een gegeven moment uitkwam bij die prachtige passage, die ik eigenlijk als een soort conclusie zou willen beschouwen -- het is een duidelijke, uitgemaakte zaak dat het aan gemeenten zou moeten zijn om te bepalen hoeveel koopzondagen wenselijk zijn -- ben ik van pure blijdschap gestopt met lezen. Ik ga ervan uit dat het artikel wat dat betreft in duidelijkheid niets te wensen overlaat.

    21 april 2011 omstreeks 11:42 via Winkeltijdenwet - Link - Delen

  8. Elbert Dijkgraaf (SGP)

    Ik zal dit straks toelichten in mijn eigen bijdrage ...

    21 april 2011 omstreeks 11:43 via Winkeltijdenwet - Link - Delen

  9. Elbert Dijkgraaf (SGP)

    Maar de heer Verhoeven is het toch wel met mij eens dat het, wil je een goede interpretatie van een tekst hebben, erg handig is om én het hele artikel te lezen én de context van de wereldliteratuur op dat moment? Inhoudelijk ga ik hierop straks natuurlijk uitgebreid in. Daaruit blijkt heel duidelijk dat de SGP en D66 het op dit punt helaas volstrekt oneens zijn.

    21 april 2011 omstreeks 11:43 via Winkeltijdenwet - Link - Delen

  10. Kees Verhoeven (D66)

    Dat is uw goed recht. Ik zou u voor de volgende keer dat u een wetenschappelijk artikel schrijft, willen aanbevelen om de belangrijkste zin heel duidelijk te maken, zodat iedereen weet wat u bedoelt. Als wij het over "een clear-cut case" hebben, bedoelt u natuurlijk juist te zeggen dat het helder is dat gemeenten het moeten doen. Dat hebt u zelf opgeschreven. Dan moet u niet de lezer verwijten dat het verkeerd wordt opgevat.

    21 april 2011 omstreeks 11:44 via Winkeltijdenwet - Link - Delen

  11. Kees Verhoeven (D66)

    Ik had het over het CNV-onderzoek. Ik heb namelijk allerlei research gedaan. Twee derde van de Nederlanders wil dat op lokaal niveau besloten wordt over het aantal koopzondagen. Wat betreft de mening van ondernemers over de besluitvorming, is er opnieuw overeenstemming. Detailhandel Nederland, MKB-Nederland, allemaal zijn ze van harte voorstander van dit wetsvoorstel.

    Recent vroegen de VVD, het CDA en de SGP om uitstel van de behandeling van dit wetsvoorstel. Mijn partij dacht eerst dat er een verband was met de toen aanstaande verkiezingen voor de Provinciale Staten; daarom hebben wij nog een ludiek protest gedaan met die tasjes. De betreffende partijen hebben ons toen echter overtuigd dat zij dit belangwekkende onderzoek onder ondernemers graag wilden meenemen in hun beraadslagingen. Ik ben heel benieuwd of zij de conclusies overnemen, namelijk dat er veel variatie tussen ondernemers is, dat het daarom geen zin heeft om op nationaal niveau beleid te maken, dat er op lokaal niveau besloten moet worden over het aantal koopzondagen -- zoals bijvoorbeeld ook in diverse wetenschappelijke stukken valt terug te lezen -- en dat de toerismebepaling geschrapt moet worden. Dat is namelijk wat met het vandaag te behandelen wetsvoorstel wordt beoogd.

    Als laatste richt ik mij tot de aanwezige coalitiepartijen. Voor de VVD is het natuurlijk een pijnlijke dag. Zij verkwanselt haar liberale gedachtegoed aan de confessionele SGP. Ik hoor het Ton Elias nog zeggen: "shoppen is zondagsrust". Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden. Voor het CDA is het een moeilijke dag. Het wijst een voorstel af, enkel en alleen omdat het dit voorstel niet zelf heeft bedacht. Voor de PVV daarentegen is het een heel kansrijke dag. Hierin niet gebonden aan het regeerakkoord, heeft de PVV alle ruimte om een eigen oordeel te vormen. Dat kan ook nog de doorslag geven vandaag. Wat wil je nog meer als gedoogpartij?

    Samenvattend en afsluitend: dit is een goed wetsvoorstel, dat kan rekenen op brede steun in de samenleving. Ik roep de Kamer dan ook op om dit wetsvoorstel massaal te steunen.

    21 april 2011 omstreeks 11:45 via Winkeltijdenwet - Link - Delen

  12. Cynthia Ortega-Martijn (ChristenUnie)

    Voorzitter. Normaal gesproken juich ik het toe dat Kamerleden een initiatiefwetsvoorstel indienen en verdedigen in de Kamer. Vandaag wil ik toch mijn bedenkingen uiten over het initiatief van D66 en GroenLinks.

    Een initiatiefwet kan door de wetgevende macht worden ingezet als de regering in gebreke blijft. Is dat wel de echte reden voor de indieners om dit wetsvoorstel vandaag te behandelen? Graag verneem ik daarom hun ambitie. De inkt van de net in de Eerste Kamer aangenomen Winkeltijdenwet is nauwelijks droog of wij spreken alweer over een nieuw voorstel over de koopzondag. Wij zitten nog midden in het overgangsjaar van de nieuwe wet. Mijn vraag is dan ook: getuigt het niet van onbehoorlijk bestuur als de Kamer dit wetsvoorstel zou aannemen? Moeten wij nu echt een maatschappelijke strijd gaan voeren via het initiatiefrecht van de Kamer? Is ideologische dromerij wel een reden om een initiatiefwetsvoorstel in te dienen? Graag krijg ik hierop een reactie. De liberale buren in de Kamer plagen met boodschappentassen vind ik in ieder geval een oneigenlijke reden voor een initiatiefwet.

    Ik heb gezien dat de indieners en hun collega's van alles doen om die boodschappentassen iedere keer weer naar voren te halen, maar ik zou zeggen: wet erin en wegwezen!

    Enige tijd geleden vroeg een meerderheid van de Kamer, onder andere de ChristenUnie-fractie, uitstel van de behandeling in afwachting van het draagvlakonderzoek onder winkeliers. Sommigen gebruikten als argument om uitstel te verhinderen dat ondernemers en gemeenten in spanning zitten. Die spanning wordt mijns inziens veroorzaakt door binnen een jaar met een nieuw voorstel te komen, net nadat de nieuwe wet is ingegaan.

    Over het initiatief zelf kan ik heel kort zijn. Onlangs kwam een onderzoek uit van CBW-MITEX waarin duidelijk werd gemaakt dat winkeliers niet zitten te wachten op verruiming van het aantal koopzondagen. De redenen zijn bekend. Zo is de zondag voor veel mensen een rustdag, een dag van kerkgang, van tijd voor gezin en familie, en van ontspanning. Winkeliers zetten bovendien vraagtekens bij de commerciële meerwaarde en hebben moeite om personeel te krijgen en te betalen. Ik vind het knap dat voorstanders van verruiming dit voorstel naar zichzelf toe redeneren. Met een percentage van 90% tegen verruiming lijken mij de verhoudingen duidelijk. Hoe kan de heer Van der Ham op basis van dit onderzoek zeggen dat er geen landelijke regels meer mogen zijn over zondagsopenstelling? Waarom blijft hij beweren dat er niet per definitie meer koopzondagen komen met het initiatiefwetsvoorstel, terwijl hij duidelijk laat merken meer koopzondagen te willen? Graag een reactie.

    Als gevolg van het initiatiefwetsvoorstel zal te veel nadruk op het economisch belang komen te liggen. Gemeenten die immateriële belangen blijven verdedigen, zullen straks moeten accepteren dat er een omzetverschuiving naar buurgemeenten plaatsvindt. Hiervoor waarschuwen de Reformatorisch Maatschappelijke Unie (RMU), de Stichting Tegen Verruiming Zondagopenstelling en de CNV Dienstenbond. Denk alleen al aan de druk onder winkeliers onderling om op zondag open te gaan. Veel winkeliers zijn niet open omdat ze graag zeven dagen per week werken maar vanwege concurrentiedruk. Ze doen het dus niet vrijwillig. Er is ook regionale druk om het aantal koopzondagen te verruimen. Voorbeelden zien wij in Vlaardingen, Breda en Zoetermeer. Ook de gemeente Haarlemmermeer dreigt onder de druk van buurgemeente Haarlem te bezwijken.

    De kleine winkeliers en hun werknemers zijn uiteindelijk het kind van de rekening. Onder de huidige wet moet de gemeente de gevolgen verantwoorden voor ondernemers, werknemers en belangen van zondagsrust en leefbaarheid. De ChristenUnie-fractie vindt dit een grote stap vooruit. Waarom schrappen de indieners deze immateriële belangen weer uit de wet? Waarom schrappen zij de eis van draagvlakonderzoek onder winkeliers? Juist door deze wettelijke borging wordt voorkomen dat de stem van het grootwinkelbedrijf de doorslag geeft.

    Het moge duidelijk zijn dat de ChristenUnie blij is met de wijziging in de wet in de vorige kabinetsperiode, die net is ingegaan. Het is onverstandig en ongepast om daar nu weer een streep door te zetten.

    21 april 2011 omstreeks 11:48 via Winkeltijdenwet - Link - Delen

  13. Bruno Braakhuis (GroenLinks)

    Nu we het toch over shoppen hebben, de ChristenUnie shopt wel heel eenzijdig uit alle meningen van kleine ondernemers. Daarbij wordt volledig voorbijgegaan aan alle ondernemers die hebben uitgesproken blij te zijn met een extra dag omzet en met de kans om op dagen dat er wel drukte en bezoek is, open te zijn in plaats van op stille dagen. Dat geeft een eenzijdig beeld. Hoe denkt de ChristenUnie dit te verantwoorden?

    21 april 2011 omstreeks 11:55 via Winkeltijdenwet - Link - Delen

  14. Cynthia Ortega-Martijn (ChristenUnie)

    Het is heel makkelijk om onderzoeken naar jezelf toe te redeneren. Dat gebeurt op dit moment weer. Het staat in namelijk meer dan een conclusie dat het beter zou zijn om gemeenten de regie te geven. Er wordt ook heel duidelijk aangegeven dat er sprake is van omzetverschuiving. Een euro kun je maar één keer uitgeven. Als je die in Rotterdam uitgeeft, dan geef je hem niet uit in Capelle aan den IJssel. Maar op een gegeven moment zeggen de winkeliers in Capelle terecht: wij willen ook een stukje van de koek. Op een gegeven moment krijgen wij dus een verschuiving en zal in alle gemeenten sprake zijn van meer dan twaalf koopzondagen.

    21 april 2011 omstreeks 11:56 via Winkeltijdenwet - Link - Delen

  15. Bruno Braakhuis (GroenLinks)

    Niet alles lijkt op een parkeervignettensysteem, waarbij, als in een wijk een parkeervignet verplicht wordt gesteld, de aanpalende wijk zal volgen.

    Het moet de ChristenUnie-fractie toch aanspreken dat de keuze nu bestaat om afhankelijk van de lokale omstandigheden te bepalen of op een zondag de winkelopeningstijden verruimd worden of niet. Ik kan me voorstellen dat dit juist de christelijke partijen enorm aanspreekt. Of verwacht mevrouw Ortega dat de burgers van Staphorst gaan shoppen in Arnhem?

    21 april 2011 omstreeks 11:57 via Winkeltijdenwet - Link - Delen

  16. Cynthia Ortega-Martijn (ChristenUnie)

    Dat verwacht ik niet. Ik wil heel duidelijk aangeven dat ik een voorstander ben van de wijziging die op dit moment is ingetreden in de wet. Hierin wordt gevraagd rekening te houden met een aantal immateriële belangen, onder andere de leefbaarheid, de zondagsrust en noem maar op. Als we alles loslaten en het helemaal aan de gemeente overlaten, is het hek van de dam. Daar ben ik van overtuigd.

    21 april 2011 omstreeks 11:57 via Winkeltijdenwet - Link - Delen

  17. Sharon Dijksma (PvdA)

    Voorzitter. Laat mij beginnen met het uitspreken van een compliment aan de indieners van het wetsvoorstel, vooral ook omdat ik het ongeacht de inhoud van een initiatiefwetsvoorstel heel goed vind dat de Kamer gebruik maakt van dit recht. Zo kun je zonder een waardeoordeel te geven over het wetsvoorstel, toch een compliment geven. Laat ik dan ook maar direct de spanning uit de lucht halen en zeggen dat mijn fractie dit wetsvoorstel zal steunen. Dan weet de Kamer alvast waar zij aan toe is.

    De PvdA heeft in haar verkiezingsprogramma een passage opgenomen waarin staat -- ook het wetsvoorstel beoogt dit -- dat gemeenten uiteindelijk zelf moeten kunnen beslissen over de vraag of zij winkels toestaan om op zondag hun deuren te open. Mijn fractie gaat er daarbij wel van uit -- dit is een discussie die ik nog met de indieners wil voeren -- dat er rekening gehouden wordt met het draagvlak onder de lokale ondernemers en bevolking. Dit is overigens ook in lijn met wat mijn collega uit de Eerste Kamer, mevrouw Sylvester, destijds heeft ingebracht bij het wetsvoorstel dat toen nog door minister Van der Hoeven naar voren werd gebracht. Als je terugkijkt naar de geschiedenis van het winkelsluitingstijdendossier, dan zie je dat zeker ook binnen mijn fractie de positie van de kleine ondernemers altijd een belangrijke rol heeft gespeeld in de afwegingen. Mijn fractie is namelijk van mening dat zij niet door de druk van grootwinkelbedrijven die makkelijker open kunnen gaan,moeten worden gedwongen om, ook als ze dat liever niet zouden willen, toch op zondag open te moeten gaan. Het is van belang dat het debat ook lokaal goed gevoerd gaat worden. In het schriftelijk verslag hebben wij ook al aan de indieners gevraagd waarom zij dat deel van het wetsvoorstel, zoals eerder door minister Van der Hoeven ingediend, niet hebben overgenomen. Daarin werd namelijk wel een soort precisering neergelegd van hoe je zo'n lokale belangenafweging op een goede manier zou kunnen vormgeven. Dat geeft een vorm van houvast aan de gemeente. Hoe zouden de indieners in de praktijk willen zien dat dit debat gevoerd wordt? Hoe willen zij dat het draagvlak onder de bevolking en bepaalde ondernemers daadwerkelijk gepeild wordt? Hebben zij daarover een gesprek met de VNG gevoerd -- dat zou tenslotte kunnen -- ter voorbereiding van de behandeling van dit wetsvoorstel?

    Wij zien natuurlijk dat in het huidige regeerakkoord staat dat de situatie rondom de koopzondagen blijft zoals zij is. Ik zeg er in alle eerlijkheid bij dat de opstelling van een aantal partijen ons in dat opzicht niet verrast.

    21 april 2011 omstreeks 11:58 via Winkeltijdenwet - Link - Delen

  18. Cynthia Ortega-Martijn (ChristenUnie)

    Het is goed dat mevrouw Dijksma aan de indieners vraagt hoe zij dat draagvlakonderzoek zien. Ik wil echter ook graag van haar horen hoe zij het ziet. Hoe denkt zij dat zo'n draagvlakonderzoek moet gebeuren? Op welke manier kan er rekening worden gehouden met de kleine winkeliers?

    21 april 2011 omstreeks 12:02 via Winkeltijdenwet - Link - Delen

Over dit debat

Bericht van de makers

“Zou er een manier zijn om onze webwinkel nog vernieuwender te maken?”

Wolq helpt om software en het web gebruiks-vriendelijker te maken. Bijvoorbeeld om uw klanten een nog betere winkelervaring te bieden. Ook bedenken wij innovatieve oplossingen, zoals Publitiek, voor complexe vraagstukken.

Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen?