Debat in de Tweede Kamer op 19 januari 2012
Debatitem
Voorzitter. Dit wetsvoorstel moet het mogelijk maken om dislocaties onder bepaalde voorwaarden om te zetten in zelfstandige scholen. Er zijn dislocaties en nevenvestigingen die honderden leerlingen tellen en soms zelfs groter zijn dan de hoofdlocatie. Vooral in nieuwbouwwijken zien we grote dislocaties die een sterke zelfstandige positie hebben gekregen. Zij hebben een eigen cultuur en ontwikkelingen op onderwijskundig gebied die zijn toegesneden op de plaatselijke situatie en recht doen aan de wijk of de buurt waar die dislocatie is gevestigd. Als dislocatie zijn ze vaak grote eigenstandige instellingen geworden, maar komen ze basisfaciliteiten tekort op het gebied van managementondersteuning, omdat ze geen eigen BRIN-nummer hebben en dus geen aanspraak kunnen doen gelden op die zogenaamde vaste voet. Die vaste voet voorziet in een bedrag per leerling en een bepaald aantal vierkante meters per leerling. Als dislocatie moeten ze die basisfaciliteiten delen met de hoofdvestiging. Die bevindt zich nogal eens op grote afstand. Vaak is er nauwelijks nog een binding mee. Aan die ongewenste situatie maakt deze wetswijziging een einde. Dat vinden wij een goede zaak.De huidige wetgeving wierp en werpt bezwaren op bij de verzelfstandiging van die dislocaties. Drie jaar geleden werd het begrip plaatsruimte aangescherpt. Dat houdt in dat als er voor een leerling plaatsruimte is in een moedergebouw, die leerling niet mag meetellen in de prognose voor een nieuwe school. Het gevolg was dat de stichtingsnorm voor een dislocatie die wilde verzelfstandigen, veel hoger kwam te liggen dan de wettelijke stichtingsnorm. Dat had weer tot gevolg dat er wel heel grote scholen ontstonden, met meerdere vestigingen. Dat is onwenselijk en -- belangrijker nog -- ook niet goed werkbaar.De keuze om een dislocatie te verzelfstandigen, valt onder de discretionaire bevoegdheid van de minister. Die is dus wel discretionair, maar zeker niet gebaseerd op willekeur. De locaties moeten namelijk voldoen aan de eisen die nu al gelden voor het stichten van een school, het overblijvende deel van de school -- dat is ook mooi -- moet genoeg leerlingen overhouden om niet onder de opheffingsnorm te komen en er moet ten minste vijftien jaar aan deze normen worden voldaan. Een belangrijk punt is overigens dat het initiatief tot verzelfstandiging niet alleen vanuit het bestuur hoeft te komen, maar dat die ook vanuit de nevenvestiging kan komen. Dat spreekt ons aan.De PVV is voorstander van de mogelijkheid voor vestigingen van scholen om onder de gestelde voorwaarden zelfstandig te worden. We keren ons tegen de voortdurende schaalvergroting van onderwijsinstellingen door fusies. Die komen de kwaliteit van het onderwijs vaak niet ten goede en zijn soms ook medeverantwoordelijk voor een schadelijke bestuurscultuur. We juichen het dan ook toe dat het met dit voorstel mogelijk wordt om in sommige gevallen het omgekeerde te doen: vestigingen die los van de hoofdvestiging als zelfstandige scholen kunnen bestaan. Het is een mooie wetswijziging. Er zijn voldoende waarborgen voor het voortbestaan van de moederschool zonder het gevaar dat geld weglekt door dubbele bekostiging. Het is allemaal goed bedacht. Het financiële effect zal op den duur uitkomen op nul. Het gaat naar verwachting om maximaal twintig gevallen per jaar tegenover maximaal hetzelfde aantal opheffingen per jaar.Ik heb nog wel een vraag aan de minister over deze verwachting. De huidige schatting is dat rond de 250 dislocaties en 50 nevenvestigingen in aanmerking kunnen komen voor een zelfstandige status met BRIN-nummer. Daarmee krijgen we toch op afzienbare termijn, vrij snel zelfs, een extra kostenpost van zo'n 12 mln. Heeft de minister dat gedekt?
19 januari 2012 omstreeks 10:15 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Debatitem
Voorzitter. Over het algemeen zijn wij tevreden over het voorliggende voorstel, maar er zitten elementen in die wij volgens mij bij deze behandeling kunnen verbeteren. Daarom wil ik eerst algemene woorden wijden aan de flexibiliteit van ons scholenbestand. In praktische zin is dit wetsvoorstel zeer nuttig. Veel onderdelen zullen wij zeker steunen. Grote dependances van scholen moeten de mogelijkheid krijgen om te verzelfstandigen. De heer Beertema heeft daar al iets over gezegd en dat zou ik alleen maar kunnen herhalen. Wij moeten echter wel uitkijken voor een te bevoorrechte positie van bestaande belangen. We hebben al vaker gesteld dat de ruimte voor het stichten van nieuwe scholen beperkt is. Het aantal witte vlekken op de Nederlandse onderwijskaart, de plaatsen waar je een nieuwe school mag stichten, is op één hand te tellen. Voor nieuwe innovatieve scholen is er dus vrijwel geen ruimte. Dat is meer dan jammer. Het rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau van vorige week toonde volgens D66 onder andere aan dat er een grote behoefte is aan innovatie en experimenten die de doelmatigheid van ons onderwijs kunnen verbeteren. De mate van concurrentie op die markt, in verschillende vormen, is van groot belang.We hopen dat het aanstaande rapport van de Onderwijsraad, waar wij dit jaar ongetwijfeld veel over gaan spreken, ook aanleiding geeft tot een hernieuwde discussie over richtingvrij plannen en nieuw te stichten scholen in nieuwbouwwijken. Anders zal dat wel op grond van mijn aangekondigde initiatiefwetsvoorstellen gebeuren. In de huidige discussie vinden wij de blinde vanzelfsprekendheid waarmee grote schoolbesturen klakkeloos de kleur van dislocaties bepalen, iets te makkelijk. De mogelijkheid tot verzelfstandiging van nevenvestigingen en dislocaties biedt de kans op een nuttige en logische aanpassing van ingesleten gewoonten in het scholenbestand. De nieuwe rekenregels in het wetsvoorstel voor het verwachte aantal leerlingen zijn logisch en prachtig -- wij steunen die voorgestelde wijzigingen -- maar ik herhaal dat wij een aantal kanttekeningen willen plaatsen bij het wetsvoorstel.Allereerst is D66 van mening dat het moment van verzelfstandiging ook het moment is om leraren en ouders te laten beslissen over de kleur van de nieuwe school. Veel dislocaties beginnen als noodgebouwen in een nieuwbouwwijk. Naarmate de nieuwe wijk volstroomt, verandert de samenstelling van de bevolking, maar ligt het aanbod van scholen feitelijk vast. Door ouders en leraren te laten beslissen over de kleur van de scholen, creëren wij de mogelijkheid om het scholenbestand aan te passen aan de vraag van de MR en de wensen van de ouders. We hebben daarover een amendement ingediend. Daarin geven wij het bevoegd gezag van de verzelfstandigde dislocatie de opdracht om alle geledingen van de nieuwe medezeggenschapsraad te vragen of de school de grondslag moet houden die zij had vanuit het oude bestuur of dat er wellicht wensen zijn om die grondslag te veranderen. Volgens D66 kan verzelfstandiging van een basisschool niet voorbijgaan aan de vraag aan de belangrijkste spelers in het basisonderwijs hoe zij zelfstandig willen zijn. Daar hebben wij een amendement voor ingediend dat ook aansluit op een aantal formuleringen in bijvoorbeeld de Wet op het primair onderwijs en de Wet medezeggenschap scholen, waarin wordt gesteld dat die mogelijkheid bestaat en dat de MR dat kan vragen. Wij stellen in het amendement dat dit expliciet moet worden gevraagd bij het stichten van zo'n school; dit kan niet geruisloos voorbijgaan. Nogmaals: ouders en de MR zijn vrij om te bepalen wat zij willen bepalen. Aan die vrijheid komt dit amendement dus absoluut niet.Er is nog een punt van zorg. De minister noemt twee mogelijke nadelige gevolgen van de voorgestelde wijzigingen. Vervolgens gaat zij aan de slag om die mogelijke nadelige gevolgen te herstellen. Zij probeert onder andere te voorkomen dat de hoofdvestiging door verzelfstandiging van een dislocatie zou moeten sluiten. Aan de ene kant voel ik met haar mee dat het ongewenst is dat een school hals over kop dicht zou moeten gaan door een verzelfstandiging van een dislocatie. Aan de andere kant kan het niet zo zijn dat een hoofdvestiging waar te weinig vraag voor is, in stand blijft door dislocaties afhankelijk te houden. De minister maakt niet duidelijk waarom de opheffing van een bestaande school altijd onwenselijk is. Bestaande normen voor minimale aantallen leerlingen tonen aan dat te kleine scholen onvoldoende in staat zijn om voldoende kwaliteit te bieden.De periode van vijftien jaar waarvoor een hoofdvestiging moet kunnen aantonen dat zij voldoende leerlingen kan trekken, komt mij een beetje onwaarachtig over. Hoe kan een school voor zo'n lange termijn bewijzen dat hij kan blijven bestaan? Dat is bijna onmogelijk. En een voor mij veel belangrijkere vraag is: waarom is dat nodig? Waarom is het niet voldoende als de hoofdvestiging dit voor vier jaar, de periode waarin een leerling de boven- of onderbouw van het basisonderwijs kan doorlopen, moet kunnen aantonen? Daarmee is voldoende aangetoond dat er continuïteit is. Vijftien jaar is wel heel lang en komt D66 over als een onnodige beperking van de mogelijkheden van verzelfstandiging. Die termijn draagt daarom in onze ogen bij aan een verstarring van het scholenbestand en dat willen wij niet. De minister lost het ene knelpunt rond de berekening van het te verwachten aantal leerlingen op met een nieuw knelpunt. Graag een reactie op dat amendement. Ik hoop op een constructieve beantwoording van de minister op beide amendementen.
19 januari 2012 omstreeks 10:21 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Debatitem
Voorzitter. We spreken over de wet dislocaties. Deze wet maakt het makkelijker om dislocaties en nevenvestigingen van scholen te verzelfstandigen. Waar scholen stevig groeien, kunnen locaties ontstaan die groot genoeg zijn om zelf een school te worden. Omdat zij dat op papier echter niet zijn, krijgen deze zogenaamde "dislocaties" ook niet hetzelfde budget als zelfstandige scholen. Hierdoor kan er bijvoorbeeld geen geld zijn voor een schooldirecteur. Met dit wetsvoorstel wordt het mogelijk voor deze dislocaties om te verzelfstandigen. Het worden daarmee zelfstandige scholen, met eigen financiën. De SP vindt dat een goede zaak.We hebben een mail gekregen van de heer Moes, directeur van de Vereniging Christelijk Onderwijs Groningen. Hij schrijft terecht dat scholen niet alleen een minimumaantal leerlingen moeten hebben, maar eigenlijk ook een maximumaantal leerlingen. De SP vindt dat een interessant idee. Is het niet terecht om scholen vanwege de menselijke maat ook een maximumaantal leerlingen te geven, bijvoorbeeld 500 leerlingen voor een basisschool? Ik zei met nadruk "bijvoorbeeld", want je moet gevallen natuurlijk goed bekijken; zo staat de SP open voor de mogelijkheid om marges in te bouwen. Durft de minister daarin mee te gaan, of wil zij die schaalvergroting -- de heer Beertema had het daar al terecht over -- eigenlijk aan ons voorbij laten gaan? De vraag is eigenlijk in hoeverre je daarbij zou moeten kijken naar maximumaantallen. Graag een reactie.In dit licht speelt ook de afstand tussen een school en een dislocatie een rol. De afstand mag niet te klein zijn, zegt de minister. Maar wat is "niet te klein"? In deze discussie kan het evenwicht lastig zijn. In de mail van de heer Moes gaat het om vestigingen die drie kilometer uit elkaar liggen. Is dat ver genoeg uit elkaar? De voorspelling is dat deze scholen in 2025 zo'n 800 tot 1000 leerlingen hebben. Is het dan niet goed om minder streng toe te zien op dat afstandscriterium? Hoe gaat de minister daarmee om?Het personeel van een school is niet in dienst van de school, maar van het schoolbestuur. In de praktijk werkt een leraar toch vaak op één bepaalde schoollocatie. Wanneer deze school ineens fors zou krimpen, bijvoorbeeld door een verzelfstandiging, kan dit consequenties hebben voor de plaatsing van de docent. Ook in dat kader lijkt het de SP niet meer dan logisch dat de medezeggenschapsraad een volwaardige rol heeft in dit soort besluiten. Van ons zou de medezeggenschapsraad instemmingsrecht moeten hebben bij besluiten tot verzelfstandiging; nu heeft hij slechts adviesrecht. Graag een reactie. Ik heb daarover een amendement ingediend.Tot slot. Wat is nu precies de consequentie van dit wetsvoorstel voor het stichten van nieuwe scholen? Wordt de kans daarop kleiner, omdat er een nieuwe school wordt gevestigd, wat weer invloed heeft op de mogelijkheden om nieuwe scholen te stichten? Graag een reactie.
19 januari 2012 omstreeks 10:31 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Debatitem
Voorzitter. De suggestie van de SP-fractie om een maximumaantal leerlingen in te stellen, spreekt mij aan. De heer Van Dijk noemt een aantal van 500. Kan hij aangeven hoeveel basisscholen momenteel meer dan 500 leerlingen hebben? Ik denk dat hij daarop nu een beter zicht heeft dan ik. Hoe groot zijn "grote basisscholen"?
19 januari 2012 omstreeks 10:36 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Debatitem
Ik heb daar geen precieze cijfers van. Ik weet wel dat er in grote steden grote basisscholen zijn. De minister reageert hierop ongetwijfeld door te zeggen: van welke eenheid wordt dan uitgegaan? Wordt uitgegaan van het bevoegd gezag of van de locaties? Dat zijn terechte vragen. Ik meen dat moet worden gekeken naar schoollocaties. De heer Beertema en ik zijn beiden voorstander van kleine scholen. Ik stel voor om dit eens goed in kaart te brengen en vervolgens een maximumaantal leerlingen te bepalen voor basisscholen, middelbare scholen en het hoger onderwijs.
19 januari 2012 omstreeks 10:37 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Debatitem
Ik begrijp dat de heer Van Dijk die vraag nu meegeeft aan de minister?
19 januari 2012 omstreeks 10:38 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Debatitem
Zeker. Dat is juist.
19 januari 2012 omstreeks 10:38 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Debatitem
Voorzitter. Ik heb een vraag over het instemmingsrecht. Dat klinkt mij eigenlijk goed in de oren. Schuilt daarin echter niet ook het gevaar dat docenten die in de oude situatie een niet bepaald prettige relatie hadden met hun bestuur dat kunnen gaan aanwenden om bepaalde zaken tegen te gaan? Dat is een vraag die ik graag beantwoord zie door de heer Van Dijk.
19 januari 2012 omstreeks 10:38 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Debatitem
Als het personeel geen goede relatie heeft met het bestuur, dan is het des te belangrijker dat het personeel een volwaardige stem heeft in dit soort grote besluiten. Voor de SP-fractie is het uitgangspunt om de werkvloer of het klaslokaal maximale inspraak te geven op het beleid van de school.
19 januari 2012 omstreeks 10:39 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Debatitem
Ik ben het eens met de heer Van Dijk: geef docenten zoveel mogelijk inspraak, met name bij grote beslissingen. Ik begrijp dat daartegen verder geen bezwaar is of rare dingen die er kunnen gaan gebeuren?
19 januari 2012 omstreeks 10:39 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Debatitem
Dat is een hypothetische vraag. Ik ga ervan uit dat elke docent en ieder personeelslid van een school een gezond verstand heeft en een goed besluit zal nemen in dit soort zaken.
19 januari 2012 omstreeks 10:39 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Debatitem
Voorzitter. De CDA-fractie is er tevreden over dat wij dit wetsvoorstel vandaag behandelen in de Kamer, zij het met enige vertraging. Met dit wetsvoorstel wordt namelijk de huidige barrière in de Wet van het Primair Onderwijs weggehaald voor het omzetten van een dislocatie in een zelfstandige school. Hiermee komt er op verzoek van de onderwijsorganisaties een oplossing voor dislocaties die samen met een wijk meegroeien, een natuurlijke beweging. Het wetsvoorstel vergroot tevens de mogelijkheid om nevenvestigingen te verzelfstandigen. Zo zien wij het graag: het veld signaleert een probleem en het ministerie lost het op naar volle tevredenheid van het veld.De CDA-fractie heeft nog wel twee vragen. Zij hoort graag een nadere toelichting van de minister waarom ervoor wordt gekozen om de keuze om een dislocatie voor verzelfstandiging in aanmerking te brengen onder de vrije beslissingsruimte van de minister te laten vallen. Wat zijn precies de voordelen daarvan en kan ook het veld zich hierin vinden?De tweede vraag betreft de omgekeerde beweging die wij vandaag de dag ook vaak zien: het door krimp al dan niet noodgedwongen opgeven van de zelfstandigheid van scholen om in grotere verbanden als schoolbesturen samen te werken en de krachten te bundelen. Mag de CDA-fractie ervan uitgaan dat dit wetsvoorstel door die noodzakelijke beweging, die bij de natuurlijke beweging van vandaag de dag hoort, geen onverwachte hinder zal ondervinden?
19 januari 2012 omstreeks 10:40 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Debatitem
Voorzitter. Een school in het primair onderwijs kan naast het hoofdgebouw meerdere nevenvestigingen of zogenoemde dislocaties hebben. Het is misschien wel aardig voor de mensen op onze publieke tribune en voor die mensen die allemaal meeluisteren om nog even te vermelden dat dislocaties delen van een school zijn waarmee ruimtegebrek in het hoofdgebouw wordt opgevangen en dat een nevenvestiging dat deel van de school is dat daarvoor als een zelfstandige school functioneerde. Dit wetsvoorstel beoogt de barrières weg te nemen voor het verzelfstandigen van die dislocaties en nevenvestigingen. Scholen, besturenorganisaties, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de PO-raad -- de vertegenwoordiger van de meeste schoolbesturen in het primair onderwijs -- hebben aangegeven dat er behoefte is aan verzelfstandiging van die dislocaties en zijn dan ook ingenomen met het wetsontwerp. Toch stelt de VVD graag nog drie vragen. De minister van Onderwijs zal het begrip "substantieel aantal leerlingen" preciseren in een algemene maatregel van bestuur, van welk begrip sprake is als dubbele bekostiging moet worden voorkomen. Ik werk dit nu technisch maar even niet verder uit. Aan wat voor aantallen moeten wij dan denken? Ik wil daarvan wel graag een indicatie krijgen. Anders zou ik eventueel een financiële sprong in het duister fiatteren wanneer ik mijn fractie adviseer om voor dit wetsvoorstel te stemmen; dat is niet mijn gewoonte en dat gaat het niet worden ook. Het tweede punt: de minister van Onderwijs verwacht dat als je nu naar de situatie in Nederland kijkt -- zij spreekt op pagina 7 van haar memorie van toelichting bij dit wetsvoorstel van een "momentopname" -- je dan maximaal 250 dislocaties en 50 nevenvestigingen ziet die in aanmerking zouden kunnen komen voor die verzelfstandiging. Maar de minister schat, zo schrijft zij in diezelfde memorie van toelichting, op pagina 9, dat er jaarlijks maximaal 20 van die dislocaties/nevenvestigingen zullen verzelfstandigen in de praktijk. Maar wat als het er nu veel meer zouden zijn in de praktijk? Wij hebben het altijd over een schatting. Wij willen als VVD-fractie aan de ene kant de mogelijkheid de facto van het creëren van nieuwe scholen in bijvoorbeeld nieuwbouwwijken, maar wij willen aan de andere kant geen vloed aan verzelfstandigingen en geen sterke groei van het aantal scholen, niet het minst vanwege het kostenaspect. Nu kun je redeneren dat je daar zelf bij bent. De minister heeft immers een discretionaire bevoegdheid, een duur woord voor: ze mag het zelf beslissen. Maar dat zal zij dan toch moeten doen op basis van geobjectiveerde criteria. Die verhouden zich weer slecht tot een eventueel getalsmatig maximum aan het aantal scholen en het feit dat je dus de kosten enigszins in de hand zou willen houden. Ik krijg dan ook graag een nadere verduidelijking van die eventuele precedentwerking, van de kosten, de criteria en de samenhang met de discretionaire bevoegdheid. Wordt de Kamer overigens geïnformeerd over de gehonoreerde aanvragen en zo ja, hoe? Vooraf, achteraf, wanneer dan?Punt drie: ten slotte een vraag over het openbaar en het bijzonder onderwijs. Ik wil de zekerheid dat het wetsvoorstel niet ten koste zal gaan van het openbaar onderwijs in Nederland. Gemeenten hebben de verplichting om voor voldoende openbaar onderwijs te zorgen. De verhouding tussen scholen voor openbaar onderwijs en bijzonder onderwijs zou naar aanleiding van dit wetsvoorstel kunnen wijzigen wanneer er vooral dislocaties van scholen op bijzondere grondslag zouden verzelfstandigen. Als dit gebeurt, zullen die scholen voor bijzonder onderwijs een groter beroep op gemeentelijke en rijksfinanciering doen. Hierdoor zou oneigenlijke concurrentie kunnen ontstaan tussen bijzonder onderwijs en openbaar onderwijs.Nu geldt ook hier uiteraard het net al besproken punt van de discretionaire bevoegdheid. De minister bepaalt en zal dat warempel niet willekeurig of onevenwichtig doen of willen doen, tenminste, daar ga ik van uit. Maar dan lijkt mij toch wel dat de Kamer moet kunnen weten hoe haar weging in de praktijk heeft uitgepakt of zal gaan uitpakken. Dus op dat punt zou ik ook graag de geloofsbrieven van de minister willen zien. Graag een reactie.
19 januari 2012 omstreeks 10:42 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Debatitem
Op het laatste punt delen wij de zorg van de VVD-fractie helemaal. Het is een vraag, want het hoeft helemaal niet een probleem te worden. Zoals de heer Elias ook vaak aangeeft, staat D66 er ook in. Als ouders graag een school willen van bijzondere grondslag, is dat prima. Maar ik heb op dat punt een amendement ingediend om het expliciet te maken dat die ouders ook dezelfde kleur van de school willen, of niet, als het bestuur waaruit die voortkomt. De heer Elias gaat natuurlijk pas veel later zijn mind opmaken over de vraag of hij voor iets stemt, maar hij kan al wel een eerste voorzet tot appreciatie geven.
19 januari 2012 omstreeks 10:50 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Debatitem
Ja, wel als ik daartoe geneigd zou zijn. Ik moet het amendement even goed bestuderen. Ik wil zeker het antwoord van de minister horen. Mijn eerste reactie op het amendement was dat, hoe sympathiek de bedoeling ervan ook, het niet zo is geregeld in Nederland -- wij moeten dat ook niet gaan doen -- dat de ouders de facto bepalen hoe de school eruit ziet. Dat meende ik bij eerste lezing op te maken uit het amendement. Ik laat mij er graag van overtuigen dat het anders ligt en ik wil ook weten hoe de minister ernaar kijkt, maar dat las ik in eerste instantie in het amendement. Dat lijkt mij niet de goede richting.
19 januari 2012 omstreeks 10:51 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Debatitem
Het is belangrijk dat de heer Elias dat zegt, zodat ik de misvatting kan wegnemen. In het amendement wordt gesproken over aansluiten bij de procedure die al bestaat voor het van kleur verschieten van een school. Hierin is geregeld dat de medezeggenschapsraad, waarin niet alleen de ouders maar ook anderen vertegenwoordigd zijn, een verzoek kan doen bij het gezag, bij het bestuur. Het bestuur kan hier al dan niet in voorzien. Als er een conflict bestaat, kan men dat aanvechten et cetera. Hier zijn dus bestaande procedures voor. Daar sluit ik bij aan. Het is dus niet zo dat de kleur verschiet omdat de medezeggenschapsraad het in meerderheid zegt. Nee, de bestaande procedure treedt in werking. In het amendement heb ik heel expliciet gemaakt dat dit bij een nieuw te stichten school, bij verzelfstandiging, wel even gecheckt moet worden.
19 januari 2012 omstreeks 10:52 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Debatitem
Gunt u mij de tijd, mijnheer Van der Ham, om er nog even goed naar te kijken en ook het advies van de minister hierin mee te wegen.
19 januari 2012 omstreeks 10:53 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Debatitem
Dank u, mijnheer Elias. Dan geef ik nu toch het woord aan mevrouw Jadnanansing, omdat de heer Çelik er nog niet is.
19 januari 2012 omstreeks 10:54 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Debatitem
Voorzitter. Voor de PvdA-fractie is de onderwijsvrijheid geen speeltje voor schoolbesturen, maar een instrument om tegemoet te komen aan de voorkeuren van ouders.De starheid in de regelgeving voor stichting en verplaatsing van onderwijsvoorzieningen komt daar niet aan tegemoet. In dat licht beoordelen wij dan ook het onderhavige wetsvoorstel. De fractie van de PvdA hecht aan de menselijke maat binnen het onderwijs. Scholen moeten niet verworden tot anonieme leerfabrieken waarin de scholieren, aan wie het onderwijs zijn bestaansrecht ontleent, worden vergeten.Dislocaties komen tegemoet aan de wens van veel ouders dat een school dicht bij huis te vinden is. Dislocaties functioneren echter niet altijd optimaal, doordat ze bestuurlijk afhankelijk zijn van de hoofdvestiging, ook al is deze soms zelfs kleiner dan de dislocatie. Verzelfstandiging van die dislocatie wordt met dit wetsvoorstel beter mogelijk gemaakt en dat is een goede zaak. Deze mogelijkheid doorbreekt ook de eenzijdige tendens naar steeds grotere schoolbesturen die lang niet altijd automatisch het onderwijs ten goede komt.Ook het veld is tevreden met de inhoud van het wetsvoorstel. Dat blijkt niet alleen uit een brief van de koepelorganisatie, maar ook uit een brief die de Kamer van een Groningse schooldirecteur heeft ontvangen. De heer Jasper van Dijk refereerde hier al aan. Daarom heeft dit wetsvoorstel onze steun.
19 januari 2012 omstreeks 10:54 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Debatitem
Ik zie dat de heer Çelik net is gearriveerd. Mijnheer Çelik, ik had u onderaan de lijst geplaatst, maar het ging zo ontzettend snel. U bent in ieder geval waardig vervangen.
19 januari 2012 omstreeks 10:56 via Wijziging Wet op het primair ond... - Link - Delen
Titel: Wijziging Wet op het primair onderwijs
Omschrijving: Aan de orde is - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het primair onderwijs in verband met verzelfstandiging van dislocaties (32760).
Vergadering: Nummer (19 januari 2012)
Voorzitter: Magda Berndsen-Jansen
Disclaimer: Uit deze ongecorrigeerde tekst mag niet worden geciteerd. Aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend.
Sprekers in dit debat:
“Ehm... waar zat dat knopje om een bonnetje uit te printen nou ook al weer?”
Wolq helpt om software en het web gebruiks-vriendelijker te maken, zodat uw klanten nooit meer hoeven te zoeken naar een bepaalde funtie. Ook bedenken wij innovatieve oplossingen, zoals Publitiek, voor complexe vraagstukken.
Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen?