Debat in de Tweede Kamer op 5 april 2011
Debatitem
Er zijn zeer ruime spreektijden opgegeven. Ik kan mij haast niet voorstellen dat de leden zo veel tijd nodig hebben om dit wetsvoorstel te behandelen.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
5 april 2011 omstreeks 15:46 via Frequentiebeleid 2005 - Link - Delen
Debatitem
Voorzitter. Uw vraag over de spreektijden is eenvoudig te beantwoorden. Aanvankelijk was er sprake van een debat over twee wetsvoorstellen. De behandeling van deze wetsvoorstellen is uit elkaar gehaald, maar de spreektijden voor de samengevoegde behandeling staan nog op de lijst. Ik kan u geruststellen. Ik zal de opgegeven 20 minuten niet volmaken.
Het is een belangwekkend wetsvoorstel over de verdeling van frequenties. Bij elk wetsvoorstel moet de politiek zich afvragen wat precies de taak van de overheid is en hoe die vertaald moet worden naar het instrumentarium van de overheid. Bij de verdeling van frequenties is die vraag duidelijk te beantwoorden. Het is simpelweg niet mogelijk dat iedereen vrij de ruimte in de ether benut voor zenders en datacommunicatie. Daarvoor is de ruimte in de ether te schaars. De overheid pakt een deel voor zichzelf, voor defensie, voor politie en ambulances. Er is ook ruimte nodig voor de publieke omroep en die wordt in deze wet netjes geregeld. Dan blijft er een deel over dat ene kant vrij gebruikt kan worden, bijvoorbeeld voor draadloos internet, en aan de andere kant voor commerciële toepassingen.
Het vrij gebruik is goed geregeld in dit wetsvoorstel. De behandeling van dit wetsvoorstel gaat dan ook voornamelijk over dat laatste, de commerciële toepassingen. De vraag is welk instrumentarium nodig is om de markt te ordenen. De overheid kijkt hoe de frequenties op zo'n manier verdeeld kunnen worden dat er maximale concurrentie is tussen marktpartijen. Er moeten keuzes zijn als je een abonnement voor je mobieltje wilt afsluiten en er moeten ook genoeg radiostations in de ether zijn. Dat zijn de hoofdvragen.
De afgelopen tweeënhalf jaar zijn wij zoet geweest met deze vragen. De Kamer en het kabinet hebben een aantal keren heen en weer geschreven. Het kabinet heeft het wetsvoorstel vijf keer gewijzigd en de Kamer heeft drie of vier keer schriftelijke vragen aan het kabinet hierover gesteld. Er ligt nu een wetsvoorstel dat we een aantal keren binnenstebuiten hebben gekeerd en dat er nu in totaliteit goed uitziet. Het instrumentarium voor de regering wordt goed ingericht. Er is een aantal mogelijkheden om de vrije frequentieruimte afhankelijk van de marktomstandigheden te verdelen. Als er veel interesse is, maar er is maar weinig frequentieruimte te verdelen, is het van groot belang dat de regering het goede verdelingsmechanisme hanteert. Deze wet biedt die verdelingsmogelijkheid en schept ook een aantal randvoorwaarden.
Mijn enige overblijvende inhoudelijke opmerking over het wetsvoorstel richt zich op artikel 3.20 waarin wordt geregeld dat een aanbieder de verkregen frequentieruimte kan doorverkopen. Wij hebben dat met name bij de UMTS-frequenties gezien. Na een lang debat in de Kamer is besloten om vijf kavels in de markt te zetten.
Vijf partijen kunnen een UMTS-frequentie bemachtigen. Het werden er ook vijf: KPN, Vodafone, T-Mobile, Orange en Ben, als ik het mij goed herinner. Na verloop van tijd zijn twee daarvan verdwenen, simpelweg doordat ze hun bedrijf c.q. hun frequentieruimte doorverkochten aan twee van de andere drie partijen. We begonnen dus met vijf marktpartijen en we houden er drie over. Dat is naar mijn mening tijdenlang een voorbeeld geweest van het de mist ingaan van de overheid bij de frequentieverdeling. Als het uitgangspunt is, de markt te ordenen en de markt zo in te richten dat er voldoende concurrentie is -- daar hebben wij als consument allemaal baat bij, want dan hebben we genoeg keuzemogelijkheden -- dan moet je voorkomen dat de markt ineens een stuk kleiner kan worden. Vandaar dat ik vandaag een amendement heb ingediend op artikel 3.20, waarin eigenlijk staat dat het doorverkopen van frequentieruimte er niet toe mag leiden dat er minder marktpartijen overblijven. De ene marktpartij mag zich dus niet laten overnemen door een andere marktpartij die al een heel pakket frequenties heeft. Je mag dus niet al je frequenties overdragen aan die andere marktpartij. Ik hoor graag de reactie van de minister op dat amendement, dat naar mijn mening de toolkit van de minister compleet maakt.
5 april 2011 omstreeks 15:46 via Frequentiebeleid 2005 - Link - Delen
Debatitem
Wat gebeurt er als een marktpartij failliet gaat? Dan blijft er spectrum op de plank liggen. Dat lijkt mij niet gewenst en ook niet in het voordeel van de consument.
5 april 2011 omstreeks 15:52 via Frequentiebeleid 2005 - Link - Delen
Debatitem
Bij een failliete boedel kijkt de curator wie er interesse heeft in alles wat er nog in die failliete boedel zit. Bij schaarse frequentieruimte is er altijd een andere marktpartij te vinden die daarin is geïnteresseerd. Die prijs zal dan misschien wat lager zijn dan wat een van de bestaande marktpartijen ervoor had willen bieden, maar als de overheid meer concurrentie wil, dan moet zij daar wel stappen voor zetten. Ik geloof zeker dat u in marktwerking gelooft. Ook ik geloof dat marktwerking in het belang van de consument is, maar de overheid moet kaders stellen. Bijvoorbeeld bij UMTS of binnenkort bij de mobiele datamarkt wordt een aantal stappen gezet om ervoor te zorgen dat er hopelijk vier marktpartijen zijn. Dan moeten het er wel vier blijven, want anders houd je als consument weinig keuze over, als er ineens nog maar twee of drie zijn.
5 april 2011 omstreeks 15:52 via Frequentiebeleid 2005 - Link - Delen
Debatitem
In dit voorbeeld is het mogelijk dat de failliete boedel naar de concurrent gaat. In uw voorstel kan dat niet, maar wel in dat geval. Dat is alweer een uitzondering op dit amendement.
5 april 2011 omstreeks 15:53 via Frequentiebeleid 2005 - Link - Delen
Debatitem
Nee, voor alle helderheid: als een bedrijf failliet gaat, zouden de frequenties die het failliete bedrijf in eigendom had, niet overgedragen moeten kunnen worden op een van de bestaande marktpartijen die al frequenties hebben, waardoor het aantal marktpartijen afneemt.
5 april 2011 omstreeks 15:54 via Frequentiebeleid 2005 - Link - Delen
Debatitem
Wat gebeurt er dan met dat spectrum? Dat blijft dan toch op de plank liggen? Dat wordt dan toch niet gebruikt en dat is toch zonde?
5 april 2011 omstreeks 15:54 via Frequentiebeleid 2005 - Link - Delen
Debatitem
Mevrouw Schaart, als het voor niks te verkrijgen was, zouden u en ik het al kopen, want u weet hoeveel het waard is.
5 april 2011 omstreeks 15:54 via Frequentiebeleid 2005 - Link - Delen
Debatitem
Mijnheer Van Dam, we spreken in dit huis via de voorzitter.
5 april 2011 omstreeks 15:54 via Frequentiebeleid 2005 - Link - Delen
Debatitem
Debatitem
Ja, nog steeds. Als u later groot bent, mag u dat veranderen, maar niet met mij erbij. U vervolgt uw betoog.
5 april 2011 omstreeks 15:54 via Frequentiebeleid 2005 - Link - Delen
Debatitem
Voor alle helderheid: ik wil bewerkstelligen dat frequenties zodanig worden verdeeld dat een aantal van vijf marktpartijen gegarandeerd vijf blijft. Dat mogen er dan geen drie worden, zoals ons is overkomen. Ik vind dat zonde voor de marktwerking. Dat is een beperking geweest van de concurrentie waar we tot op de dag van vandaag last hebben.
5 april 2011 omstreeks 15:55 via Frequentiebeleid 2005 - Link - Delen
Debatitem
Marktwerking werkt als de overheid daar zo weinig mogelijk invulling aan geeft. In dit geval is de politiek de markt te veel aan het ordenen. Dat vind ik niet wenselijk. Ik denk overigens dat dit ook niet goed is voor de concurrentiepositie van operators ten opzichte van het buitenland. Uw idee geldt dan alleen in dit land.
5 april 2011 omstreeks 15:55 via Frequentiebeleid 2005 - Link - Delen
Debatitem
Mevrouw Schaart, via de voorzitter.
5 april 2011 omstreeks 15:55 via Frequentiebeleid 2005 - Link - Delen
Debatitem
Voorzitter. Dat is volgens mij typisch de misvatting van het VVD-denken over marktwerking, namelijk dat je denkt dat marktwerking vanzelf tot stand komt en dat die vanzelf maximaal blijft. Nee, markten hebben de neiging om het aantal marktpartijen te verminderen.
Dat is oligopolievorming. Dat is ook precies wat wij in de telecommarkt zien. Het begon al met een oligopolie van vijf marktpartijen. Zoals je nu op verschillende markten ziet, is de neiging van de markt altijd om naar drie of vier grote marktpartijen te tenderen. Als je dat niet wilt en als je het in het belang van de consument en de innovatie vindt dat je meer marktpartijen hebt en dat er meer concurrentie is, dan zul je daar als overheid soms wat voor moeten doen. Een afwezige overheid leidt namelijk niet tot optimale marktwerking. Een actieve overheid leidt tot optimale marktwerking.
5 april 2011 omstreeks 15:55 via Frequentiebeleid 2005 - Link - Delen
Debatitem
De heer Van Dam geeft dus een oordeel over het aantal telecomoperators in de Nederlandse markt. Het kunnen er niet genoeg zijn, maar dat kunnen wij ze niet op gaan leggen. De huidige situatie is dat wij van vijf naar drie gaan en misschien wordt het nog wel anders, maar dat regelt de markt nu juist vanzelf en niet de politiek.
5 april 2011 omstreeks 15:57 via Frequentiebeleid 2005 - Link - Delen
Debatitem
Ik ben ontzettend blij dat de minister daar anders over denkt, want bij de verdeling van de mobieledatafrequenties creëert hij wel degelijk ruimte voor een extra (vierde) marktpartij. Ik vind het ontzettend goed dat hij die stap heeft gezet, omdat ik het daar nu precies over heb: dat soort dingen moet de overheid soms afdwingen omdat het niet vanzelf gaat in de markt, terwijl het belang voor consumenten, voor innovatie en daarmee voor onze economie zo groot is, dat de overheid soms dit soort middelen moet inzetten. Die middelen zitten in dit wetsvoorstel, maar uiteindelijk volgt de echte politieke beslissing pas als dit wetsvoorstel er ligt, namelijk als de minister besluit om bepaalde instrumenten in te zetten. Daar heb ik nog wat vragen over, al komen wij daar later deze maand ook nog over te debatteren.
De minister legt bij de verdeling van de mobieledatacommunicatiefrequenties in de 800 MHz-band bijvoorbeeld wel een maximum op voor wat je als partij kunt verwerven, maar als je mobieledatacommunicatie wilt aanbieden, heb je een frequentiespectrum nodig zowel in een lage als een hoge band. Je hebt frequenties nodig in de 800-900 MHz-band en in de 1800-1900 MHz-band. Welk afwegingskader gebruikt de minister om dat maximum maar op een zo'n plek te stellen? Dat is namelijk relevant bij dit wetsvoorstel: de wet geeft het instrumentarium, maar de minister maakt een afweging daarin. Hij kiest welk instrument hij wel en niet inzet. Kan hij schetsen hoe hij tot de afweging is gekomen om dit instrumentarium alleen maar te gebruiken in een van die banden en niet voor het totaalpakket dat mobieledatacommunicatieaanbieders nodig hebben?
Een andere vraag gaat over de radiofrequenties. Daarover zegt de minister dat na lang discussiëren met de Kamer is besloten om de FM-frequenties weg te geven voor een vaste prijs. Via onderzoek hebben wij laten bepalen wat die prijs is. Dat is uiteindelijk een compromis geweest, maar twee frequenties waren niet meer in handen van een marktpartij, namelijk de frequenties die van Arrow afkwamen. Die kwamen vrij. Je zou dus kunnen zeggen: dat zijn vrije frequenties. Wat is de afweging van de minister om ook die twee frequenties voor een vaste prijs te verkopen? Waarom pakt hij daarvoor niet een van die andere instrumenten in dit wetsvoorstel, bijvoorbeeld een veiling of een vergelijkende toets? Die keus had hij ook kunnen maken. De echte politieke discussie gaat over dat soort keuzes in het pakket aan instrumenten.
Daarmee kom ik bij mijn laatste vraag. Wij zullen de afgelopen dagen allemaal wel gebeld zijn door de vertegenwoordigers van de kabelsector over hun grote vrees dat de ingebruikname van de 800 MHz-band kan leiden tot storing in bijvoorbeeld de decoders van de digitale televisie. Hoe kijkt de minister daartegenaan? De kabel zegt: maak de eigenaren van de mobieledatafrequenties daarvoor verantwoordelijk. Dat lijkt mij een nogal zware stap, omdat je daarmee de verantwoordelijkheid voor alle ontwerpfouten in een apparaat niet legt bij degene die het apparaat heeft gemaakt, maar bij degene die een signaal verspreidt. Ik wil graag de visie van de minister hierop horen, want die verstoring kan soms een reëel probleem zijn. Hoe ligt die verdeling van verantwoordelijkheden op dat moment?
5 april 2011 omstreeks 15:57 via Frequentiebeleid 2005 - Link - Delen
Debatitem
Voorzitter. De SP-fractie steunt het voornemen tot meer flexibiliteit in het frequentiebeleid, zodat innovatie kan worden gestimuleerd en kan worden ingespeeld op de introductie van nieuwe technieken en diensten vanuit de markt. In de laatste schriftelijke ronde heeft de SP-fractie erop gewezen dat er vanuit de markt ook behoefte is aan zekerheid en een langetermijnvisie, zodat de innovatie ook daadwerkelijk kan plaatsvinden en de overheid en de markt niet nodeloos op elkaar wachten. De minister heeft op dat punt echter nog niet gereageerd. Graag zou mijn fractie de reactie alsnog krijgen.
Bij het opstellen van het frequentieplan wordt niet meer de voltallige ministerraad betrokken, maar alleen de ministers die met het frequentiebeleid te maken hebben (worden er nog bij betrokken). Het lijkt me wel wat dat je als minister een beetje de vrije hand hebt in de verdere afhandeling. De SP-fractie begrijpt dat de besluitvorming zo wellicht efficiënter verloopt, maar zij vraagt zich wel af hoe die samenwerking er in het vervolg precies uit zal zien. Worden alle relevante ministers bij het hele proces betrokken of alleen als het over hun eigen specifieke beleidsterrein gaat? Wat is er in het laatste geval op tegen om er meerdere personen volledig bij te betrekken? Wordt het plan daar niet beter van?
Het besluit om over te gaan tot een veiling of een vergelijkende toets wordt vooraf naar de Kamer gezonden. Daar ben ik erg blij mee. Voor het ontwerpbesluit van het frequentieplan geldt dat echter niet. De Kamer heeft geen enkele rol in het frequentieplan, terwijl marktpartijen wel hun zienswijze mogen geven. Wat is erop tegen de Kamer wel een rol te geven door bijvoorbeeld het omroepfrequentieplan ook naar de Kamer te zenden?
Mijn fractie heeft verder nog een vraag over de commerciële radiofrequenties. In de eerste nota naar aanleiding van het verslag wordt opgemerkt dat een veiling de voorkeur heeft. Iets verderop staat echter dat de vergelijkende toets met name kan worden gebruikt bij de verdeling van de frequentieruimte voor de commerciële omroep. Welk instrument heeft nu precies de voorkeur van deze minister? Wanneer zal de minister voor het ene en voor het andere instrument kiezen en wat zijn zijn criteria? Kan hij het verduidelijken met een concreet voorbeeld?
Mijn fractie heeft verder nog vraagtekens bij het nieuwe verdeelinstrument, de verdeling op afroep. In de stukken bij dit wetsvoorstel wordt opgemerkt dat verdeling op afroep zal worden ingezet als niet op voorhand duidelijk is of er sprake is van schaarste. Mijn fractie vraagt zich af hoe en of dit goed van tevoren kan worden bepaald. Hoe beoordeelt de minister het gevaar dat marktpartijen voor de zekerheid overal een stukje van pakken, aangezien de frequenties gratis zullen zijn? Of zal bij de verdeling op afroep altijd een uitrolverplichting gelden? De technologische ontwikkelingen gaan hard. Wat we nu niet als schaars beschouwen, kan over vijf jaar wel schaars zijn. Dan ben je het wellicht al kwijt. Is er de mogelijkheid om bij de verdeling op afroep alsnog het financieel instrument in te zetten, als blijkt dat er goed geld met de desbetreffende frequentieruimte verdiend had kunnen en mogen worden? Zo nee, zou dan niet overwogen moeten worden om een frequentie niet zomaar gratis weg te geven? Mij fractie vraagt zich ook af of de beslissing over het verdeelinstrument niet sowieso pas bij de daadwerkelijke uitgifte genomen zou moeten worden, zoals de bedoeling is bij veilingen of de vergelijkende toets. Zoals ik net al zei, gaan de technologische ontwikkelingen snel. Waarom zou je het in het frequentieplan vooraf vastleggen? Graag een reactie hierop. Ik ben heel benieuwd naar de visie van de minister.
Dan is er nog het punt dat diverse kleine middengolfpartijen bij ons onder de aandacht hebben gebracht. Ik realiseer me dat dit punt ook in het algemeen overleg met deze minister op 27 april zeer goed besproken kan worden. Bij de behandeling van dit wetsvoorstel wil ik toch alvast de zorgen van de kleine middengolfpartijen onder de aandacht brengen. Zij vrezen dat met een herverdeling op de middengolf er te strenge eisen zullen worden gesteld aan bijvoorbeeld de betaalbaarheid. Zij maken zich daar grote zorgen over. Is de minister van mening dat inzake de middengolf rekening gehouden moet worden met de belangen van de kleinere partijen op die golf?
Dan kom ik op de sms-diensten. Het gaat om de praktijk waarbij je door irritante reclames verleid wordt om een sms'je te versturen waarna je ineens een abonnement hebt waar je niet om hebt gevraagd en waar je je blauw aan betaalt. We hebben het er in de Kamer al meerdere malen uitgebreid over gehad. De SP-fractie heeft middels een motie het toenmalige kabinet opgeroepen daar iets tegen te doen. De motie bevatte enkele concrete punten waarop actie moet worden ondernomen. Helaas constateer ik dat er maar op twee van de zes genoemde punten iets gebeurt. Met het wetsvoorstel wordt in ieder geval wel een mogelijkheid gecreëerd om via een ministeriële regeling voorwaarden te stellen aan het innen van de gelden door de telecomprovider voor andere dan de door hem geleverde diensten. Een sms-dienst die de sms'jes ter beschikking stelt, zorgt ervoor dat via de rekening van de telecomprovider het geld direct van de telefoonrekening wordt afgeschreven. Daar wil de regering paal en perk aan stellen. Het mag niet zo maar mogelijk zijn dat dure sms'jes worden afgerekend via de telefoonrekening. Daar moesten volgens de toenmalige staatssecretaris strikte voorwaarden voor gelden. Is de minister al met deze regeling bezig? Aan welke voorwaarden denkt hij precies?
Ik merk het volgende op over de betalingsopschorting. Er wordt geregeld dat je telecomprovider je niet zomaar kan afsluiten als je als klant zegt: met dit sms'je ben ik in een sms-dienst gerommeld; het klopt allemaal niet en ik weiger de hoge telefoonrekening te betalen. Tot dusverre kon je telecomprovider dan zeggen: pech, dit is je rekening; je moet de factuur betalen, anders sluiten we je af. Dat zal in het vervolg niet zomaar meer mogelijk zijn. In de brief van 22 maart 2011 wordt opgemerkt dat enkele providers ertoe zijn overgaan om het geld terug te storten na een klacht over een sms-dienst. Dat is een goed initiatief, maar waarom is dat nog niet wettelijk geregeld? Volgens mij was dat namelijk een onderdeel van de motie. Gebeurt het wellicht in de ministeriële regeling die nog moet komen?
De toenmalige staatssecretaris heeft zich in de brief van 22 februari 2010 wel heel gemakkelijk van de overige punten afgemaakt. Mijn fractie begrijpt dat wij voor eisen aan reclame en dergelijke aan enkele richtlijnen vastzitten, maar er is ook nog een gedragscode voor sms-diensten. De voorganger van de minister kwam in de brief van 19 maart 2010 tot de conclusie dat de gedragscode op het reclameonderdeel niet is aangepast, terwijl daarbij juist forse aanpassingen nodig zijn. Deelt de minister die conclusie? Zo ja, hoe staat het met die aanpassingen; wat is de rol van de minister daarin?
Hoewel het wettelijk geregeld is dat consumenten bij het aangaan van een sms-dienst bepaalde informatie moeten krijgen, concludeert de voorganger van de minister ook dat dit niet goed gaat. Consumenten krijgen de essentiële informatie vaak niet ondubbelzinnig of helemaal niet; het is niet duidelijk dat er een abonnement wordt aangegaan. Wat kunnen wij daaraan doen? Moet het toezicht hierop niet strenger zijn?
In de motie werd destijds gevraagd om een bevestiging van abonnementen. Een simpel sms'je met "OK" erin, zou niet voldoende moeten zijn. Is het mogelijk om bij dit soort overeenkomsten op afstand voor het verrichten van diensten een soort afkoelperiode in te voeren, analoog aan de regeling bij koop op afstand? Zo nee, waarom is dit niet mogelijk? Zo ja, is de minister dan ook bereid om dat te regelen?
Vooral kinderen moeten beschermd worden tegen malafide sms-praktijken. Het antwoord van de toenmalige staatssecretaris over de positie van kinderen was in mijn ogen erg teleurstellend. Het is goed dat kinderen bepaalde rechtshandelingen kunnen verrichten, anders kunnen zij niet eens met een zakcentje op zak een snoepje of een dropje kopen. Het gaat hierbij echter om het afsluiten van abonnementen zonder dat je het door hebt. Dit lijkt mijn fractie geen rechtshandeling die een minderjarige zomaar moet kunnen aangaan. Kinderen sluiten namelijk ook niet zelfstandig een abonnement op de Donald Duck af, want in de regel doen hun ouders dat. Waarom zouden kinderen dat wel mogen en kunnen bij sms-diensten? Graag een reactie daarop.
5 april 2011 omstreeks 16:01 via Frequentiebeleid 2005 - Link - Delen
Debatitem
Voorzitter. We spreken vandaag over een wijziging van de Telecommunicatiewet die al even loopt. Het grootste gedeelte van die tijd zat ik nog niet in de Kamer. Ik richt me daarom slechts op de letter van de wet en focus mijn inbreng vooral op de effecten van het wetsvoorstel op de recente telecomontwikkelingen.
Dit wetsvoorstel gaat over het flexibeler inrichten van het frequentiebeleid. De "flexibilisering" van het beleid is op zich een vaag begrip. Het leidt bijvoorbeeld bij ondernemers wel eens tot onrust: de ene dag is het beleid zus, de andere dag is het beleid zo. In dit geval is het vooral een kwestie van effectief met ruimte, bandbreedte, omgaan. Nieuwe partijen en innovatie krijgen daarmee een kans. Daarover is mijn fractie een stuk positiever. Zo zijn wij bijvoorbeeld gecharmeerd van de experimenteerbepaling die experimenten met nieuwe technieken voor de periode van maximaal een jaar mogelijk maakt. Ook het concept van "veiling op afroep" is een slimme oplossing bij eventuele onduidelijkheid over belangstelling voor en benutting van frequenties.
In de verschillende toelichtingen wordt vooral de positie van het vorige kabinet over het instrument "veiling" beschreven. Doelmatig frequentiegebruik wordt veelvuldig genoemd in de memorie van toelichting. Hoe sluit dit kabinet zich aan bij het standpunt van het vorige kabinet? Hoe verhoudt doelmatig frequentiegebruik zich tot het maximaliseren van de opbrengst van een veiling en het effect op de schatkist daarvan? Anders gevraagd: waar staat de kwaliteit van programmering in de hiërarchie van doelen? Die kwaliteit staat wat ons betreft voorop.
In de derde nota van wijziging schrijft de staatssecretaris dat een parlementair voorbehoud op de keuze voor een verdeelinstrument onwenselijk is. Dit leidt namelijk tot rechtsonzekerheid. Het voorstel is om de Kamer in kennis te stellen van het ontwerp van het besluit, zodat de Kamer tegelijk met commerciële partijen kan reageren. Wat is dan nog de positie van de Kamer en het gewicht van haar inbreng; staan die gelijk aan die van andere geconsulteerde partijen? Graag een reactie van de minister?
Ik wil nog iets zeggen over de antennes. Wat is nu precies de gedachte achter artikel 3.24, lid 5? Daarin staat simpel gezegd dat een huurder een onredelijke prijs van de verhuurder niet mag doorberekenen aan de onderhuurder, de medegebruiker. Dit kan vreemde situaties opleveren. Als je bij verplicht onderverhuren te maken krijgt met een hoge prijs die je niet kunt doorberekenen aan een onderhuurder, zit die medegebruiker in feite voor een dubbeltje op de eerste rang terwijl hij voor een kwartje kan gebruiken. Vindt de minister dit wenselijk? Wie moet dan wel opdraaien voor eventuele kosten voor de huurder?
Ook wil ik nog even reageren op het amendement op stuk nr. 32 van mijn collega Schaart. Wij hebben ook signalen gekregen over problemen bij medegebruik van etheromroepantennes. Het lijkt ons in ieder geval een goed idee om de OPTA hierin een rol te geven. Ik neem aan dat mevrouw Schaart in haar bijdrage hierop verder zal ingaan.
Wat is het effect van de lopende procedure op het digitaal dividend, de nieuwe mobiele breedbandfrequenties? Ik hoor dat de basisprijs voor nieuwkomers in de ontwerpregeling bewust laag is. Daar valt iets voor te zeggen, want dat maakt concurrentie en toetreding mogelijk. Wel wordt er van nieuwe partijen een hogere bankgarantie gevraagd, terwijl dit voor de zittende partijen geheel anders is.
Onze zorgen liggen vooral bij de ingebruiknameverplichting. Het is ondoenlijk om te eisen dat er binnen twee weken een nationaal dekkend netwerk ligt. Wat is de gedachte achter de huidige lage eisen die worden gesteld? Verwacht de minister dat op basis van een dergelijke lage eis een voor de consumenten relevant product kan worden aangeboden?
Kabelpartijen wijzen mij nog altijd op storingsrisico's die digitaal dividend in zich draagt. De minister is al eerder hierop ingegaan en heeft dit opgelost door er in de ontwerpregeling enkel achteraf iets over op te nemen: als er problemen zijn, gaan wij het aanpakken terwijl het altijd beter is om problemen te voorkomen. Kan hieraan nog aandacht worden besteed in de regeling, bijvoorbeeld door te benoemen dat de vergunninghouder ook een rol heeft in het voorkomen van problemen?
Wat wordt er gedaan met cognitieve radio? Het is natuurlijk mogelijk dat een dergelijke applicatie een vrije frequentie in de ether pakt, maar dat die wel degelijk storing geeft bij kabeltelevisie. Volgens mij had collega Van Dam het er ook al over. Hoe staat de minister daarin?
Tot slot wil ik nog iets zeggen over de FM- en AM-frequenties. Wat betekent deze nieuwe wet voor de aanstaande verdeling van de FM-frequenties? In het verleden is bij de FM-frequenties heel veel nadruk gelegd op het financiële bod. Dat is begrijpelijk, want het is een duidelijke en makkelijk te vergelijken indicator. Maar dat er nu een vrij ongeclausuleerd kavel beschikbaar is, kan leiden tot een heftige biedingenstrijd. Kan de minister toelichten hoe meer naar de inhoud en businessplannen kan worden gekeken? Is hij zelfs bereid om uit te gaan van het bedrag dat door SEO is becijferd en vervolgens alleen te kijken naar de inhoud van het voorstel, zodat een hoger bod met een lagere kwaliteit niet als vanzelfsprekend wint?
Ook voor de middengolf zal deze wet consequenties kunnen hebben. Kan de minister ingaan op de verplichting tot digitalisering van de middengolf en de noodzaak van die digitalisering op de middengolf nog eens goed toelichten? De particuliere partijen op de middengolf geven namelijk aan problemen te hebben met de digitalisering, omdat die enorm kostbaar is. Klopt het overigens dat regionale publieke omroepen deze verplichting niet hebben?
Wordt in het kader van een divers aanbod nog wel voldoende gekeken naar de eisen die nu aan de AM-frequenties worden opgelegd? Ik begrijp dat zij zo ongeveer dezelfde kosten opgelegd krijgen vanuit het Agentschap Telecom, terwijl wij hier spreken over totaal andere verdienmodellen. Kan de minister hierover nog iets zeggen?
Als wij op deze vragen afdoende antwoord krijgen, denken wij dat de wet over het algemeen tot goede stappen zou kunnen leiden.
5 april 2011 omstreeks 16:13 via Frequentiebeleid 2005 - Link - Delen
Debatitem
Mevrouw de voorzitter. Communicatie is belangrijk. De belangrijkste ontwikkelingen van pakweg de laatste vijftien jaar zijn die op het gebied van communicatie geweest. De tijden van de zwarte bakelieten telefoon met de draaischijf zijn voorbij. De nieuwe technologie heeft de mens veranderd. Ik heb vier dochters. De voorzitter zal nu wel denken: daar komt hij weer met zijn vier dochters. Ja, ik heb vier dochters die allemaal continu met een soort gehoorapparaat lopen. Om als vader eens aandacht te krijgen of om een goed gesprek te voeren, zijn ze het best bereikbaar via het mobiel nummer of de hyvespagina. Communiceren gaat zoveel gemakkelijker via een telefoon of computer. Ik heb onlangs ons prachtige videoconferencingsysteem mogen bewonderen hier in de Kamer. Prachtig, daarvoor gaan we niet meer in het vliegtuig, zou ik zeggen. Dan maar niet aan het strand in Mexico, maar gewoon hier vergaderen. Een prachtige besparing in de toekomst. Wel zitten we in een woud van allerlei mooie diensten op het gebied van internet, digitale radio, televisie, telefonie noem maar op. Kortom, alle reden om eens naar de wetgeving op dit gebied te kijken.
De liberalisering van de telefoonmarkt heeft onzes inziens goed gewerkt. Er is volop keuze, een veelheid aan abonnementen. Als je bijvoorbeeld in Amerika bereid bent om een paar seconden naar een reclameboodschap te luisteren, kun je daar voor de rest gratis bellen. Dat is toch de ultieme concurrentie die je daar hebt.
Zijn er dan geen bedreigingen en tekortkomingen in deze markt? Ja, uiteraard wel. Mijn collega van de SP had het zo-even al over de sms-diensten. Daarover is indertijd een motie ingediend die wij ook hebben gesteund. Ik zag ook een berichtje van Vodafone die zijn twaalf sms-diensten afsluit. Dus er zijn goede ontwikkelingen te zien.
Verder zou ik ook wel eens willen kijken naar de extreme kosten waar de ontvanger van een gesprek die zelf op dat moment in het buitenland vertoeft, mee kan worden geconfronteerd. Als ik nu naar iemand bel die aan de andere kant van de wereld zit, wordt de verbinding meteen gemaakt en gaat het leeuwendeel van de kosten ongevraagd naar de ontvanger van het gesprek. Het zou op z'n minst van een beetje beschaving van de providers getuigen als zij een korte boodschap zouden laten horen in de trant van: let op, u maakt verbinding met iemand die momenteel in het buitenland verblijft. Wellicht kan de minister er bij de providers op aandringen om daar eens naar te kijken.
Dan het digitale dividend, de 800 MHz-band. Op het moment dat deze frequentie gebruikt gaat worden voor de mobiele telefonie is een massale storing op het signaal van de digitale televisie te verwachten. Ook de vaste internetverbinding kan uitvallen. Leuk als je de buren wilt sarren, maar verder niet erg hoopgevend. Of ik zie de vader al uitvaren tegen zijn zoon als deze per ongeluk gaat bellen in de kamer terwijl vader net een belangrijke voetbalwedstrijd zit te kijken via digitale televisie. Zowel KPN als NLkabel bevestigt dit. De minister vertrouwt erop dat dit opgelost gaat worden. Bovengenoemde aanbieders twijfelen daar echter aan. Er wordt verwezen naar een onderzoek van het Agentschap Telecom, terwijl een recent onderzoek van TNO laat zien dat de kans op storingen veel groter zal zijn dan de minister zelf denkt. Kortom, het lijkt te worden gebagatelliseerd door de regering. Graag een reactie hieromtrent. Is hier voldoende naar gekeken?
Dan kom ik op de digitalisering van de etherfrequenties. Ik wil mijn zorgen uiten over de kleinere commerciële radio-omroepen. Deze zitten al jaren op de middengolffrequentie en moeten nu verplicht digitaliseren bij het aflopen van de vergunning. Waarom lopen deze vergunningen automatisch af? Na vele gesprekken die ik heb gevoerd met mensen uit deze branche lijkt het erop dat er in ieder geval op de middengolf nog ruimte genoeg is. Waarom deze verplichting?
Dan het gelijk speelveld. Het amendement van mevrouw Schaart gaat er in feite over dat de etheromroepdistributiebedrijven afhankelijk zijn van NOVEC. In artikel 3, lid 11, wordt gesproken over redelijke verzoeken en over een redelijke vergoeding. Ik vind dat over het algemeen een beetje vaag. Wat wordt daarmee bedoeld? Wat is redelijk?
Het besluit ter zake van de openstelling van de kabelmarkt is vernietigd. Toenmalig minister Verhoeven is indertijd een onderzoek gestart naar de markt. Waarom nu weer een onderzoek? We zijn al twintig jaar bezig. We weten waar we staan. Er zijn twee grote aanbieders, te weten Ziggo en UPC. De investeerders willen gedeeltelijk van Ziggo af. Dus wat te doen voor Ziggo? Men ambieert momenteel een beursgang. Er is wellicht ook nog een koper in de markt, Liberty Global. Laat deze koper nu ook net het moederbedrijf van UPC zijn. Kortom, het wordt wel erg eenzaam op deze markt.
Tegelijkertijd is de vraag ook actueel in hoeverre een andere aanbieder, bijvoorbeeld Tele2, kan concurreren als men alleen maar integraal hetzelfde analoge zenderpakket kan weergeven. Valt hier dan wel droog brood mee te verdienen? Ik verneem hierop graag de visie van de minister.
Dan nog een paar korte zaken. De NMa heeft vorig jaar juni al geconstateerd dat de bestedingsafspraken tussen omroepen en mediabureaus ontransparant zijn. Oud-minister Van der Hoeven heeft toen opgeroepen tot het opstellen van een gedragscode. Hoe staat het daarmee? Graag hoor ik van de minister een reactie.
Je kunt je afvragen of de Wereldomroep gelet op de huidige technologie en het internet nog wel nodig is. Mijn collega Bosma heeft hier onlangs al het nodige over gezegd. Hij heeft het getypeerd als een werkgelegenheidsproject. Het wegvallen van deze omroep zorgt er in ieder geval voor dat veel frequenties vrijvallen. Bovendien kan dan ook een subsidie van 47 mln. worden bespaard. Ik vraag de minister om daar eens naar te kijken.
Last but not least: de rol van Agentschap Telecom. Dit agentschap vraagt torenhoge bedragen voor weinig taken. Veel radio-ondernemers klagen hierover. Van het AT worden alleen toezicht en handhaving verwacht. Veel kleine omroepen noemen het AT een juridisch doorgeslagen instituut dat een voorspoedige ontwikkeling van telecom en omroep met nodeloze regels en obstakels in de weg staat. De minister heeft in een ander debat ook al een keer geopperd de kosten van bijvoorbeeld de Kamer van Koophandel terug te brengen. Dat gaat hij ook doen. Kan iets dergelijks niet ook worden voorgesteld voor het Agentschap Telecom? Graag hoor ik hierop een reactie van de minister. Ik zou zeggen: maak ons blij.
5 april 2011 omstreeks 16:21 via Frequentiebeleid 2005 - Link - Delen
Titel: Frequentiebeleid 2005
Omschrijving: Aan de orde is het debat over frequentiebeleid 2005.
Vergadering: Nummer (5 april 2011)
Voorzitter: Gerdi Verbeet
Disclaimer: Uit deze ongecorrigeerde tekst mag niet worden geciteerd. Aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend.
Sprekers in dit debat:
“Onze medewerkers moeten eerst op training voordat ze ons intranet begrijpen. Dat moet toch beter kunnen!”
Wolq helpt om software en het web gebruiks-vriendelijker te maken. Zo bespaart u veel geld op trainingen. Ook bedenken wij innovatieve oplossingen, zoals Publitiek, voor complexe vraagstukken.
Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen?