Debat in de Tweede Kamer op 18 januari 2012
Debatitem
Stientje van Veldhoven-van der Meer (D66)
Voorzitter. Het is goed dat het parlement zelf de mogelijkheid heeft om onderzoeken te initiëren. Het was naar de mening van mijn fractie een terechte keuze om een onderzoek uit op te zetten met als onderwerp verduurzaming van de voedselproductie. Kwesties als voedselschaarste en de impact van de voedselproductie zullen naar de mening van mijn fractie prominenter worden in de toekomst. Blonk Milieu Advies en alle experts hebben tijdens de hoorzitting veel waardevolle kennis met ons gedeeld. Ik wil hen daarvoor graag bedanken. Toch hebben de discussies in de klankbordgroep en de expertmeeting mij ook aangetoond dat het onderwerp verduurzaming van de voedselproductie veel breder is dan alleen de economische dimensie van de eiwitproductie, waar wij in het rapport van Blonk eigenlijk op hebben gefocust.Voeding is een eerste levensbehoefte, maar wij beschouwen het als zo vanzelfsprekend, dat er door de meesten van ons nauwelijks meer bij wordt stilgestaan waar dagelijks de grote hoeveelheden voedsel die wij in Nederland consumeren vandaan komen. Wij weten eigenlijk niet meer hoe ons voedsel geproduceerd wordt. Willen wij het eigenlijk nog wel weten? Ik geef drie voorbeelden. De burger en de consument hanteren heel verschillende uitgangspunten. Zij kopen kiloknallers en zijn lid van de Dierenbescherming. Het dier is een productiemiddel geworden. Maar wie van ons wil dat echt weten? Het tweede voorbeeld: appels uit Nieuw-Zeeland zijn milieuvervuilend, denken wij. Maar uit het onderzoek bleek dat de koelcel ruimschoots meer energie vreet dan het vliegtuig of het schip met de transportkilometers. Weten wij wel hoeveel graan of soja en water er nodig zijn voor een biefstukje, en waar dat allemaal vandaan komt?Wereldwijde vraagstukken, economische principes en morele kwesties liggen dag in, dag uit, samen op ons bord. Dat zou je toch niet zeggen bij aardappelen, vlees en groente. Welke stappen kunnen wij in Nederland zetten om voedsel te verduurzamen? Hiervoor moeten wij niet alleen kijken naar de productie, maar ook naar de consumptie en de ketens. In die volgorde wil ik er iets over zeggen.Wat betreft de rol van de producent wil ik beginnen met een gevoel van urgentie. De discussie over de verduurzaming van de voedselproductie is namelijk niet nieuw. In 2001 was er het rapport van de commissie-Wijffels. Ondanks dat dit rapport zich alleen richt op de veehouderij, geeft het naar de mening van mijn fractie wel een heel goede analyse van de verduurzaming van de voedselproductie in Nederland. Het valt ons op, hoe weinig van de aanbevelingen tien jaar later echt zijn doorgedrongen, mede onder invloed overigens van de lage prijzen op de wereldmarkt. Nog opvallender is het, hoe relevant die aanbevelingen nog steeds zijn.Stilstand leidt tot twee problemen. Ten eerste zal de wal het schip keren, wat nu gebeurt met de megastallendiscussie. Ten tweede worden kansen gemist om de sector te hervormen en daadwerkelijk proactief klaar te maken voor de toekomst. D66 vindt dat er voor de agrarische sector kansen liggen, als de focus op kwaliteit komt te liggen. Daarom zouden wij willen dat boeren gemakkelijker kunnen overstappen naar meer duurzame vormen van bedrijfsvoering, zoals biologische bedrijfsvoering, waar men nu nog twee jaar lang moet wachten om dit predicaat te mogen voeren. Aan de staatssecretaris vraag ik: wat is zijn visie op de lange termijn voor de toekomst van de Nederlandse boer? Ziet hij met D66 de noodzaak om te komen tot een omslag van de low-cost en anonieme productie naar kwaliteitsproducten? De barnevelder als Nederlandse tegenhanger van de poulet de Bresse; zou dat niet prachtig zijn?Welke mogelijkheden ziet de staatssecretaris om de invoeringstermijn voor een biologische bedrijfsvoering -- of in ieder geval voor het voeren van het predicaat biologisch, waar een hogere prijs aan gekoppeld is in de supermarkt -- te versnellen? Is hij bereid om, in overleg met de SKAL, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit, te bezien waar de creatieve mogelijkheden liggen om de overstap wat minder moeilijk te maken? Welke stappen zijn er nodig om ervoor te zorgen dat de producent ook echt meer verdient aan het kwaliteitsproduct? Als wij dat niet op een of andere manier weten te regelen, maken wij het de ondernemers ook wel heel lastig.
18 januari 2012 omstreeks 13:55 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Debatitem
Janneke Snijder-Hazelhoff (VVD)
Als ik u mag geloven, wil D66 eigenlijk dat de hele sector biologisch wordt.Hebt u zich gerealiseerd dat de FAO kort geleden heeft opgeroepen tot een meer grootschalige productie? Daar kan juist Europa, en met name Nederland, een rol in vervullen. Bent u zich bewust van enige discrepantie in uw optiek?
18 januari 2012 omstreeks 14:02 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Debatitem
Stientje van Veldhoven-van der Meer (D66)
De VVD-fractie hanteert een bepaalde versmalling die niet goed is voor het debat. Duurzamer produceren kan door biologisch te produceren, maar het kan ook op andere manieren. Dat het echter duurzamer moet in een land als Nederland, is helder. Misschien verschil ik inderdaad van mening met de VVD-fractie over de vraag of wij de wereldvoedselproblematiek alleen vanuit Nederland kunnen oplossen. Dat denk ik niet. Ik vind dat wij als Nederlandse parlementariërs ook verantwoordelijkheid moeten nemen voor de milieudruk die er hier in Nederland is. Heeft Europa een rol te spelen in de wereldwijde voedselvoorziening? Ja. Gaan we dat echter vanuit Nederland oplossen? Nee.
18 januari 2012 omstreeks 14:03 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Debatitem
Janneke Snijder-Hazelhoff (VVD)
Dat was mijn vraag niet. Ik kwam in actie om uw voorgaande betoog. Ik vond dat u in uw betoog erg beklemtoonde dat duurzaam alleen maar biologisch zou zijn. Ik zou daar graag enige nuance in willen horen.
18 januari 2012 omstreeks 14:04 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Debatitem
Stientje van Veldhoven-van der Meer (D66)
Geen enkel probleem. Voordat er een misverstand ontstaat: biologisch is een zeer duurzame vorm van voedselproductie. In het rapport van Blonk is er eigenlijk maar naar twee varianten gekeken, namelijk de gangbare variant en de biologische variant. Natuurlijk zitten daar heel veel tussensegmenten in. Ik kom er later in mijn betoog nog op terug hoe belangrijk het is om te kijken welke bijdrage de tussensegmenten kunnen leveren aan het verduurzamen van de voedselproductie. De kosten van het biologisch produceren zijn immers ook niet voor iedereen te betalen. Daar moeten we ook rekening mee houden.Een opvallende uitkomst van het onderzoek was dat de keuze voor duurzaam voedsel bemoeilijkt wordt, doordat we niet altijd de reële prijs voor ons voedsel betalen. De externe kosten worden namelijk niet doorberekend en uit algemene middelen betaald. Dat wil dus zeggen dat we ze nog steeds betalen, maar we betalen ze allemaal, in plaats van dat degene die dat voedsel eet ze betaalt. De externe kosten voor zaken zoals ammoniakuitstoot, antibioticagebruik en biodiversiteitsverlies zijn in het rapport van Blonk nog niet eens meegenomen. Er wordt dus terecht gesteld dat de echte berekening van reële prijzen en dus ook het verschil dat Blonk nog steeds constateert, een educated guess is. Toch vonden wij het een waardevolle educated guess.De fractie van D66 wil dat de prijzen reëler worden. Dan zullen ze dichter bij elkaar komen te liggen. Hierdoor wordt het voor de consument gemakkelijker om minder milieubelastend vlees te kopen. De maatschappelijke kosten -- dat lijkt me ook iets wat geheel in lijn moet zijn met het standpunt van de VVD -- worden dan meer gedragen door de vrije keuze van burgers die prioriteiten stellen met betrekking tot hun budget. Nu leeft die consumentenkeuze maar in heel beperkte mate. Welke mogelijkheden ziet de staatssecretaris om het verschil in prijs te verkleinen tussen producten geproduceerd met de intensieve methode en producten geproduceerd op zorgzame wijze? Welke daarvan zijn effectief in de optiek van de staatssecretaris? Wil de staatssecretaris ook in Europees verband pleiten voor een verdere aanscherping van de minimumnormen voor het houden van dieren en voor het beter doorbelasten van de externe kosten? Wil hij zich er verder voor inzetten dat deze overwegingen ook een plaats krijgen in WTO-verband en in bilaterale afspraken?Dan kom ik op de consument. Ik heb het al eerder gezegd: de moderne consument heeft nauwelijks nog een band met de producent van het eten. Men wil wel het goedkope stukje vlees, maar is collectief verontwaardigd als door een dierziekte op grote schaal geruimd moet worden. Daarom heeft D66 ook voorstellen gedaan om het keurmerk Beter Leven uit te breiden naar alle dierlijke producten. Dit maakt voor de consument inzichtelijk dat er verschil is in dierlijke producten. Daarnaast vinden we het belangrijk dat ook consumenten die niet de gelegenheid en het budget hebben om een totale overstap naar biologisch te maken, toch hun voedselconsumptie kunnen verduurzamen, al is het dan maar met een tussenstap.D66 vindt het ook belangrijk dat de consument zich meer bewust wordt van en beter wordt voorgelicht over de milieubelasting van ons eten en dat we die terugzien in de prijs. Daarnaast moeten we met elkaar werken aan minder voedselverspilling. Welke mogelijkheden ziet de staatssecretaris om voedselverspilling bij zowel producent als consument tegen te gaan? Ziet hij mogelijkheden om de consument bewuster te maken van de milieubelasting van ons eten, zodat we weten dat vlees het milieu veel meer belast dan vleesvervangers en dat het eten van groenten van het seizoen een groot verschil maakt in termen van milieubelasting?De staatssecretaris vindt net als D66 dat consumenten hun eigen afweging moeten maken. Het Informatiesysteem Verduurzaming Voedsel draagt volgens de staatssecretaris bij aan de transparantie in de markt, maar dat informatiesysteem is opgezet door het Platform Verduurzaming Voedsel en het is nu juist onduidelijk waar de staatssecretaris met dat platform naartoe wil. Daarom vraag ik de staatssecretaris of hij zijn plannen voor de regiegroep duurzaamheid kan toelichten en hoe deze plannen staan ten opzichte van het Platform Verduurzaming Voedsel. Gaat dat op in de regiegroep? Blijft ook dat informatiesysteem in de markt? Het moet overigens nog worden gelanceerd. Wanneer wordt dat verwacht? Wat gebeurt er met het informatiesysteem als dat platform eventueel zou verdwijnen?
18 januari 2012 omstreeks 14:04 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Debatitem
Ik wil graag het volgende voorleggen aan de D66-fractie. Wij kennen de D66-fractie als een fractie die niet bang is en die zegt: kleine stapjes, kleine verbeteringen zijn altijd goed, maar als het nodig is moet je hervormen. D66 durft ook de discussie aan te gaan over de hypotheekrente. Ik begrijp de voorstellen van D66 om het Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming uit te breiden, maar als je goed kijkt naar de problemen die gemoeid gaan met de vleesproductie, zou je ook kunnen redeneren dat steeds wel een deel van het probleem een beetje is opgelost of weggepoetst, maar dat wij eigenlijk meer nodig hebben. Mogen wij van D66 ook verwachten dat wij samen kunnen optrekken in de omschakeling die ook nodig is naar een vermindering van de vleesconsumptie en een afbouw van de veestapel omdat je er, als je dat niet ook adresseert, met dat keurmerk nooit kunt komen?
18 januari 2012 omstreeks 14:12 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Debatitem
Stientje van Veldhoven-van der Meer (D66)
Uiteraard is dat keurmerk maar één element, een knopje om aan te draaien. Met dat keurmerk gaan wij niet de werkelijke veranderingen in het systeem bewerkstelligen. Op die veranderingen in het systeem doelt D66 met de omschakeling naar de boer als kwaliteitsproducent. De haalbaarheid daarvan, ook in economische termen, hangt ook heel sterk samen met de mogelijkheid om uit de markt een betere prijs te krijgen voor die producten. Dus wij zijn het eens met de analyse van de Partij voor de Dieren dat wij met alleen dat Beter Leven keurmerk niet het hele systeem gaan veranderen. Wij willen ook een structurele hervorming, maar dit is iets waarmee wij wel snel zouden kunnen beginnen en wat helpt om aan één van die knoppen een draai te geven, namelijk de keuze van de consument. De topsector agrofood is innovatief. Nederland is hierin heel sterk en dat is ook iets waarop wij trots mogen zijn. Maar de ontwikkeling van veel nieuwe producten leidt nog niet automatisch tot gemakkelijke toelating tot de markt. Een voorbeeld hiervan zijn vleesvervangers op basis van plantaardige eiwitten. De kosten van die vleesvervangers zijn in vergelijking met vlees nog relatief hoog. Dat is ook niet onlogisch omdat het volume nog klein is en de keten nieuw. Welke mogelijkheden ziet de staatssecretaris om eventuele ketenvorming te faciliteren? Hoe staat het met de novel food directive, die van belang is voor de toelating van nieuwe vleesvervangende producten op de markt? Zet de staatssecretaris zich actief in voor het afronden hiervan in Brussel? Alles samen nemend, ziet D66 vooral kansen voor Nederland en voor de topsector agrofood. Wij kunnen dingen wijzigen en wij kunnen daarmee ook de economische rationaliteit in het oog houden. Maar laten wij gebruikmaken van de beschikbare kennis van de topsector en vooroplopen in de verduurzaming van de voedselproductie. Laat dat zijn waarom Nederland bekendstaat. Daarnaast vindt D66 dat wij ons zullen moeten realiseren dat het huidige eetpatroon iets is waarin logischerwijze ook wijzigingen zullen optreden. D66 doet dat liever niet via een van bovenaf door de overheid opgelegde eiwitgrens, maar wel door burgers te prikkelen om de werkelijke kosten te betalen, inclusief de milieukosten, inclusief de kosten voor dierenwelzijn, van het voedsel dat zij kiezen. Wij willen maatregelen nemen die de consument zullen prikkelen om een andere, duurzamer keuze te maken in de winkel. Ik ben benieuwd naar de ambities van de staatssecretaris en naar zijn antwoorden.
18 januari 2012 omstreeks 14:14 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Debatitem
Ik ben benieuwd -- heel Nederland is benieuwd -- hoe de D66-fractie dat wil bereiken.
18 januari 2012 omstreeks 14:18 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Debatitem
Stientje van Veldhoven-van der Meer (D66)
Ik heb heel veel dingen gezegd in mijn betoog. Waar doelt de CDA-fractie dan precies op?
18 januari 2012 omstreeks 14:18 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Debatitem
Aan het slot van uw betoog zei u uitdrukkelijk: wij willen er een aantal instrumenten voor inzetten om die prikkel te krijgen. U hebt een aantal schilderingen gegeven. In het verleden hebt u wel eens gezegd: er moet gewoon een taks komen, een vettaks. Dat hoor ik mevrouw Van Veldhoven nu allemaal niet meer zeggen. Ik ben dus benieuwd wat D66 nu precies wil op dit vlak.
18 januari 2012 omstreeks 14:18 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Debatitem
Stientje van Veldhoven-van der Meer (D66)
Wij zouden het logisch vinden als er zoiets kwam als een vleestaks. Daarmee laat je immers de burger die de kosten veroorzaakt, voor die kosten ook betalen. De opbrengst van de vleestaks komt terecht in de algemene middelen. Daaruit kan een aantal kosten worden betaald die nu ook al uit de algemene middelen worden betaald. Als er andere instrumenten zijn die datzelfde bewerkstelligen, dan vind ik dat prima. Je kunt het bijvoorbeeld zoeken aan de andere kant van de keten, bij de mestverwerking. Wij zouden kunnen zeggen: waar de milieukosten zich voordoen, gaan wij heffingen wat ophogen. Er zijn dus verschillende modellen denkbaar. Het gaat mij niet zozeer om het exacte instrument, als wel om het werkelijk doorrekenen in de prijzen. Ik ben bereid om ook met het CDA constructief te bekijken hoe wij dat zo optimaal mogelijk en met zo min mogelijk administratieve lasten kunnen invullen. Zo kent het CDA mij. Ik vind echter dat er een rechtvaardiger verdeling moet komen van deze kosten over de mensen die deze veroorzaken.
18 januari 2012 omstreeks 14:19 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Debatitem
Vindt de D66-fracctie dat daarbij rekening moet worden gehouden met het gelijke speelveld in Europees verband? Een groot deel van de Nederlanders woont langs de grens. Daarmee hebben consumenten en ondernemers te maken.
18 januari 2012 omstreeks 14:21 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Debatitem
Stientje van Veldhoven-van der Meer (D66)
Nee, wij vinden niet dat daarmee per se rekening moet worden gehouden. Er zijn mondiale vraagstukken, er zijn economische principes die in ieder geval binnen de interne markt hun werking hebben, maar er is ook een stukje lokale verantwoordelijkheid en morele afweging. Het is aan ons om die morele afweging te maken en daarbij vast te stellen of wij bijvoorbeeld bepaalde productiemethoden wel of niet in Nederland willen hebben. Ik wil niet zeggen dat als wij besluiten dat wij een bepaalde productiemethode in Nederland niet willen hebben, die productiemethode dan uit de wereld is verdwenen. Nee, natuurlijk niet! Je gaat immers alleen maar over wat er in je eigen land gebeurt. Daarvoor ben je echter verantwoordelijk. Ik zie kansen in andere productiemethoden. Daarmee kunnen wij een stap zetten in de verduurzaming. Dan zijn wij niet meer de kiloknallerproducent van Europa. Als onze ondernemers kunnen leven van het produceren van kwaliteitsproducten, is er echter sprake van een win-winsituatie.
18 januari 2012 omstreeks 14:21 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Debatitem
Als dus een Twentse huisvrouw -- wetend dat de Nederlandse en Twentse varkensboeren door de invoering van de vleestaks hun bedrijven kunnen sluiten -- straks naar de ALDI in Gronau gaat om daar het vlees te kopen dat net over de grens is geproduceerd onder slechtere omstandigheden dan de Nederlandse, dan zegt D66: dat moet kunnen en dat is misschien een interessante lijn. Is dat wat mevrouw Van Veldhoven wil zeggen?
18 januari 2012 omstreeks 14:23 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Debatitem
Stientje van Veldhoven-van der Meer (D66)
Volgens mij is voor de CDA-fractie de werking van de interne markt nog niet helemaal helder. Nederland heeft geen enkele mogelijkheid om dat Duitse vlees uit de Nederlandse supermarkten te weren. De Twentse huisvrouw die ervoor zou kiezen om nog steeds die kiloknaller te kopen, kan dat vlees gewoon in de eigen supermarkt om de hoek blijven kopen. Dat is geen enkel probleem. De vraag is echter of wij in Nederland, een land waarin 17 miljoen mensen wonen, ons geld willen verdienen met het produceren van kiloknallers, wat allerlei milieueffecten en effecten op de gezondheid van deze Nederlanders kan hebben. Of kiezen wij er in Nederland voor om onze boeren te stimuleren om hun geld op een andere manier te verdienen, namelijk met producten waarvoor niet ook nog een soort subsidie nodig is? De kosten van de bestrijding van de milieueffecten die bepaalde producten met zich meebrengen, worden immers via de algemene middelen afgewenteld.
18 januari 2012 omstreeks 14:24 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Debatitem
Ik geef nu het woord aan mevrouw Ouwehand, die mevrouw Thieme vervangt tijdens dit debat.
18 januari 2012 omstreeks 14:25 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Debatitem
Voorzitter. Niets heeft zo veel impact op de leefbaarheid van de aarde als ons dagelijks brood. Eten wij een broodje paling, dan zijn wij de laatste exemplaren aan het oppeuzelen van een met uitsterven bedreigde diersoort. Je zou het bestellen van een broodje paling kunnen vergelijken met het bestellen van een broodje panda. Eten wij een broodje bal, dan hebben wij vlees gekocht uit een sector die wereldwijd verantwoordelijk is voor massaal verlies van dieren- en plantensoorten. 30% tot 40% van het verlies van de biodiversiteit en de natuurlijke hulpbronnen die wij zo hard nodig hebben om te overleven op deze aarde, wordt immers veroorzaakt door de veehouderij. Geen enkele andere sector stoot meer broeikasgassen uit en pikt zo veel oppervlakte van de aarde in, dan de sector die zorgt voor de dagelijkse ballen gehakt, hamlappen en kipkluifjes in het rijke Westen. Het is een sector die als neveneffect heeft dat er voor een miljard mensen op de wereld onvoldoende voedsel beschikbaar is. Eten wij een broodje hummus, dan lijkt er aanzienlijk minder sprake te zijn van nare bijsmaakjes. Het leegvissen van de zeeën, het op elkaar pakken van dieren in gigaschuren, de mest die ons land overspoelt en onze bodem en ons water vervuilt; wij vervuilen en vernietigen ons eigen nest door de manier waarop wij omgaan met ons voedsel. Steeds meer wetenschappers, denktanks, maar zeker ook steeds meer gewone mensen in onze samenleving zien in dat het zo niet langer kan.Het moet dan ook anders. Dat was ook het uitgangspunt van het onderzoeksvoorstel van de PvdD. Dat heeft ertoe geleid dat het Nederlandse parlement zich heeft gebogen over de grote en urgente duurzaamheidvraagstukken in relatie tot ons voedsel. Voorzitter, u zei het al, ik vervang mijn collega Marianne Thieme. Zij was lid van een klankbordcommissie, maar mijn dank gaat uit naar de gehele commissie. Deze commissie heeft veel werk verricht. Ze is een jaar lang in gesprek geweest met wetenschappers, ook met de staatssecretaris, om veel feiten en meningen naar boven te halen. Ik ben er trots op dat dat heeft geleid tot dit debat.De belangrijkste vraag van het onderzoek is of je de productieketens, de manier waarop wij het voedsel dat wij gewend zijn te nuttigen, zo kunt verduurzamen dat we allemaal wel genoeg te eten hebben op deze wereld, dat de aarde er niet langer door opwarmt, dat we geen planten en diersoorten laten uitsterven en dat we geen dieren meer mishandelen voor onze lekkere trek. Als je blijft uitgaan van het huidige consumptiepatroon, dan gaat dat niet lukken. Het onderzoek bevestigt de noodzaak om te sturen op een andere manier van consumeren. Het rapport en de rondetafelgesprekken laten zien hoe moeilijk het is om zowel de bio-industrie te verduurzamen als de biologische landbouw verder te stimuleren. Wat betreft de veehouderij doen zich wat dat betreft problemen voor. Het verduurzamen van enorme ketens -- bij de kolossen gaat het moeizaam -- verloopt traag en er gaat veel energie in zitten. In elk geval is duidelijk dat de externe kosten van de productie van vlees, van de kiloknallers, maar ook van biologisch vlees en zuivel, hoog zijn. Je betaalt in de supermarkt een paar euro voor een pakje vlees, maar de kosten die worden gemaakt om de klimaatveranderingen op te vangen, om de vervuiling van lucht, water en bodem en de vernietiging van natuur weer ongedaan te maken, worden door anderen opgehoest, door de Nederlandse belastingbetaler bijvoorbeeld, maar ook door kleine boeren in ontwikkelingslanden. Hoe hoog die kosten precies zijn, bleek lastig tot achter de komma te berekenen in het tijdsbestek dat de onderzoekers hebben gekregen, maar het is duidelijk dat ze aanzienlijk zijn, zeker als je de enorme risico's in ogenschouw neemt die de veehouderij met zich brengt voor de volksgezondheid.
18 januari 2012 omstreeks 14:25 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Debatitem
Er is inderdaad sprake van een fors verschil tussen de echte kosten en alle kosten -- ik zeg het even op deze manier -- maar is mevrouw Ouwehand het met mij eens dat er ook sprake is van een "tekort" dat de boer zou moeten krijgen voor het werk in zijn bedrijf?
18 januari 2012 omstreeks 14:32 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Debatitem
Absoluut. De PvdD zegt als eerste dat voedsel geld kost en dat degenen die zorgen voor ons dagelijks voedsel dat op een zodanige manier moeten kunnen doen dat ze met inachtneming van hun eigen ethische principes een goede boterham kunnen verdienen, zodat zij normaal kunnen leven, zonder dat de kosten worden afgewenteld op klimaat, natuur en dierenwelzijn. Wij zeggen ook als eerste tegen de consument dat eten geld kost. In de jaren zeventig waren we nog gewend om ongeveer 30% van ons inkomen uit te geven aan voedsel, maar inmiddels is dat gekelderd naar 12%. Dat percentage mag wat ons betreft wel weer wat omhoog.De noodzaak van een eiwittransitie, van dierlijke naar plantaardige eiwitten, wordt, wederom, benadrukt en onderbouwd. Dat is de grootste winst die kan worden behaald. Hier ligt de winst als je je voedselproductie en -consumptie wilt verduurzamen. Dat bleek het afgelopen jaar uit rondetafelgesprekken en de gesprekken die de klankbordcommissie met experts, het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld, heeft gevoerd. Om verduurzaming te realiseren, is het eenvoudiger en sneller om in te zetten op een verandering van wat mensen eten dan om in te zetten op een kleine verbetering van het productieproces. Een heffing op dierlijke eiwitten of een vettaks zou daarbij kunnen helpen. Dat zou niet alleen goed zijn voor het milieu, maar ook voor de gezondheid van de consument. Het is bizar dat ongezond, vet eten goedkoper is dan gezond voedsel. Die perverse prikkel zou je dus kunnen omkeren door het invoeren van een vettaks. Daar hebben ook het RIVM en de raad voor de volksgezondheid afgelopen jaar bepleit. Het kwam ook naar voren in de rondetafelgesprekken. De heer Dietz van het Planbureau voor de Leefomgeving merkte op: "De overheid kan een mogelijkheid tot bezuinigingen combineren met iets goeds doen voor het milieu. Grijp die kans, zo zeg ik tegen de staatssecretaris.Ook belangrijk is het feit dat wij hebben geconstateerd dat er impliciete denkkaders aan de orde zijn die wij ter discussie zouden moeten stellen. Denkkaders die inhouden dat je elke dag vlees moet eten, dat vlees goedkoop is, dat je als supermarkt enorme porties onder de kostprijs mag aanbieden om klanten binnen te lokken, maar ook dat het normaal is om aardbeien te eten in de winter of sperzieboontjes te laten invliegen vanuit Kenia en dat het normaal is dat een pak melk minder kost dan een fles water. Het veranderen van deze denkkaders van de ene op de andere dag is uiteraard niet mogelijk. Wij moeten er echter wel mee aan de slag. Als politici hebben wij hierin een voorbeeldfunctie te vervullen.Henriëtte Prast van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid heeft het afgelopen jaar terecht op het festival Lowlands betoogd dat vegetarisme de sociale norm moet worden en de vleeseter de uitzondering. Dat betekent dat de eerste keuze vegetarisch is. De keuze voor vlees verdwijnt daarmee niet, maar de norm verschuift, en daarmee is winst te boeken.Het consumentengedrag zal actief beïnvloed moeten worden en daar zal de politiek zich actief mee moeten bemoeien. Het bewustwordingsproces moeten wij overal gaan zien. Neem een kilo vlees. Als je uitgaat van een gezonde en verantwoorde consumptie, met hoeveel mensen moet je thuis dan zijn om die kilo op te eten? Met meer dan dertien mensen. Hoeveel gezinnen van dertien of veertien personen kennen wij nog?Ik vraag de staatssecretaris om in overleg te treden met de supermarkten om te kijken of er iets mogelijk is wat betreft de verpakkingsgrootte en de recepten die in de magazines en de winkels worden aangeboden. Kleinere porties scheelt ook veel weggooien van voedsel, en dat zou dit kabinet moeten aanspreken. Ik vraag de staatssecretaris ook om te overleggen met de horeca, met de restaurants. Waarom is het in nergens in Nederland gangbaar om een doggybag te vragen als je iets hebt overgehouden na je lekkere maaltijd?Waarom vinden wij het normaal om eten weg te gooien? Vegetarisch eten kan prominenter op de kaart worden gezet in de restaurants. Of wat te denken van integrale etiketten? Dan kun je zien of het product dat je van plan bent te kopen, aan de andere kant van de wereld is gemaakt of misschien dichter bij huis, en wat de duurzaamheidseffecten daarvan zijn.Er is veel winst te behalen. Wat is de ambitie van de staatssecretaris en welke rol speelt de staatssecretaris hierin? Ik vraag hem vooral, die rol te pakken.Naast het beïnvloeden van de consumenten moeten wij natuurlijk ook de producent in staat stellen duurzaam te produceren. Dit kabinet heeft het vaak over een level playing field, maar stimuleert in de praktijk niet een milieuvriendelijke productiewijze. Het kabinet schaft de subsidies hiervoor af en houdt de milieuschadelijke subsidies in stand. Dat kan natuurlijk niet. Zelfs Unilever zegt dat alle subsidies van de overheid moeten zijn gekoppeld aan duurzaamheid. Een kabinet dat trots is op Unilever, zou daarnaar moeten luisteren.Het afschaffen van het Groenfonds doet de ontwikkeling naar verduurzaming van voedsel ook geen goed. Kan de staatssecretaris zeggen dat hij daar spijt van heeft en dat hij zijn best zal doen het Groenfonds in ere te herstellen?Ik sluit af met de woorden van twee prominenten van de partij van de staatssecretaris. De heer Wijffels heeft gezegd: "Voeding heeft nog een bijzonder effect. Voeding is de meest intieme relatie tussen de mens en de natuur". Ik denk dat daarin veel waarheid zit. De heer Lubbers adviseert de burger eens een keer geen vlees te eten. Ik hoop dat de staatssecretaris het voorbeeld van deze prominenten wil volgen. Mes en vork zijn de belangrijkste wapens in de strijd tegen dierenleed, tegen klimaatverandering, tegen honger in ontwikkelingslanden en tegen verlies van de natuur. Ik daag de staatssecretaris uit om die wapens op te pakken.
18 januari 2012 omstreeks 14:33 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Debatitem
Ik zal de complimenten van de fractie van de Partij voor de Dieren meenemen naar onze voorlichter, die altijd een doggybag bij zich heeft.
18 januari 2012 omstreeks 14:43 via Economische dimensie verduurzami... - Link - Delen
Titel: Economische dimensie verduurzaming voedselproductie
Omschrijving: Economische dimensie verduurzaming voedselproductie.
Vergadering: Nummer (18 januari 2012)
Voorzitter: Martin Bosma
Disclaimer: Uit deze ongecorrigeerde tekst mag niet worden geciteerd. Aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend.
Sprekers in dit debat:
“Onze medewerkers moeten eerst op training voordat ze ons intranet begrijpen. Dat moet toch beter kunnen!”
Wolq helpt om software en het web gebruiks-vriendelijker te maken. Zo bespaart u veel geld op trainingen. Ook bedenken wij innovatieve oplossingen, zoals Publitiek, voor complexe vraagstukken.
Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen?