Benoeming van de Voorzitter

Debat in de Tweede Kamer op 22 juni 2010

  1. Wij gaan in debat met de kandidaten voor de functie van Voorzitter van de Tweede Kamer. In vak-K hebben beide sollicitanten plaatsgenomen, mevrouw Verbeet en de heer Aptroot. Na de eerste termijn van de kant van de Kamer zal ik het lot laten beslissen in welke volgorde de kandidaten op de vragen vanuit de Kamer gaan antwoorden. Ik geef eerst het woord aan de Kamer om die vragen te stellen. Als eerste is het woord aan de heer Bosma.

    22 juni 2010 omstreeks 16:03 via Benoeming van de Voorzitter - Link - Delen

  2. Martin Bosma (PVV)

    Voorzitter. Het kiezen van een voorzitter is altijd een feestje. Wie er ook wint, wij tonen aan dat wij de baas zijn over onszelf, dat niemand de Kamer de wet voorschrijft, behalve de Grondwet, en dat we dus ook onze eigen leiding kiezen. Die positie is waardig voor dit lichaam in de democratie.

    Ik wil om te beginnen de twee kandidaten even alle eer bewijzen. Ik dank hen voor de bereidheid om deze publieke sollicitatieprocedure te ondergaan. In 2002 deden wij dit voor het eerst op deze manier, in alle openbaarheid, hier in de plenaire zaal. Inmiddels is het traditie geworden en wat de PVV-fractie betreft, blijft dat ook zo. Ik dank de beide kandidaten ook voor hun brieven. De PVV wordt er vaak van beschuldigd, met simpele oplossingen te komen. Ik zal dat vooroordeel vandaag met veel plezier bevestigen. Wij willen het niet moeilijker maken dan het is: de beste moet het worden, lidmaatschap van een partij is minder belangrijk. De afgelopen jaren is mevrouw Verbeet ons voorgegaan. Zij heeft ons met veel schwung geleid en ook in het openbaar waardig vertegenwoordigd. Zij verdient daarvoor alle lof. De PVV geeft evenzeer graag jong talent een kans en hoort graag wat de ideeën van collega Aptroot zijn. De derde fractie van deze Kamer -- wat voelt het heerlijk om dat nog eens te zeggen -- laat zich graag verrassen. Zeker onze nieuwe leden zakken wat dieper in hun zetels en volgen dit alles met extra veel belangstelling. Wat ons betreft, mag de beste winnen.

    Wij horen om te beginnen graag, welke toekomstplannen de kandidaten hebben voor de Kamer, tenslotte toch het hoogste lichaam in onze democratie. Waar moet dit stukje van de Staten-Generaal zijn over tien jaar? In het verleden werden nog wel eens nieuwerwetse fratsen vernomen, zoals het plan dat de Kamer op allerlei plaatsen in Nederland zou moeten vergaderen. De Staten-Generaal komen naar je toe deze zomer. Daar is gelukkig niets meer van vernomen, maar mijn fractie wil toch weten wat voor ideeën de beide kandidaten hebben over deze Kamer. De heer Aptroot gaf een intrigerend voorproefje in zijn brief. Hij schrijft: ik vind dat de Kamer beter kan en moet functioneren. Wij zijn erg benieuwd naar een nadere uitwerking daarvan.

    Heel belangrijk is natuurlijk de vraag hoe de volgende voorzitter ons sterker maakt tegenover onze tegenspeler, het kabinet. Ooit schreef Kamervoorzitter Anne Vondeling een boekje met de titel "Tweede Kamer, lam of leeuw"? Om welk beestje het ook gaat, hoe zorgt de nieuwe voorzitter ervoor dat het wat meer tanden krijgt? Bijvoorbeeld willen ministers nog wel eens proberen om weg te komen met het niet-beantwoorden van vragen uit de Kamer. Hoe willen de kandidaten ervoor zorgen dat bewindspersonen hier altijd het achterste van hun tong laten zien? Hoe staan we samen sterker tegenover de coalitie? Hoe zorgt de Kamervoorzitter dus voor een versterking van het dualisme? Dat kan betrekking hebben op het niet-beantwoorden van vragen, maar ook op de soms ellenlange betogen van bewindspersonen, waarin geen gemeenplaats wordt geschuwd en geen open deur niet wordt ingetrapt, zonder dat daaruit veel informatie valt te destilleren. Uiteraard is deze vraag een stuk minder van belang als de PVV aan de macht komt.

    De volgende discussie hoort wellicht eerder thuis in de commissie voor de Werkwijze der Kamer of in het Presidium, maar mijn fractie hoort graag de mening hierover van beide kandidaten. Hoe staan de kandidaten tegenover de regel dat er steun van 30 zetels nodig is voor een spoeddebat? Willen de beide kandidaten zich daar in de toekomst hard voor maken of zeggen zij dat het wel wat minder kan met het aantal spoeddebatten?

    Het is ook de vraag of de kandidaat bereid is de functie voor de volle periode te vervullen. Nu kabinetten het veelal een stuk minder lang uithouden dan vier jaar, is dat misschien iets minder van belang geworden. Wij willen het echter toch graag weten. Zijn beide kandidaten bereid en van plan om de periode vol te maken?

    De voorzitter zit niet alleen voor, maar is ook nauw betrokken bij het Kamerbedrijf. De Kamer is groter dan de plenaire zaal. Het vormgeven aan die structuur, uiteraard in overleg met de staf, is een zwaarwegende zaak. Over welke managementcapaciteiten menen de beide kandidaten te beschikken om die taak daadwerkelijk te kunnen uitvoeren?

    Bij de Partij voor de Vrijheid bestaat waardering voor de manier waarop mevrouw Verbeet de afgelopen jaren actief was. Ik zei dit al eerder. Ik maak de Kamer echter toch graag deelgenoot van een piepklein gevoel van onbehagen dat in de warme boezem van mijn fractie bestaat. Het is onze indruk dat de huidige voorzitter bij het onderwerp massa-immigratie toch meer op het vinkentouw zit en een tikje meer geneigd is om de sprekers van de PVV in toom te houden, voor zover dat nodig is, terwijl andere parlementariërs wat meer de vloer krijgen. Dit kan inbeelding zijn, maar juist hierover moet zonder taboes gesproken worden. Dit geldt eigenlijk voor alle onderwerpen. Ik herinner eraan dat Filips de Goede de Staten-Generaal heeft opgericht in 1464 om de kruistochten te organiseren. De Staten-Generaal heeft dus van oudsher iets met de islam. Dit geeft nogmaals aan dat wij dit onderwerp voluit moeten kunnen bespreken, al was het alleen om onze stichter Filips de Goede van Bourgondië die zelf naar het Heilige Land is getrokken, te eren.

    In een beetje sollicitatieprocedure zit een mooie casus: wat zou u doen als? Beste kandidaten, stel dat een Kamerlid de dubbele nationaliteit van een bewindspersoon aanroert -- dat Kamerlid kan Fritsma heten, maar dat is niet direct nodig -- wat zou u doen als u op dat moment de hamer hanteert? Vraagt u de spreker om zijn woorden terug te nemen? Stelt u voor, hem het woord te ontnemen of vindt u dat dit onderwerp moet kunnen worden besproken?

    Wat ons betreft moet een voorzitter voorzitten en dus elk debat leiden, als het even kan. Een voorzitter is ook maar een mens, dus dit kan niet altijd. Het is soms een lange zit. Wat de Partij voor de Vrijheid betreft is echter het hanteren van de hamer de corebusiness van een voorzitter. Hebben de kandidaten daarom een maximale toewijding aan juist die taak, namelijk om hier in de plenaire zaal actief te zijn?

    Wij zijn een parlement met een rijke geschiedenis. Ik stipte dat net al even aan. Ik denk in dit verband aan onze stichting in de Zuidelijke Nederlanden, in onze geboortestad Brugge, aan onze tijd in Brussel, waar wij tot volle wasdom kwamen aan de zijde van Willem van Oranje en aan onze tijdelijke vestiging in Antwerpen tot de val van die stad. Als ik hier in de zaal rondkijk, is daar niets van terug te zien. Deze zaal zou op elke plek in de wereld kunnen staan. Dit had ook het praathuis kunnen zijn van elk willekeurig land of elke willekeurige vereniging. Wij zijn mijns inziens het enige parlement ter wereld dat niet laat zien van welk land het parlement is. In veel parlementen zijn krachtige symbolen te zien: de vlag, het wapen of een schilderij van iemand uit zijn geschiedenis. Hoe staan de kandidaten daar tegenover? Volgens mijn partij is het goed als de voorzitter positief staat tegenover die mooie Nederlandse symbolen. Die herinneren ons immers eraan voor welk land wij opkomen. Wat willen de kandidaten in het werk stellen om duidelijk te maken dat dit het parlement van Nederland is?

    In het verlengde daarvan heb ik nog een opmerking. Helaas wappert op het dak van dit gebouw de vlag van de Europese superstaat. Wij zien binnen dit gebouw soms meer symbolen opduiken van het EU-nationalisme. Mijn partij vindt dat dit soort zaken vooral te zien moet zijn in Brussel en niet hier. Als er zo nodig een EU-symbool in dit gebouw geplaatst moet worden, laat het dan een bodemloze put zijn. Dat is ook leuk voor de kinderen. Ik vraag daarom aan de kandidaten of ons mooie gebouw straks het toneel wordt van veel meer symbolen van het EU-nationalisme. Of is die vlag meer dan genoeg. Zien wij hier straks overal sterretjes?

    Ik wens de beide kandidaten veel succes bij de beantwoording. Nogmaals, moge de beste winnen!

    22 juni 2010 omstreeks 16:03 via Benoeming van de Voorzitter - Link - Delen

  3. Jeroen Dijsselbloem (PvdA)

    Voorzitter. Ik dank de beide collega's voor hun kandidatuur. Een open kandidaatstelling en wat ons betreft ook een vrije stemming maken dit proces open en democratisch. Zo hoort het in dit huis. Tegelijkertijd is dit ook een ongewis proces voor de betrokkenen. Alleen al om die reden verdienen zij lof en waardering.

    De profielschets die er ligt, is helder en beknopt. Deze is ook niet aangepast na de laatste aanpassing van vier jaar geleden. De functie van Kamervoorzitter ontwikkelt zich echter wel verder. Nieuwe tijden stellen de voorzitter voor nieuwe uitdagingen. Zo lieten de omgangsvormen in de Kamer de afgelopen periode bij tijd en wijle te wensen over, soms ook in de richting van de voorzitter. Er waren veel verzoeken tot spoeddebatten; de voorzitter moest zelfs een wachtlijst aanleggen om het gewone Kamerwerk niet in de verdrukking te laten komen. Een en ander kwam het aanzien van de Kamer niet altijd ten goede.

    De Kamervoorzitter heeft ook de komende jaren een belangrijke rol in het weer versterken van het gezag en de positie van de Kamer. In het licht van de grote doorstroming schenkt de profielschets terecht veel aandacht aan ervaring. Opnieuw zal, in onze ogen, de voorzitter het evenwicht moeten bewaren tussen ervaring en vernieuwing, ook in het Reglement van Orde en het bewaken van onze gebruiken. In de profielschets is in 2006 op initiatief van de heer Pechtold toegevoegd het criterium "vernieuwingsgezind". Anderen voegden daar toen weer snel aan toe "gericht op verbetering". Niet elke vernieuwing is immers per definitie een verbetering. Hier is wel een relativering op zijn plaats. De voorzitter kan niet meer dan de meerderheid en het Reglement van Orde haar of hem toestaan. Dat geldt in de dagelijkse gang van zaken, maar zeker ook bij de introductie van vernieuwingen. Verbeteringen in ons werk zijn daarom een opdracht aan ons allemaal. Natuurlijk heeft de voorzitter daarbij een bijzondere verantwoordelijkheid.

    Het parlement zag en ziet zich de komende jaren gesteld voor verschillende uitdagingen. Ik zou graag de visie van de kandidaten horen op ten minste de volgende drie. Mijn eerste punt betreft het aanzien van de Kamer. Hoe kijken zij daar tegenaan? Moeten wij daar somber over zijn? Hoe zouden zij dat willen versterken? Mijn tweede punt is de positie van de Kamer ten opzichte van het kabinet. Dat is een essentieel punt dat bijna dagelijks moet worden bewaakt. Mijn derde punt is dat de Kamer als huis van de democratie open en transparant moet zijn en dat wij tegelijkertijd steeds vaker te maken hebben met vraagstukken van veiligheid. Daar zit spanning tussen. Beide zullen moeten worden bewaakt. Ik vraag de kandidaten naar hun visie daarop vanuit de rol van de voorzitter.

    Ik heb een aantal specifieke vragen aan de heer Aptroot. Ik dank hem voor zijn brief. Het is een duidelijke brief met een duidelijk accent op het belang van bedrijfsvoering. Waar hij minder over zegt, is de rol van de Kamervoorzitter als externe vertegenwoordiger. Die valt -- zo zou men kunnen zeggen -- uiteen in drie delen, namelijk de voorzitter als gezicht van de Kamer naar de hele samenleving toe, de voorzitter als vertegenwoordiger van het parlement in het buitenland -- dat is niet onbelangrijk -- en het steeds opkomen voor de positie van de Kamer in relatie tot het kabinet. Op dat laatste punt zou ik de heer Aptroot een vraag willen stellen. Er is een langlopende discussie die nog niet is beslecht -- die zal waarschijnlijk nooit worden beslecht -- over de embargoregeling, de mogelijkheid die de Kamer heeft om tijdig de stukken te kunnen inzien om zich te kunnen voorbereiden op haar werk. Wat gaat hij op dat punt doen om de positie van de Kamer te bewaken? Wat is zijn visie op dualisme?

    De heer Aptroot schrijft in zijn brief dat vragen altijd moeten worden beantwoord en dat hij dat gaat bewaken. Dat is een zeer terecht punt. Een voorliggende vraag is natuurlijk wanneer een antwoord een antwoord is en hoe hij dat gaat beoordelen. De ministers gaan immers uiteindelijk over hun eigen antwoord. Hoe gaat hij ervoor zorgen dat de goede antwoorden worden gegeven? Dat is een interessante uitdaging.

    In zijn brief schrijft hij verder dat het functioneren van de Kamer beter kan en moet. Hij heeft het daarbij over de inrichting en het verloop van de vergaderingen. Kan hij daar nader op ingaan? Wat zijn bijvoorbeeld zijn ideeën ten aanzien van het vragenuur -- ziet hij op dat punt nog mogelijkheden tot verbetering en, zo ja, welke? -- en ten aanzien van de spoeddebatten. Met name in het licht van het belang dat ook minderheden in deze Kamer hun inbreng moeten kunnen leveren en zaken moeten kunnen agenderen, zie ik uit naar zijn reactie op het punt van de spoeddebatten.

    Hoe kijkt de heer Aptroot aan tegen de uitkomsten van het proces van de zelfreflectie? Op welke wijze is hij van plan om die discussie verder te brengen?

    Een vraag aan beide kandidaten betreft de verdeling van het budget -- daar zit een voortdurende spanning -- tussen enerzijds de fracties of de individuele leden en anderzijds de Kamerorganisatie. Wij hebben bijvoorbeeld vaak gepleit voor versterking van de onderzoeksfunctie. Hoe gaan de kandidaten dat evenwicht en die verdeling bewaken? Ik hoor graag hun beider reacties daarop.

    Ik heb tot slot nog enkele vragen aan de huidige voorzitter, mevrouw Verbeet. Zij heeft het voortouw genomen in het proces van zelfreflectie, na een motie van de heer Schinkelshoek. Hoe kijkt zij daarop terug? Wat zijn volgens haar de belangrijkste conclusies die zijn te trekken uit dit proces en, vooral, hoe moet daarmee worden verder worden gegaan? Hoe gaan wij dit proces van verbetering en vernieuwing verder brengen?

    Mevrouw Verbeet heeft bij herhaling geknokt voor een goede informatievoorziening rond de embargoregeling. Hoe kunnen wij de embargoregeling overeind houden zodat de Kamer goed voorbereid haar werk kan doen?

    Ik dank beide kandidaten bij voorbaat.

    22 juni 2010 omstreeks 16:16 via Benoeming van de Voorzitter - Link - Delen

  4. Gerard Schouw (D66)

    Voorzitter. Het is geweldig om als nieuwkomer een maidenspeech te mogen houden over het hoogtepunt van de democratie in deze Kamer, de verkiezing van de nieuwe Voorzitter. Dat is een belangrijk gegeven. Ik vind het mede namens mijn fractie heel fijn dat er twee geweldige kandidaten zijn, die ook nog beiden fantastische brieven hebben geschreven met de meest prachtige beloften.

    De fractie van D66 vindt dat de Voorzitter van deze Kamer moet zorgen voor vier dingen. Het eerste is de kwaliteit van het debat. Dat punt is net al even aan de orde geweest. Dat gaat het ook om taalverruwing of om wat in de campagne is gaan heten "gehakketak". Het zou fijn zijn als de Voorzitter daar streng, alert en degelijk op is.

    Het tweede wat de Voorzitter moet doen, is kritisch kijken naar de bestaande cultuur, de bestaande werkwijze van deze Kamer, juist om - zoals de vorige spreker ook zei - de gezagspositie van deze Kamer op te poetsen. Daaraan zal iets moeten gebeuren. Wij hebben het net al even gehad over het aantal spoeddebatten. Het is natuurlijk wel heel bijzonder dat de vorige Kamer als een soort erfenis nog een aantal spoeddebatten heeft achtergelaten. Dan ga je je toch afvragen wat daar nu zo spoedeisend aan was. Ik zou het ontzettend goed vinden als de nieuwe Voorzitter daar de vinger op legt en zegt: dames en heren, zo gaat dat niet.

    Het derde punt dat de fractie van D66 naar voren wil brengen, is de zelfstandige rol van deze Kamer ten opzichte van het kabinet. Wij vinden dat de Voorzitter in al zijn facetten moet zorgen dat het dualisme hier in de Kamer tot zijn recht komt.

    Het vierde wat ik met mijn fractie heel belangrijk vind - misschien is dat ook een beetje mijn gemankeerdheid, ik kom uit de Eerste Kamer - is ervoor te zorgen dat Europa meer in deze Kamer komt. Europa is een ontzettend belangrijke bestuurslaag. Wij zullen dus veel meer invloed moeten uitoefenen vanuit deze Kamer op die bestuurslaag.

    Wij vinden dus, kort samengevat, dat er echt een vernieuwingsagenda moet komen voor deze Kamer. Ik heb de stukken nog eens bestudeerd rondom de parlementaire zelfreflectie. Volgens mij kan niemand in deze zaal beweren dat alle aanbevelingen en conclusies ook zijn uitgevoerd. Er moet nog heel veel gebeuren en het zou doodzonde zijn als dat een dode letter bleef. Ik heb aan beide kandidaten een viertal vragen op hoofdlijnen.

    Kunt u toezeggen dat u met zo'n vernieuwingsagenda komt, gebaseerd op de conclusies, aanbevelingen en analyses uit de parlementaire zelfreflectie?

    Zo ja, welke concrete maatregelen stelt u dan voor ter realisering van die vernieuwingsagenda? Zou u ook willen toezeggen dat u daar eind september 2010 mee komt? Het is belangrijk dat wij bij de start van deze Kamer daarmee aan de gang gaan.

    Kunt u kort uw visie geven op een dualistische houding van deze Kamer ten opzichte van het kabinet? Uit welke concrete maatregelen kan dat dan blijken?

    Hoe gaat u Europa naar deze Kamer halen?

    22 juni 2010 omstreeks 16:25 via Benoeming van de Voorzitter - Link - Delen

  5. Mijnheer Schouw, ik wil u namens uw collega's graag feliciteren met het feit u hier voor het eerst een speech hebt gehouden. Ik moet u teleurstellen dat ik de vergadering nu niet schors, want dan komt er wel erg veel onrust in dit debat. Wij maken dat op een ander moment goed met u.

    (Geroffel op de bankjes)

    22 juni 2010 omstreeks 16:29 via Benoeming van de Voorzitter - Link - Delen

  6. Margreeth Smilde (CDA)

    Voorzitter. Namens de CDA-fractie wil ik mijn waardering uitspreken voor de opstelling van degenen die zich kandidaat hebben gesteld voor het Kamervoorzitterschap. Ondanks de ambitie is dat toch ook altijd een zaak van een beetje raar gevoel in de buik.

    Voor de CDA-fractie wegen het gezag en de waardigheid van de Tweede Kamer heel zwaar. Naar onze mening zijn die de afgelopen jaren tanend geworden. De woordkeuze en omgangsvormen, maar ook de chaotische ontwikkelingen rond de spoeddebatten, hebben in het land tot onbegrip geleid en soms zelfs de lachlust opgewekt. Naar ons idee is de rol van de Voorzitter hierbij cruciaal. Een Voorzitter hoort boven de partijen te staan en collega-Kamerleden onvermoeibaar en onophoudelijk aan te spreken op een ordentelijke vergaderorde. Daarom willen wij de volgende vragen aan de kandidaat-Voorzitters stellen.

    Hoe ziet u uw rol als Voorzitter, en dan niet algemeen, maar met voorbeelden van hoe iets moet, of juist niet moet, tijdens de vergaderingen? Wat gaat u doen aan de chaotische ontwikkeling van de spoeddebatten? Gaat u initiatieven nemen om daarvoor een betere regeling te treffen? Hoe kijkt u aan tegen de interactie met het kabinet, zowel uw eigen positie in het kabinet als tussen het kabinet en de Kamer? Hoe bewaakt u een correcte opstelling van de Kamerleden tegenover hun gasten in vak-K en ook andersom van de mensen in vak-K tegenover de Kamerleden? Hoe kijkt u aan tegen de afspraken over een embargoregeling met Prinsjesdag? Welke initiatieven neemt u om een sfeer van feedback naar uzelf te creëren? Dit betreft, met andere woorden, het vermogen tot zelfreflectie. Hoe gaat u zich profileren als Voorzitter voor alle Kamerleden?

    De heer Aptroot heeft gesteld dat hij verbeteringen wil doorvoeren ten aanzien van de inrichting en het verloop van vergadering. Hij noemt in dit verband het vragenuur. Kan hij concreet aangeven wat hem daarbij voor ogen staat? Mevrouw Verbeet zegt daarover niets. Ik verneem ook graag haar antwoord op deze vragen.

    22 juni 2010 omstreeks 16:30 via Benoeming van de Voorzitter - Link - Delen

  7. Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie)

    Voorzitter. De fractie van de ChristenUnie ziet de verkiezing van de voorzitter als een belangrijk moment voor de Tweede Kamer, niet alleen voor haar leden maar ook voor al diegenen die in de organisatie van de Kamer hun plek hebben. Dan zijn wij afhankelijk van de Kamerleden die zich voor deze positie beschikbaar stellen. Fijn dat twee leden dat gedaan hebben. Het zou natuurlijk niet gek zijn geweest als zich meer kandidaten hadden aangemeld. Het is immers mooi als er wat te kiezen valt.

    Bij vernieuwingsgezindheid denkt de ChristenUnie aan het voortdurend verbeteren van de informatievoorziening aan de Tweede Kamer. Informatie is immers van cruciaal belang voor het uitoefenen van de belangrijke taak van de Kamer: het controleren van de regering. Wij hebben behoefte aan een adequate informatievoorziening en aan verwerking van informatie, opdat wij deze op een goede wijze kunnen inzetten in de debatten met de regering. Daarom een vraag aan beide kandidaten. Welke nieuwe dingen wilt u gaan ondernemen? Welk doel hebt u daarbij voor ogen? De ChristenUnie zit namelijk niet te wachten op vernieuwingen om de vernieuwingen.

    Wij verwachten van een voorzitter dat er niet alleen begrip is voor de mogelijkheden van het ambtelijke apparaat -- in de profielschets wordt hier ook over gesproken -- maar ook voor de mogelijkheden en onmogelijkheden van kleinere fracties. De ChristenUnie hecht weinig waarde aan het onderdeel in de profielschets dat bij gelijke geschiktheid de voorkeur uit moet gaan naar een vrouw. Bij de definitieve uitslag van de verkiezingen vorige week dinsdag werd gemeld dat nog nooit zo veel vrouwen zitting hebben genomen in de Tweede Kamer. Verschillende vrouwen zijn met voorkeurstemmen gekozen. Kortom, waar hebben wij het over? De ChristenUnie wil een goede voorzitter die zowel in- als extern als het boegbeeld van de Kamer weet te opereren.

    Ik heb nog enkele vragen. Het is voor onze fractie moeilijk kiezen. Ik zie dat de kandidaten een pen in de aanslag hebben. Misschien kunnen ze elkaar eens diep in de ogen kijken en bedenken welke sterke eigenschap ze in hun tegenkandidaat zien. De ChristenUnie hoort graag hun reactie.

    Dan het proces van zelfreflectie. Door verschillende sprekers is het al genoemd. Mevrouw Verbeet gaat er in haar brief wat explicieter op in. Men name van de heer Aptroot wil ik graag horen hoe hij het proces van zelfreflectie beoordeelt dat in de vorige Kamerperiode heeft plaatsgevonden. Wat wil hij daarmee gaan doen?

    Mevrouw Verbeet heeft het in haar brief over betere methodes om actuele zaken te agenderen. Betekent dit dat zij de 30 ledenregeling wil aanpakken? De heer Aptroot gaat hier in zijn brief niet expliciet op in. Ik wil graag van hem horen hoe hij tegenover de spoeddebatten staat. In ieder geval kan het op de sympathie en steun van de ChristenUnie rekenen als deze regeling wordt aangepakt.

    22 juni 2010 omstreeks 16:33 via Benoeming van de Voorzitter - Link - Delen

  8. Ineke van Gent (GroenLinks)

    Voorzitter. Laat ik mijn bijdrage beginnen met het wijden van een enkel woord aan de heer Schouw. Volgens traditie -- bij een bijzondere gelegenheid als deze wordt dat weleens vergeten -- wil ik hem namens de Kamer feliciteren met zijn maidenspeech. Ik zie uit -- volgens mij geldt dit ook voor mijn collega's -- naar de goede samenwerking. Het betoog van de heer Schouw was doorspekt van bestuurlijke vernieuwing. Hij merkte fijntjes op dat zijn fractievoorzitter nog iets in de profielschets heeft gekregen met betrekking tot vernieuwingsgezindheid gericht op verbetering. Zo kennen wij D66 weer. Ik wil de heer Schouw heel veel succes wensen in de Tweede Kamer.

    Voorzitter. Ik schakel nu over naar een mooie, jonge traditie in de Tweede Kamer. Zelf heb ik het een paar keer mogen meemaken: de sollicitatie naar het voorzitterschap van de Tweede Kamer. De GroenLinks-fractie vindt het heel belangrijk dat Kamerleden hier vrij over kunnen beslissen. Ik zeg het nog maar eens opdat iedereen het weet. Ik heb de profielschets erbij gehaald. Het getuigt van enige moed om zo'n sollicitatieprocedure in te gaan.

    Als je niet moedig genoeg bent om dat te doen, ben je ook niet geschikt als Kamervoorzitter. De GroenLinks-fractie heeft met grote belangstelling de sollicitatiebrieven van beide kandidaten gelezen. Ook de profielschets hebben wij serieus bekeken. Ik stel enige vragen aan de kandidaten.

    Een belangrijke vraag voor ons is hoe de kandidaten denken dat de positie van de Kamer tegenover het kabinet verder versterkt kan worden. Een aantal collega's heeft gesproken over spoeddebatten. Ik moet zeggen dat de GroenLinks-fractie nooit spoeddebatten aanvraagt als dat niet nodig is. Spoeddebatten hebben alles te maken met het versterken van de positie van de Kamer tegenover het kabinet. Het komt vaak voor dat spoeddebatten aangevraagd worden over zaken die in het kabinet spelen. Het is volstrekt logisch dat deze vervolgens door de Kamer worden aangekaart. Dat heeft alles te maken met een sterke positie van de Kamer. Voordat beide kandidaten zeggen: "weg met die spoeddebatten", wil ik graag dat zij ingaan op mijn nuancering ervan.

    Graag wijs ik beide kandidaten op de beroemde motie-Van Gent, voorgesteld op 8 oktober 2009, om de begrotingsstukken op de vrijdag voorafgaande aan Prinsjesdag openbaar te maken. Ik hoor graag van beide kandidaten hoe zij gaan bewerkstelligen dat het echt op die manier gaat gebeuren. Dat heeft ook weer alles te maken met een sterke positie van de Kamer tegenover het kabinet.

    Ik wil graag weten wat de uitdagingen zijn voor de komende periode. Ik noem bijvoorbeeld de vernieuwingsagenda. De kandidaten hebben beiden een uitgebreide brief gestuurd. Mij viel op dat mevrouw Verbeet -- laat ik haar sollicitant 1 noemen -- veel aandacht had voor die vernieuwingsagenda. Wellicht kan ze daar nog een toelichting op geven. In de brief van sollicitant 2, de heer Aptroot, viel mij een opmerking op over de beperkingen van de organisatie in een aantal zaken. Welke zijn dat volgens hem? Aan wie ligt dat? Hoe gaat hij die zaken verbeteren?

    Ik stel nog een vraag aan de heer Aptroot. In de profielschets staat een kopje "Sekse". Onder dat kopje staat dat bij gelijke geschiktheid de voorkeur uitgaat naar een vrouw. Waarom vindt de heer Aptroot zich meer geschikt dan mevrouw Verbeet voor de voorzittersfunctie?

    Hoe willen beide kandidaten de levendigheid van het debat, het duale systeem, zo veel mogelijk bevorderen? Zonder dat het hier continu uit de hand loopt, natuurlijk, want daar ben ik zelfs op tegen.

    Rest mij beide kandidaten veel succes te wensen met de beantwoording. Het is natuurlijk spannend. Ze hoeven van mij elkaar niet in de ogen te kijken. Ik ben ook niet zo geïnteresseerd in de kriebels in hun buik of in hun tenen. Ik wil graag heldere antwoorden op mijn vragen. Ik wens hen beiden veel succes!

    22 juni 2010 omstreeks 16:37 via Benoeming van de Voorzitter - Link - Delen

  9. Ton Elias (VVD)

    Voorzitter. Ook namens mijn fractie dank aan de kandidaten om mee te willen draaien in wat met recht toch wel de meest openbare sollicitatie van ons land genoemd mag worden. Het is goed dat er een open verkiezing plaatsvindt. Ik sluit me aan bij anderen die dat gezegd hebben. Dit fenomeen heeft zich in dit huis nu zodanig genesteld dat wij inmiddels voorzichtig van een parlementaire traditie kunnen spreken; een goede parlementaire traditie.

    Een grote meerderheid van de hier aanwezigen kent de kandidaten, hun gedrevenheid en hun inzet voor de publieke zaak. Daarnaast hebben zij beiden hun ambities en ideeën in hun brieven aan ons in algemene termen vrij helder geschetst. Voorafgaand aan hun antwoorden op de vele gestelde vragen -- daar hangt vanmiddag bij de stemming veel vanaf -- is er eigenlijk maar één objectief verschil tussen beide kandidaten. Als de zittende kandidaat vandaag wordt herkozen, kan worden bespaard op de kosten van het schilderij dat wordt vervaardigd bij het afscheid van een voorzitter. Dat is eigenlijk het enige objectieve verschil. Na de voorgaande sprekers rest mij nog slechts een enkele vraag om de individuele keuze bij de stemming van straks te helpen bepalen. Die vragen stel ik graag aan beide kandidaten gelijkelijk.

    Allereerst wil ik bij het begin beginnen, zoals je dat bij iedere sollicitant doet en probeert hem of haar te verleiden het vuur voor de functie te zien vlammen. Waarom wilt u nu eigenlijk écht Kamervoorzitter worden? Wat drijft u ten diepste? De heer Bosma vroeg het ook al: bent u bereid de volle parlementaire periode voorzitter te blijven?

    Ziet u een rol voor de voorzitter bij de aansturing van het ambtelijk apparaat dat de Kamer bijstaat? En zo ja, hoe ziet u die rol dan meer precies? In uw beider brieven wordt daarop wel enigszins gehint, maar ik zou er toch iets meer over willen horen.

    Verder schrijft u allebei aan ons hoezeer u het van belang vindt dat Kamerleden fatsoenlijk en goed worden ondersteund. Zoals collega Dijsselbloem net al aanstipte, valt die ondersteuning in drieën uiteen: de onderzoeksondersteuning van de Kamer als zodanig, de fractieondersteuning op het niveau van individuele Kamerleden en de technische ondersteuning, bijvoorbeeld telefonie en automatisering. Kunt u ons iets meer vertellen over uw opstelling in die drieslag?

    De buitenwereld is soms kritisch op het functioneren van de Kamer zelf. Daarom stel ik -- heel neutraal -- de volgende vraag aan beide kandidaten. Welke algemene verbeteringen in het openbaar functioneren van de Kamer zou u willen aanbrengen? Kunt u daar zo concreet mogelijk over zijn?

    Voor onze fractie is het ook belangrijk hoe beide kandidaat-voorzitters in de praktijk invulling denken te gaan geven aan de zogeheten oranjekaartprocedure. De voorzitter kan met collega-voorzitters van andere nationale parlementen binnen de EU bespreken hoe die parlementen omgaan met de bevoegdheden van een nationaal parlement om Europese regelgeving als eerste te beoordelen en eventueel zelfs te verwerpen. Hoe gaat u in het overleg met uw collega's met die bevoegdheid om? Hoe ziet u die procedure in de praktijk van alledag werken?

    Wij wachten de antwoorden van beide kandidaten af. Aan het eind van de middag weten wij wie onze nieuwe voorzitter zal zijn. Ik zeg het mijn collega Van Gent graag na dat het in ieder geval iemand is die enige moed niet kan worden ontzegd.

    22 juni 2010 omstreeks 16:43 via Benoeming van de Voorzitter - Link - Delen

  10. Esther Ouwehand (PvdD)

    Voorzitter. Ik wil de kandidaten danken voor de bereidwilligheid om de zware functie van voorzitter van onze Kamer te bekleden. Mijn fractie heeft met veel belangstelling de brieven gelezen. De fractie van de Partij voor de Dieren hecht veel waarde aan een voorzitter die bereid en in staat is boven de partijen te gaan staan, los van de vraag of die groot of klein zijn. Mijn fractie vindt het van groot belang dat het voorzitterschap door een Kamerlid wordt bekleed dat in het verleden met respect en diplomatie heeft gesproken met en over mede-Kamerleden, ondanks eventuele politieke verschillen van inzicht.

    Verder meent mijn fractie dat het de komende kabinetsperiode extra van belang is om het dualisme tussen Kamer en kabinet te bevorderen. Op welke wijze denken beide kandidaten de dualiteit tussen Kamer en kabinet te kunnen bevorderen? Graag een reactie daarop.

    Dan enkele vragen aan de heer Aptroot. Hij heeft als Kamerlid een nadrukkelijk politiek profiel en schuwt de provocatie niet. Op welke wijze denkt hij daar afstand van te kunnen doen als Voorzitter? In het verleden heeft de heer Aptroot in niet mis te verstane bewoordingen te kennen gegeven wat hij vindt van het aantal Kamervragen dat in dit huis wordt gesteld. Hoe ziet hij dat in het licht van zijn kandidatuur?

    Dan een aantal vragen aan mevrouw Verbeet. Op welke punten wil zij haar gevoerde beleid continueren en welke veranderingen in het Voorzitterschap stelt zij voor, mocht zij die voor ogen hebben? In haar sollicitatiebrief noemt zij spoeddebatten en het vragenuur als ergernis. Welke ideeën om deze ergernissen weg te nemen heeft zij, zonder dat dit tot gevolg heeft dat individuele leden of kleinere fracties minder democratische mogelijkheden krijgen?

    Hoe denken beide kandidaten over een versterking van de controlerende taak van de Kamer met betrekking tot de inhoud, dit mede gezien in het licht van de scheve verhouding tussen inhoudelijke ondersteuning van Kamerleden en bewindslieden? Als Kamerlid moet je het met anderhalve of tweeënhalve medewerker immers opnemen tegen departementen waar duizenden ambtenaren de ministers terzijde staan.

    Ook de besluitvorming op Europees niveau blijft van groot belang en van invloed op vele beleidsterreinen. We moeten als parlement nog actiever onze bijdrage aan die Europese besluitvorming leveren. Hebben de kandidaten daar concrete ideeën over?

    En, niet onbelangrijk, hoe gaat de nieuwe Voorzitter de bewindslieden aansporen om daadwerkelijk antwoord te geven op vragen die de leden van dit huis in deze zaal en in commissiezalen aan hen stellen? De ervaring leert ons dat de Kamer veel te vaak met een kluitje in het riet wordt gestuurd en dat er geen echte en volledige antwoorden worden gegeven op vragen vanuit de Tweede Kamer. Welke visie hebben de kandidaten daarop en hoe willen zij gaan voorkomen dat het voortdurend een "kluitje in het riet"-verhaal wordt?

    Tot slot. Hoe gaan de kandidaten de samenwerking tussen de Eerste en de Tweede Kamer verbeteren, gezien het feit dat er bijvoorbeeld regelmatig fricties zijn bij de planning van de behandeling van wetsvoorstellen?

    Nogmaals dank aan deze twee kandidaten voor hun bereidheid om de taak op zich te nemen.

    22 juni 2010 omstreeks 16:48 via Benoeming van de Voorzitter - Link - Delen

  11. Ronald van Raak (SP)

    Voorzitter. De verkiezing van een Voorzitter van de Tweede Kamer is toch wel een bijzonder moment. Deze verkiezing symboliseert namelijk de onafhankelijkheid van deze Kamer. Deze Kamer bepaalt haar eigen spelregels en kiest haar eigen scheidsrechter.

    Hoe zit het met het spelinzicht van onze kandidaat-voorzitters? Een goede scheidsrechter trekt zelden een gele kaart. Hij of zij kan een wedstrijd aanvoelen, een wedstrijd lezen, zoals dat zo mooi heet. De Voorzitter van deze Kamer moet een debat kunnen lezen: wanneer fluit je, wanneer laat je doorspelen en wanneer geef je voordeel? Hoe gaan deze kandidaat-voorzitters dat aanpakken? Gaan zij het debat leiden met de klok -- één, twee of drie keer interrumperen of alleen als de minister een blokje heeft afgerond -- of gaan zij het debat leiden met hun politieke gevoel? Gaan wij in de Tweede Kamer debatten voeren waarin de Kamerleden de ministers en elkaar onderling ondervragen en waarin zij verschillen duidelijk maken en tot oplossingen komen, ook als daar wat meer tijd voor nodig is?

    Als je een onderwerp in deze Kamer met spoed wilt bespreken, dan moet je zeker geen spoeddebat aanvragen, want spoeddebatten verdwijnen meestal op de plank. Dat is natuurlijk een rare zaak. Wij begrijpen dat de agenda van deze Kamer snel vol is, maar dit gebouw kent heel veel kamers, waar elk uur van de dag debatten kunnen worden gevoerd. Wat vinden de kandidaten van het voorstel om bij een volle agenda spoeddebatten niet alleen in deze zaal, maar ook in een van de vele andere zalen van dit gebouw te laten plaatsvinden?

    De Voorzitter van de Tweede Kamer heeft veel verschillende functies. De Voorzitter is een goede manager die ervoor zorgt dat alle medewerkers van de Kamer hun werk goed kunnen doen. Wij moeten ook goed zorgen voor onze medewerkers. Hoe staan de kandidaten tegenover het uitbesteden van de werkzaamheden van deze Kamer? Ik denk hierbij aan het restaurant, de ICT, de repro of zelfs de beveiliging. Een aantal diensten is al uitbesteed, zoals de schoonmaak. Zijn de kandidaten bijvoorbeeld bereid, die schoonmakers weer gewoon in dienst te nemen?

    Ik kan de kandidaten verklappen dat dit, als de kandidaat-voorzitters dit willen, ontzettend veel sympathie zal opleveren van de Kamerleden -- kijk, zij knikken allemaal -- van de SP.

    De Voorzitter is ook het boegbeeld van deze Kamer, misschien zelfs een hoeder van het parlement, ook tegenover de regering. Leden van deze Kamer moeten steeds vaker vragen stellen. Een van de redenen is dat vragen door de regering te laat of in het geheel niet worden beantwoord. Voelen de kandidaten hierin een verantwoordelijkheid? Zijn zij ook bereid, ministers achter de broek te zitten die nogal wat moeite hebben om Kamerleden van informatie te voorzien of die zelfs moties die Kamerbreed zijn aanvaard, niet uitvoeren? Zien de kandidaten daar een taak voor zichzelf? Het is natuurlijk aan de Kamer om op te treden als ministers ons niet goed informeren, maar welke rol zien de kandidaten voor zichzelf weggelegd in dat geval of bijvoorbeeld als ministers het hele debat zitten te twitteren?

    Ons land heeft een sterk coalitiestelsel waarin een meerderheid van de Kamer zich nauw verbindt met de regering. Veel van de parlementaire controle komt dus op de schouders van een minderheid van deze Kamer. Wij achten het van groot belang dat de rechten van de minderheden worden beschermd. Ook hier zouden de kandidaten grote sympathie kunnen winnen bij die kant van het parlement. Wij achten het van groot belang dat de rechten van minderheden worden beschermd. Wat is de opvatting van de kandidaten over de 30 ledenregeling, de afspraak dat 30 leden van deze Kamer een debat kunnen aanvragen? Is dit recht van de minderheid bij de Voorzitter in veilige handen?

    Ten slotte dank voor beide brieven; mooie, interessante brieven, met veel voornemens om te vernieuwen. Mijn hart sloeg een beetje over, vernieuwen om het vernieuwen zal het toch niet zijn? Daar moeten wij altijd erg bij fronsen. Mijn fractie is wel erg voor verbeteringen. Ik ben dus erg benieuwd welke verbeteringen de kandidaten voorstaan. Beiden noemen nadrukkelijk het vragenuurtje. Wij zijn dus in het bijzonder geïnteresseerd in de visie die de kandidaten hebben op het vragenuurtje.

    22 juni 2010 omstreeks 16:53 via Benoeming van de Voorzitter - Link - Delen

  12. Kees van der Staaij (SGP)

    Het is heel wat om voor een sollicitatiecommissie van 148 leden te verschijnen. Dus alleen al daarom waardering voor de bereidheid van u beiden om zich kandidaat te stellen voor het voorzitterschap en in te gaan op de vragen die bij de verschillende fracties leven. Waardering ook voor de brieven die u beiden al geschreven hebt en waarin u uw kandidatuur hebt toegelicht.

    Voorzitter, een opmerking vooraf wat onze fractie betreft. Het is heel interessant om de visie van de kandidaat-voorzitters op allerlei onderwerpen te horen, maar wij willen wel een beetje voorkomen dat allerlei beloftes worden uitgelokt die niet waargemaakt kunnen worden. Bijvoorbeeld over het Reglement van Orde gaat de Kamer zelf en daarbij doet het niet zo heel veel ter zake wat de kandidaat-voorzitters van iedere bepaling afzonderlijk vinden, maar veel meer hoe zij gegeven de spelregels die wij hebben, daaraan invulling willen geven, dus hoe zij met die gereedschapskist zullen omgaan.

    Terugkijkend op de afgelopen periode zijn wij over heel veel zaken tevreden, bijvoorbeeld de manier waarop het proces van zelfreflectie vorm is gegeven en de vertegenwoordiging van de Kamer naar buiten toe. Zo zou nog veel meer te noemen zijn.

    Er is een punt van zorg en aandacht wat de SGP-fractie betreft en daartoe wil ik mij nu dan ook beperken. Dat is het punt van het aanzien en het gezag van de Kamer. Daarom aan beide kandidaten de volgende twee vragen. Ten eerste, hoe wilt u bevorderen dat een waardig en inhoudelijk debat plaatsvindt, dat ook fatsoensnormen en omgangsvormen in acht worden genomen? Ten tweede, welke mogelijkheden ziet u om tegemoet te komen aan de kritiek op de spoeddebattencultuur en de invulling van het vragenuur? Op deze punten die ook al door andere sprekers naar voren zijn gebracht, zouden wij graag nog helderheid willen van beide kandidaten .

    De vergadering wordt van 16.20 uur tot 16.30 uur geschorst.

    22 juni 2010 omstreeks 17:00 via Benoeming van de Voorzitter - Link - Delen

  13. Ik heb het lot laten bepalen wie van de kandidaten het eerst mag antwoorden en geef het woord aan de heer Aptroot.

    22 juni 2010 omstreeks 17:03 via Benoeming van de Voorzitter - Link - Delen

  14. Charlie Aptroot (VVD)

    Voorzitter. Ik complimenteer de heer Schouw met zijn maidenspeech. Het is maar weinigen in dit huis gegund om over dit onderwerp, de verkiezing van de voorzitter, een maidenspeech te houden. Wij mogen de heer Schouw na afloop van dit debat feliciteren met dit bijzondere gegeven, zo heb ik begrepen.

    Ik zal een aantal opmerkingen meenemen die ik eigenlijk in alle verhalen van de afgevaardigden heb gehoord. Daarna zal ik nalopen welke punten ik eventueel nog heb laten liggen.

    Opvallend vond ik de vraag van de heer Elias: waarom wilt u echt voorzitter van de Tweede Kamer worden? Ik vind zelf dat ik een echte volksvertegenwoordiger ben. Mensen die mij kennen, vinden dat ook. Ik hou van het werk als volksvertegenwoordiger. Ik heb het vier perioden in de gemeenteraad van mijn dorp gedaan, één periode in de provinciale staten en inmiddels twee perioden in de Kamer. Ik vind het volksvertegenwoordigerschap en het dualisme heel belangrijk. Ik vind het heel geweldig om nu te mogen beginnen aan mijn derde periode in de Kamer. Maar ik heb ook wel het gevoel dat het voor ons allen, met ons allen nog beter zou kunnen gaan. Mijn motivatie is om datgene wat in veel opzichten al best aardig gaat, gewoon te verbeteren. De positie van de Kamer moet worden versterkt. Ik wil er met name voor zorgen dat Kamerleden beter kunnen functioneren. Kamerlid is een van de allermooiste functies die je maar kunt bedenken, maar het is ook een van de lastigste banen. Veel mensen in het land denken misschien dat het makkelijk is hier in die blauwe stoeltjes, maar ik kan na zeven jaar zeggen dat het een ontzettend zware klus is. Bijna alle collega's werken toch wel heel hard. Dan praten wij niet over een 36-, 38-, 40- of 50-urige werkweek, maar ver daarboven. De faciliteiten voor Kamerleden zouden veel beter moeten zijn.

    Wil ik het voor een volle periode doen? Ja. Ik begin aan een nieuwe periode als volksvertegenwoordiger en ook in het verleden heb ik elke periode afgemaakt. Ik ben van plan om deze periode als Kamerlid af te maken. Zeker als ik voorzitter word, besef ik dat het gaat om de volle periode van in principe vier jaar.

    Er is gevraagd naar managementkwaliteiten. Wat voor persoon ben ik? Welke stijl heb ik? Ik heb in de loop der jaren verschillende functies bekleed. Naarmate je ouder wordt, kun je er ook meer bekleed hebben. Men heeft mij hier leren kennen als een van de Kamerleden die houdt van een scherp debat, maar wel altijd beschaafd en nooit over de grenzen of over het randje heen. Ik hou van een pittig debat. Ik denk dat het goed is dat je bij allerlei debatten duidelijk maakt wat de punten van overeenkomst zijn, maar ook de punten van verschil. Ik heb allerlei andere functies bekleed. Ik ben wethouder en locoburgemeester geweest, voorzitter van een vertrouwenscommissie, voorzitter van een brancheorganisaties, voorzitter van een beursgenoteerd fonds, wat ook heel lastig is omdat je altijd moet kijken hoe je met informatie omgaat en omdat je iedereen op elk moment gelijk moet behandelen. In deze functies, zo kan ik de Kamer verzekeren, doe ik het anders dan dat ik optreed als fractiewoordvoerder. Ik heb dat ook in mijn brief vermeld. Ik besef dat, als ik Kamervoorzitter zou worden, mijn rol een andere is dan het even geprofileerd optreden en even scherp een punt namens een fractie neerzetten. Dat is dan over. Dat mag in de periode van het Kamervoorzitterschap niet gebeuren en dat zal ook niet gebeuren. Elders heb ik in andere posities laten zien dat ik heel goed namens allerlei partijen kan spreken. Ik denk aan het bedrijfsleven, als lid van het dagelijks bestuur van het stadsgewest Haaglanden, als vertegenwoordiger van de hele gemeenteraad. Ik heb laten zien dat ik dat kan en ik zal dat ook doen.

    Dan het aanzien en het gezag van de Kamer. Ik begrijp dat wij ons daar collectief zorgen over maken. De voorzitter heeft daarin een bijzondere rol. In feite hebben wij alle 150 hierin een rol, maar degene die in de voorzittersstoel zit, heeft een bijzondere verantwoordelijkheid.

    Ik heb de afgelopen jaren, eerst als voorzitter van de vaste commissie voor OCW en daarna van Rijksuitgaven, geprobeerd daaraan invulling te geven. Ik heb geprobeerd de commissie goed te laten functioneren en de leden zoveel mogelijk de ruimte te geven, maar wel op een manier waarop we een behoorlijk aanzien en gezag houden. Sommige leden vonden het zelfs vervelend dat ik het niet vind kunnen dat zij elkaar in de vergaderzaal tutoyeerden. Men moet het niveau absoluut hoog houden, wat een bijzondere verantwoordelijkheid voor de voorzitter is. Ik zal mijn best doen om ruimte te geven aan het debat, want dat moet wel. De woordvoerders moeten namens hun fractie hun standpunt stevig neer kunnen neerzetten, en er moet onderling sprake zijn van een goed debat, zij het altijd binnen bepaalde grenzen, zodat aanzien en gezag niet alleen worden gehandhaafd. Ik ben een dualist in hart en nieren. Dualisme is overigens niet alleen een kwestie van het systeem, want ik heb ook onder het monisme gewerkt in de gemeenteraad, waar sommigen, waaronder ik, heel dualistisch waren. Ook in het dualistische systeem zijn sommigen heel monistisch bezig. Dat is een kwestie van instelling. Dualisme is het bestaansrecht van de Kamer, als controleur van de regering. Ik zal daarvoor vechten.

    Er zijn allerlei terreinen waarop daaraan wat kan gebeuren. De embargoregeling is genoemd. Ik vind het ondenkbaar dat Kamerleden zich niet fatsoenlijk op een debat, laat staan op een zo belangrijke begrotingsbehandeling kunnen voorbereiden. Je moet de stukken tijdig hebben. Ik vind het absoluut noodzakelijk dat er een goede embargoregeling is. Ik weet dat het Presidium en de voorzitter daarvoor hebben gevochten, maar ik heb mij er zeer aan geërgerd dat er een soort compromis uit is voortgekomen, waarbij bepaalde fracties per vijf leden één exemplaar kregen. Alsof je één van de vijf leden kunt vertrouwen, en vier niet. Dat kan niet waar zijn. Ik vind eerlijk gezegd dat alle 150 leden recht hebben op volledige formatie. Ze moeten zich daarop kunnen voorbereiden, ook als ze geen woordvoerder zijn. Het kan niet zo zijn dat er geen goede embargoregeling is, of een embargoregeling met beperkingen ten opzichte van een deel van de Kamer. De embargoregeling moet zo zijn dat alle 150 leden alle benodigde informatie op tijd krijgen. Minder is eigenlijk niet aanvaardbaar. Daarvoor wil ik vechten.

    Er is gesproken over het aanzien en het gezag van de Kamer. Ik vind het vragenuur daaraan niet bijdragen. Eerlijk gezegd vind ik het ook niet erg productief. Dat komt omdat wij het niet goed hebben georganiseerd. Dat begint al bij de tijdsverdeling. Een lid stelt een vraag, waarover het twee minuten mag doen, waarna de bewindspersoon vijf minuten mag antwoorden. Vaak merken wij dat er dan een soort algemeen verhaal is gehouden, iets wat we ook in de algemene overleggen zien. Daar komen rompteksten, die lang voordat de leden vragen hebben gesteld zijn opgesteld, want de bewindspersoon wil ze gebruiken als een soort extra persconferentie. Dat kan niet langer. Maar: uiteindelijk beslissen wij met z'n 150'en hoe we het doen. Ik kan mij indenken dat we van het vragenuur een echt vragenuur maken. Zelf moeten wij maar wennen aan het feit dat een vraag kort is, en geen lang betoog, waarna de voorzitter steeds moet zeggen dat de spreektijden om zijn. Daarbij kan het strak hanteren van de klok goed zijn. Ik vind dat de bewindspersoon geen vijf minuten moet krijgen, maar bijvoorbeeld twee tot drie minuten. Als bewindspersonen teksten voorlezen die geen vragen op de antwoorden zijn, moeten ze kunnen worden afgekapt. Natuurlijk moeten we met respect met de bewindslieden omgaan, maar zij komen naar de Kamer om met haar het debat aan te gaan en om te antwoorden. Zelf heb ik in algemene overleggen, als voorzitter en als lid, gezegd: voorzitter, ogenblikje graag, we hebben vragen gesteld, de tijd tikt voort, de bewindspersoon is al tien minuten aan het woord en heeft nog geen vragen beantwoord, hij is bezig met teksten die wij gewoon in de stukken kunnen lezen. Herhaling van informatie is zonde van onze tijd, en komt het debat niet ten goede.

    Een punt van zorg vind ik ook de ondersteuning van de leden van de Kamer, niet omdat wij naar mijn mening allerlei luxe dingen willen, maar telefonie en ICT vind ik nog steeds her en der gebrekkig. Dat zijn toch de meest basale zaken die in deze lastige functie optimaal geregeld moeten zijn. Dit is toch eigenlijk een zeven-dagen-in-de-week-, 24-uur-per-dagbaan.

    Dat geldt ook voor de ondersteuning. Ik weet dat wij met elkaar hebben kunnen regelen dat er meer fractieondersteuning is, maar ik denk dat wij kritisch moeten bekijken of die beperkte uitbreiding voldoende is en of niet meer nodig is. Ik heb de indruk dat hetgeen wij gezamenlijk aan mogelijkheden hebben qua onderzoekscapaciteit absoluut onvoldoende is. Bij het kleine BOR, het Bureau Onderzoek en Rijksuitgaven, is naar mijn indruk de werkdruk heel hoog is. Als daar sprake zou zijn van een beperkte uitbreiding van de capaciteit, krijgen wij veel betere ondersteuning. De werkwijze van het BOR is heel efficiënt. Over wat er van het BOR komt, zijn wij allemaal toch over het algemeen zeer tevreden. Een of twee mensen zoeken iets uit en dat komt alle 150 Kamerleden ten goede. Daarna laten wij natuurlijk eenieder de eigen politieke kleur er overheen leggen en kijken wij verder, maar ik meen dat enige uitbreiding van de onderzoekscapaciteit absoluut nodig is om de Kamer beter te laten functioneren.

    22 juni 2010 omstreeks 17:03 via Benoeming van de Voorzitter - Link - Delen

  15. Jeroen Dijsselbloem (PvdA)

    Ik mag toch een toelichtende vraag stellen, voorzitter?

    22 juni 2010 omstreeks 17:17 via Benoeming van de Voorzitter - Link - Delen

  16. Jeroen Dijsselbloem (PvdA)

    De heer Aptroot geeft aan op enkele punten de organisatie en de ondersteuning van de Kamerleden te willen verbeteren. Dat spreekt natuurlijk aan, maar tegelijkertijd moet ik, zijn verkiezingsprogramma lezend, constateren dat er de komende jaren nogal fors wordt bezuinigd op de overheid. Vertaalt dit zich ook naar de begroting van de Kamer? Welke posterioriteiten gaat de heer Aptroot stellen om deze uitbreidingen die hij aankondigt of bepleit, mogelijk te maken?

    22 juni 2010 omstreeks 17:17 via Benoeming van de Voorzitter - Link - Delen

  17. Charlie Aptroot (VVD)

    Ik begrijp de vraag van de heer Dijsselbloem. Wat mij betreft behoef je niet per se te concluderen dat het budget van de Kamer omhooggaat. Er kan best nagegaan worden of er elders nog wel wat te vinden valt. Daar zou ik dan wel eerst opnieuw in moeten duiken. Ik heb dat twee jaar geleden ook gedaan. Als je een drukkerij in huis hebt die ook kleurendrukwerken verzorgt en waar straks wellicht weer een dure machine voor wordt gekocht, dan denk ik dat het misschien iets minder zou kunnen voor die paar keer dat je kleurendrukwerk hebt en dergelijke. Dus er is misschien her en der te besparen. Ik vind wel dat de gehele organisatie gericht moet zijn op die 150 Kamerleden die een ontzettend zware en lastige baan hebben en dat die een betere ondersteuning behoeven. Dan kan het efficiënt zijn om juist een investering te doen in het BOR, omdat die alle Kamerleden ten goede komt en efficiënter is, in plaats van dat je continu alle fractieondersteuning verhoogt. Op dat laatste punt hebben wij overigens gelukkig al een stap gezet die naar mijn mening ook hard nodig was.

    Dan kom ik op de 30 ledenregeling. Ik vind dat een lastige. Het is terecht dat er rekening wordt gehouden met minderheden en kleinere fracties. Dat moet sowieso de instelling van ons zijn. Het gebeurt ook heel veel, ook in commissie- en procedurevergaderingen, dat als iemand een wens heeft of informatie nodig heeft en ergens over wil praten, daarin als het al maar een beetje redelijk lijkt -- dat is bijna altijd zo -- wordt bewilligd. Ik zou mij wel kunnen indenken dat wij de 30 ledenregeling iets anders inrichten. In de huidige situatie kunnen twee fracties elk spoeddebat of elke interpellatie aanvragen aangezien ze genoeg leden hebben hiervoor. Ik zou mij kunnen indenken dat je tot een gevarieerder regeling komt, waarbij je uitgaat van een minimumaantal leden of enkele fracties. Als meerdere kleinere fracties een debat graag willen, zou je dat net zo zwaar kunnen laten wegen als het feit dat het aantal leden wordt gehaald. Ik vind het op zichzelf bijzonder dat als een fractie een wens heeft voor een debat en daarvoor geen enkele steun heeft in de Kamer, dit een hogere prioriteit zou hebben dan wanneer meerdere fracties iets willen. Ik zou er dus voor om zijn om de 30 ledenregeling wat dat betreft variabel te maken, waarbij dus ook gekeken wordt naar het aantal fracties. Dan zou je misschien het aantal leden wat kunnen verhogen, maar als bijvoorbeeld drie fracties dat wensen zou dat debat of die interpellatie er ook moeten kunnen komen.

    22 juni 2010 omstreeks 17:18 via Benoeming van de Voorzitter - Link - Delen

  18. Margreeth Smilde (CDA)

    U geeft aan dat het flexibel zou kunnen zijn. Ons probleem is er in gelegen dat het vaak wat chaotisch verloopt en je op geen enkele manier invloed hebt op het onderwerp. Vanmiddag hebben wij daarvan een fraai voorbeeld gezien: over iets wat op de agenda van de procedurevergadering staat, wordt toch nog een debat aangevraagd.

    Juist dat aspect schaadt het aanzien van de Kamer in het land. U zegt eventueel te denken aan fracties, maar zou u ook initiatieven willen nemen met betrekking tot het doel, namelijk dat een minderheid een debat kan aanvragen, met inachtneming van het behoud van de waardigheid van de Kamer? Wilt u daar initiatieven op nemen of dat ter discussie stellen? Dan moet er niet alleen worden gekeken naar aantallen, maar ook naar dat doel en het bijeffect. Hoe kijkt u daar tegenaan?

    22 juni 2010 omstreeks 17:22 via Benoeming van de Voorzitter - Link - Delen

  19. Charlie Aptroot (VVD)

    Ik ben het er op zichzelf mee eens dat het gaat om het doel. Wij willen een minderheid ook die mogelijkheid geven en het onderwerp goed vaststellen, maar uiteindelijk moet er wel een besluit worden genomen. Dan heb je of een regeling met dertig leden of een normale meerderheid of je hebt de bevoegdheid van de Voorzitter. Het is nog steeds zo dat de Kamer haar eigen agenda bepaalt, en dat is ook goed, en niet alleen de Voorzitter. Dat moet wat mij betreft ook zo gebeuren, maar ik vind wel dat wij ernaar moeten kijken. We zouden ook kunnen bekijken of het aanvragen van spoeddebatten en overleggen weer moet worden teruggelegd naar de commissievergadering, zodat er in enige rust en niet in de haast van de regeling van werkzaamheden wordt overlegd. Als men dan een uitkomst heeft, moet die sowieso breed gedragen zijn. Als deze niet breed gedragen is, maar als een of meer fracties zeggen dat zij iets hoe dan ook toch op de plenaire agenda willen, kan het bij de regeling van werkzaamheden.

    22 juni 2010 omstreeks 17:23 via Benoeming van de Voorzitter - Link - Delen

Over dit debat

Bericht van de makers

“Onze medewerkers moeten eerst op training voordat ze ons intranet begrijpen. Dat moet toch beter kunnen!”

Wolq helpt om software en het web gebruiks-vriendelijker te maken. Zo bespaart u veel geld op trainingen. Ook bedenken wij innovatieve oplossingen, zoals Publitiek, voor complexe vraagstukken.

Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen?