Medezeggenschap pensioengerechti...

Debat in de Tweede Kamer op 29 juni 2010

  1. en van:

    - de motie-Omtzigt c.s. over modernisering van de governance van pensioenfondsen (31537, nr. 19).

    (Zie vergadering van 13 april 2010.)

    De algemene beraadslaging wordt heropend.

    29 juni 2010 omstreeks 21:32 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

  2. Voorzitter

    Ik heet de initiatiefnemers nogmaals welkom. Ik feliciteer hen met het initiatief. Ik heet ook hun ondersteuners, de heer Nypels en de heer Broekhuizen welkom. Wij zijn hen dankbaar dat zij de leden op deze wijze voorzien van advies. Er zal vanavond ook een maidenspeech worden gehouden, namelijk door de heer Azmani. Na zijn bijdrage zal ik de vergadering schorsen voor de zeer verdiende felicitatieronde. Het woord is nu aan de heer Van der Ham van de fractie van D66.

    29 juni 2010 omstreeks 21:33 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

  3. Boris van der Ham (D66)

    Voorzitter. Hier staan wij weer, sprekend over dit mooie onderwerp. Met hink-stap-sprongen, twee naar voren, drie naar achteren en dan weer vijf vooruit, naderen wij echter steeds meer de finish. Dat is van belang, want dit wetsvoorstel -- het is al vaak gezegd in allerlei debatten die wij hierover hebben gevoerd -- heeft een lange geschiedenis. Het haalt bijna zelf de 65 jaar, maar hopelijk toch niet. Ik kan het daarom kort houden.

    Vóór het verkiezingsreces heeft de fractie van D66 verzocht om heropening van het debat, omdat oud-collega Omtzigt van het CDA een gewijzigd amendement had ingediend. Mijn fractie had behoefte aan verdere bestudering van dat amendement. Dat hebben wij kunnen doen. Wij hebben ook een analyserapport ontvangen van de indieners. Wij danken hen daarvoor, want het was een zeer goed en grondig rapport.

    In de initiatiefwet van mevrouw Ko?er Kaya en de heer Blok wordt een evenwichtige vertegenwoordiging van gepensioneerden in de pensioenfondsen geregeld. Mijn fractie steunt dat. Wij zetten ons daarvoor al vele jaren in, overigens samen met de VVD-fractie. Belanghebbenden moeten ook medezeggenschap hebben. In deze initiatiefwet wordt dit geregeld. Het amendement van het CDA, de PvdA en de ChristenUnie haalt dat principe juist onderuit. Gepensioneerden kregen recht op één plek in het bestuur. Dat is verre van een evenwichtige vertegenwoordiging. Dat is het belangrijkste en zwaarwegende punt van kritiek op dit amendement.

    Er zijn echter ook andere bezwaren. In het amendement wordt de bepaling geschrapt dat belanghebbenden op een evenwichtige wijze vertegenwoordigd moeten zijn. Dat is niet alleen nadelig voor gepensioneerden, maar ook voor vrouwen en jongeren. Die verdienen namelijk ook een plek in de medezeggenschap. Voor hen is het ook nadelig dat het beroepsrecht voor minderheden vervalt.

    Behalve deze wijziging wordt een aantal punten toegevoegd. Die punten vallen volgens ons buiten de scope van dit wetsvoorstel. Daarmee wordt vooruitgelopen op een verdere discussie over het pensioenstelsel. Daarbij gaat het bijvoorbeeld over het versterken van deskundigheid, over het terugzendrecht van deelnemersraden en over de complexiteit en overzichtelijkheid van twee verschillende soorten deelnemersraden. Dit zijn wijzigingen die volgens ons een grondige en gedegen discussie op een ander moment verdienen. Zij horen dus niet thuis in deze initiatiefwet. Daarom zal mijn fractie -- het is geen verrassing -- tegen het amendement-Omtzigt stemmen.

    Kortom, het amendement haalt het principe van het wetsvoorstel onderuit. Ook vindt mijn fractie dat wijzigingen in de structuur een veel grondiger discussie vergen. De verhoudingen in de Kamer zijn inmiddels een beetje aangepast. Ik ben daarom benieuwd naar de uitslag van de stemming over het amendement. Ongeacht of het wordt aangenomen of niet, hoop ik dat de indieners snel de verdediging in de Eerste Kamer op zich kunnen nemen. Ik hoop dat zij daar ook voldoende grond zullen vinden voor hun wetsvoorstel. Ik hoop verder op een spoedige afronding van deze beraadslaging.

    29 juni 2010 omstreeks 21:33 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

  4. Paul Ulenbelt (SP)

    Als het amendement-Omtzigt wel wordt aangenomen -- dit is een theorie die aanstaande donderdag bij de stemmingen praktijk kan worden -- hoe stemt de fractie van D66 dan over het gewijzigde wetsvoorstel?

    29 juni 2010 omstreeks 21:38 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

  5. Boris van der Ham (D66)

    Op als-danvragen moet je nooit antwoorden. Ik ben de eerste spreker tijdens deze heropening van het debat. Er zullen nog een aantal sprekers volgen. Ik hoor tijdens dit debat dus ongetwijfeld wat de verhoudingen op dit moment in de Kamer zijn. Daarna komt misschien die vraag ter sprake, maar misschien ook helemaal niet. Als het laatste het geval is, hoef ik er niet eens over na te denken.

    29 juni 2010 omstreeks 21:38 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

  6. Paul Ulenbelt (SP)

    In de tweede termijn van dit debat mag ik het de heer Van der Ham dit dus nog eens vragen. Dan geeft hij wel een antwoord.

    29 juni 2010 omstreeks 21:39 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

  7. Voorzitter

    Er komt vandaag geen tweede termijn, het spijt mij. Het gaat hierbij immers om een heropening. Ik moet er niet aan denken dat er nog een tweede termijn zou moeten worden gehouden.

    29 juni 2010 omstreeks 21:39 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

  8. Boris van der Ham (D66)

    Mijnheer Ulenbelt, als u meetelt en meeweegt wat andere woordvoerders hier zeggen en dat koppelt aan de zetels die zij op dit moment in het parlement hebben, ziet u of uw vraag aan de orde komt. U kunt mij daar dan in de wandelgangen naar vragen.

    29 juni 2010 omstreeks 21:40 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

  9. Tony van Dijck (PVV)

    Voorzitter. Daar staan wij weer om te praten over het initiatiefwetsvoorstel van deze indieners. Het is de vierde keer in deze zaal, geloof ik. Alles wordt er met de haren bijgesleept om dit wetsvoorstel te blokkeren. De minister stelt dat het initiatief goed is. Hij wil het echter integraal behandelen met de aanbevelingen van Goudswaard en Frijns. De APG komt opeens met een belanghebbendenraad. De Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen vraagt bovendien om meer tijd. Dit zijn allemaal smoesjes en uitvluchten om vooral de pensioengerechtigden buiten de deur te houden.

    In een pensioenfonds spelen drie belanghebbenden een rol: de werkgevers, de werknemers en de pensioengerechtigden. Niemand meer, niemand minder. Deze laatste groep verdient dan ook een plek in het bestuur. Dat er een beter bestuur moet komen, staat buiten kijf. Het is ook aan geen twijfel onderhevig dat hierin deskundigheid en toezicht noodzakelijk zijn. Zelfs over een bredere vertegenwoordiging in het bestuur is het men het eens. Wat is dus het probleem? Waarom wordt dit initiatief steeds weer vertraagd? De vertegenwoordiging van pensioengerechtigden zit in een deskundig bestuur niet in de weg. Het een sluit het ander niet uit.

    Het belang van 1,7 miljoen pensioengerechtigden is nu niet vertegenwoordigd en de minister wil dit graag zo houden. Hij haalt alles uit de kast om deze lastige groep buiten de deur te houden. Dat noem ik gevestigde politiek. Minister Donner weet wat goed is voor de gepensioneerden. Minister, deze tijden zijn voorbij!

    Men probeert telkens een rookgordijn te leggen om maar te kunnen afwijken van het uiteindelijke doel, te weten: gelijke behandeling voor de verzekerden van een pensioenfonds bij de medezeggenschap. Dat is de essentie, ongeacht welk bestuursmodel er gekozen wordt. De PVV zegt daarom: laten wij stemmen!

    29 juni 2010 omstreeks 21:40 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

  10. Paul Ulenbelt (SP)

    Voorzitter. De positie van de SP-fractie is helder en duidelijk. Wij willen in het pensioenfondsbestuur een gelijke vertegenwoordiging van werkgevers, werknemers en gepensioneerden. Dat stond in ons verkiezingsprogramma en dat verdedig ik dus hier.

    Bij het vorige debat werd er tien minuten voor het debat een destructief amendement-Omtzigt ingediend dat gesteund werd door de toenmalige coalitie. Ik wil de initiatiefnemers danken voor hun goede analyse daarvan. Zij noemen het amendement onvoldoende doordacht en zij benoemen ook een aantal ernstig nadelige effecten ervan. De initiatiefnemers verwerpen het amendement en dat is duidelijk. Toch wil ik de initiatiefnemers een vraag stellen. Als het initiatiefwetsvoorstel wordt aangenomen, inclusief het amendement van de heer Omtzigt, vraagt de voorzitter of de initiatiefnemers bereid zijn om het wetsontwerp in de Eerste Kamer te verdedigen. Zullen de initiatiefnemers dat doen? Het is geen "als, dan"-vraag. Ik vraag naar de politieke instelling van de initiatiefnemers met betrekking tot de verdediging van hun initiatiefwetsvoorstel.

    De initiatiefnemers halen nu ook het pensioenakkoord erbij om de urgentie en de noodzaak van hun initiatief te onderstrepen. Dat lijkt in hun redenering heel logisch, maar dat is het niet. Uit de analyse blijkt namelijk dat de gepensioneerden en de werknemers bij uitvoering van het pensioenakkoord meer risico's lopen. Dat pensioenakkoord moet dus ook worden verworpen naar het oordeel van mijn fractie. Als de werkgevers minder risico's lopen, terwijl de werknemers en de gepensioneerden juist meer risico's lopen, moeten de initiatiefnemers wel het amendement van de SP steunen. Dat heeft namelijk als doel, een gelijke zetelverdeling in te fondsbesturen te realiseren.

    Ruim 40 jaar geleden nam de heer Nypels het initiatief voor het wettelijk recht op vertegenwoordiging van gepensioneerden in de fondsbesturen. Het zou heel erg mooi zijn als die tientallen jaren lange vasthoudendheid zou worden beloond, maar het zal u niet verbazen, voorzitter, dat socialisten er moeite mee hebben om de positie van werkgevers intact te laten, de helft van de macht te laten houden, en de andere helft te verdelen over gepensioneerden en werknemers. Dat betekent dus dat wij het initiatiefwetsvoorstel zullen steunen, alleen als mijn amendement over "drie, drie, drie" wordt aangenomen.

    29 juni 2010 omstreeks 21:43 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

  11. Voorzitter. Ik heb een vraag over de opmerking van de heer Ulenbelt dat hij alleen met het initiatiefwetsvoorstel instemt als zijn amendement wordt aangenomen. Als het amendement niet wordt aangenomen, dan is dit initiatiefwetsvoorstel desondanks een heel goede stap in de juiste richting om pensioengerechtigden een stem in de besturen te geven. Dat is de heer Ulenbelt toch met mij eens?

    29 juni 2010 omstreeks 21:47 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

  12. Paul Ulenbelt (SP)

    Nee, want dan krijg je een bestuur, voor de helft bestaande uit werkgevers, terwijl de andere helft bestaat uit gepensioneerden en werknemers, afhankelijk van de omvang van hun populatie binnen de deelnemers aan het pensioenfonds. In grijze pensioenfondsen heb je dus meer vertegenwoordigers van gepensioneerden en in groene pensioenfondsen meer vertegenwoordigers van werknemers. Dat doet naar ons oordeel geen recht aan de fundamentele belangen van de drie groepen. Die drie groepen moeten gelijk worden vertegenwoordigd, niet op basis van de onderlinge getalsverhoudingen, maar op basis van de institutionele belangen in het pensioenfonds.

    29 juni 2010 omstreeks 21:47 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

  13. Ik begrijp dat argument wel. Wat dat betreft zouden wij misschien kunnen overwegen om voor uw amendement te stemmen, maar desondanks is dit een stap in de goede richting. Ik vind het een beetje kinderachtig om, als uw amendement het niet haalt, te stellen dat u dan liever helemaal geen pensioengerechtigden in de besturen ziet, want dat zegt u. U chanteert de Kamer door te stellen dat, als uw amendement niet wordt aangenomen, u tegen het wetsvoorstel stemt, terwijl dat een stap in de goede richting is. Het is een stem voor pensioengerechtigden in het bestuur, dus een stap in de goede richting.

    29 juni 2010 omstreeks 21:48 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

  14. Paul Ulenbelt (SP)

    Ik chanteer de Kamer niet. Anders dan de PVV verlaten wij niet zo snel een standpunt dat wij in ons verkiezingsprogramma hebben opgeschreven.

    29 juni 2010 omstreeks 21:49 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

  15. Boris van der Ham (D66)

    De heer Ulenbelt refereerde aan de 40 jaar dat hierover is gesproken. De Kamer kent allerlei soorten vleugels die allemaal iets willen. Nu is er door middel van dit initiatiefwetsvoorstel een modus gevonden waarvoor mogelijk een meerderheid te vinden is. De stem van de SP is daarvoor heel belangrijk. Ik gebruik de term "chantage" niet, want daarmee drijf je iemand nog verder in de hoek, maar ik verzoek de heer Ulenbelt wel om aan het eind van dit debat de balans op te maken en te bekijken op welke manier pensioengerechtigden beter af zijn. Zijn ze beter af met geen wet, of zijn ze beter af met deze wet, al zijn daar altijd mitsen en maren over naar voren te brengen?

    29 juni 2010 omstreeks 21:49 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

  16. Paul Ulenbelt (SP)

    Dit wetsvoorstel verandert de positie van de gepensioneerden in de fondsen niet fundamenteel. Dat doet ons voorstel wel. Dat komt zelfs overeen met het voorstel dat ooit door D66 is gedaan. Wat dat betreft willen wij dat goed regelen. Ik zou zeggen: nodig de SP uit voor een nieuwe coalitie, want dan komen wij er misschien uit.

    29 juni 2010 omstreeks 21:50 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

  17. Boris van der Ham (D66)

    Er bestaat een groot verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. Wij zitten in de Kamer om ervoor te zorgen dat wij dingetjes een beetje verder brengen dan ze daarvoor waren. Ik hoop dat een meerderheid in de Kamer zal zeggen, ik hoop ook de SP: alles afwegende stemmen wij hiervoor. Ik hoop echt dat de heer Ulenbelt op die manier naar zijn fractie terug zal gaan.

    29 juni 2010 omstreeks 21:51 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

  18. Voorzitter

    Het woord is aan de heer Azmani van de VVD. Het betreft hier een maidenspeech, dus u gaat meemaken, mijnheer Azmani, dat u niet wordt geïnterrumpeerd. U zult daar ooit naar terug verlangen.

    29 juni 2010 omstreeks 21:52 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

  19. Malik Azmani (VVD)

    Ja, en dat ten aanzien van dit bijzondere onderwerp!

    Voorzitter. Voor u hebt u wederom een Kamerlid dat vandaag zijn maidenspeech houdt. Het is meer dan een eer om vandaag voor het eerst in de Kamer te spreken. Een jongensdroom is vandaag waarheid geworden, en dat gaat zeker gepaard met positieve gevoelens. Laat ik allereerst mijn collega-Kamerleden Fatma Ko?er Kaya en Stef Blok hartelijk danken voor hun inzet om te komen tot dit initiatiefwetsvoorstel en voor de vele moeite die zij daarvoor al hebben genomen. Meer dan waardering spreek ik jegens hen uit, evenals jegens de andere Kamerleden die sinds 1968 betrokken zijn geweest bij deze kwestie en alle anderen die hun inzet hebben betoond. In het bijzonder wil ik de ondersteuners van de indieners van dit initiatiefwetsvoorstel, Erwin Nypels, Frits Brouwer en Peter Broekhuijsen -- Erwin Nypels en Peter Broekhuijsen zijn vandaag ook aanwezig -- in dit kader niet ongenoemd laten.

    Ik ben vereerd dat ik vandaag mag spreken over een kwestie die sinds 1968 al de gemoederen in deze Kamer bezighoudt; het duurde toen nog zeker negen jaar voor ik werd geboren. Wij moeten niet vergeten dat ook buiten de Kamer, midden in onze Nederlandse samenleving, in het bijzonder onder de groep van pensioengerechtigden, dit dossier de gemoederen al decennialang bezighoudt. De oorzaak: veel besturen van pensioenfondsen beslissen over hen, maar veelal zonder hen. Zeker in deze penibele financiële tijden is er een noodzaak van bestuurlijke legitimatie van dergelijke instituten. Over het recht op participatie van pensioengerechtigden als vergeten groep in pensioenfondsbesturen gaan wij vandaag wederom met elkaar in debat.

    Het is niet voor het eerst dat een nieuw Kamerlid van de VVD zijn maidenspeech houdt over dit belangrijke onderwerp. Mijn voorganger, Cees Meeuwis, heeft op 2 september 2009 tijdens de behandeling van dit initiatiefwetsvoorstel in de eerste termijn ook zijn maidenspeech mogen houden over deze belangrijke kwestie. Zijn betoog namens de fractie van de VVD, alsmede zijn interruptie, was destijds vooral gestoeld op de wens om dit nu eens constructief met elkaar te gaan regelen. Hiermee reageer ik eigenlijk ook al enigszins op hetgeen mijn voorganger naar voren bracht.

    Er waren toen al decennia mee heengegaan. Volgens mij zijn alle partijen het er wel over eens dat deze groep het recht moet krijgen om deel te nemen aan pensioenfondsbesturen, wat het initiatiefwetsvoorstel hoofdzakelijk ook slechts beoogt. Meer moeten wij er mijns inziens dan ook niet van maken. De kunst is dat anderen daarbij weer andere zaken willen regelen door het anders te willen uitwerken. Op een gegeven moment moet er volgens de fractie van de VVD echter een punt worden gezet, en daarvoor is het nu hoog tijd.

    Met een aantal nieuwe woordvoerders is de verleiding groot om de discussie vandaag weer van voren af aan te beginnen en min of meer dezelfde vragen te stellen. Ik ben niet van plan om dat vandaag te doen. Ik heb de afgelopen 24 uur gebruikt om alle relevante stukken over dit onderwerp te lezen en veel is al gezegd. Wat mij betreft komen wij vandaag ook gezamenlijk tot een afronding van het bespreken van dit initiatiefwetsvoorstel, al dan niet met de nodige amendementen of moties. Ook ik heb namens de fractie van de VVD nog één amendement in dit kader mogen voorbereiden, waarop ik straks zal terugkomen.

    Sinds 18 juli 2008 ligt het nieuwe initiatiefwetsvoorstel voor. Na tien jaar met medezeggenschapsconvenanten was er nog steeds geen structurele oplossing geboden. 70% van de pensioengerechtigden is niet vertegenwoordigd in pensioenfondsbesturen. Dat heeft de evaluatie van het tweede convenant in het voorjaar van 2009, waarop wij hebben zitten wachten, uiteindelijk uitgewezen. Ik herhaal: slechts 30% van de pensioengerechtigden heeft daadwerkelijk inspraak. Dat is naar de mening van mijn fractie veel te weinig.

    In 2002 adviseerde de Raad van State al dat gepensioneerden hun belangen moeten kunnen verdedigen door medezeggenschap in het bestuur van pensioenfondsen, maar ook vele hoogleraren, oud-hoogleraren en andere deskundigen uit de wetenschap hebben zich evenals de Raad van State openlijk uitgesproken voor het recht van deze gepensioneerden op vertegenwoordiging in de besturen van hun pensioenfondsen en zijn ons daarin voorgegaan.

    Kort samengevat regelt het wetsvoorstel thans, na de vierde nota van wijziging, dat de pensioengerechtigden van bedrijfstakpensioenfondsen evenals die van ondernemingspensioenfondsen een wettelijk afdwingbaar recht krijgen op vertegenwoordiging in de besturen van hun pensioenfondsen; dat de procedure met betrekking tot de vertegenwoordiging van de pensioengerechtigden in de fondsbesturen van bedrijfstakfondsen en ondernemingspensioenfondsen gelijkwaardig is; dat pensioenfondsen verplicht worden om mee te werken aan het verzenden van informatie over bestaande of op te richten verenigingen van pensioengerechtigden aan alle pensioengerechtigden van een fonds; en dat de minderheden van de deelnemersraden een beroepsrecht krijgen om te laten toetsen of het bestuur de plicht tot evenwichtige belangenafweging nakomt.

    De amendementen op de stukken nrs. 18 en 22 en het analyserapport van de leden Ko?er Kaya en Blok van 21 juni 2010 als reactie op deze amendementen heb ik uitvoerig bestudeerd; zo ook de brief van de minister en de reactie van de indieners daarop. De fractie van de VVD kan zich vinden in de risico's die gesignaleerd worden door de leden Ko?er Kaya en Blok bij deze amendementen, en bespreekt een aantal van deze.

    De fractie van de VVD is de mening toegedaan dat het wijzigen van de structuur van pensioenfondsen en de juiste vormgeving ervan, het aanpassen van het governancemodel, enige studie vergt. Dit kan, en derhalve moet thans, losstaan van het bespreken van dit initiatiefwetsvoorstel, waarin het slechts gaat om deelname van pensioengerechtigden als de derde groep van direct belanghebbenden. Ook de fractie van de VVD vindt het merkwaardig dat in de amendementen een evenwichtige wijze van vertegenwoordigen wordt losgelaten met als mogelijk gevolg de beperking van de diversiteit. Dit was juist wat de derde nota van wijziging heeft beoogd, op verzoek van alle partijen.

    De fractie van de VVD hecht zeer aan de modernisering de Pensioenwet door het regelend neerleggen van de kwaliteitsbepaling, waardoor er ruimte is om tot een andere verdeling over te gaan bij consensus van de drie belangengroepen. Goed is dat in het amendement op stuk nr. 22 in ieder geval teruggekomen is op het voorstel in het amendement op stuk nr. 18 om een koppeling tussen deelname bestuur en deelnemingsraad te maken. Deze hebben namelijk ook een eigen functie. Ten onrechte wordt in de amendementen een verzwakking voorgesteld, volgens de fractie om het afdwingbare recht te verminderen van evenredig naar één per fondsbestuur.

    De VVD kan zich vinden in de aanpassing in het voorstel, zoals voorgesteld bij amendement, om een vertegenwoordiging niet alleen te limiteren tot en uit pensioengerechtigden, maar ook de mogelijkheid te bieden voor externen. Het is merkwaardig dat in de amendementen wordt voorgesteld om alleen ten aanzien van ondernemingspensioenfondsen de informatieplicht te laten vervallen over belangenorganisaties. Misschien hebben de indieners van deze amendementen nog een nadere toelichting waarom het alleen ten aanzien van ondernemingspensioenfondsen is en niet geldt voor de bedrijfstakpensioenfondsen.

    Ook ten aanzien van de ingangsdatum lijkt het de fractie van de VVD noodzakelijk om zo snel mogelijk in te voeren en deze niet te laten verlengen van één naar twee jaar, voor wat betreft de geldigheid van deze wetgeving. Wel heeft de fractie van de VVD moeite, zoals ook andere fracties maar ook de Raad van State en de minister dat hebben, met het beroepsrecht van de deelraden met al een 10% minderheid. De reactie van de indieners zowel op de reactie van de Raad van State als op de vragen die daarover door Kamerleden zijn gesteld, kan de fractie van de VVD deels wel volgen. In ons democratisch rechtsbestel moet er een mogelijkheid zijn voor een minderheid om zijn of haar belangen voor de rechter te brengen.

    De fractie van de VVD meent anderzijds dat excessen moeten worden voorkomen en in deze financieel moeilijke tijden geldt dit ook voor pensioenfondsen. De VVD-fractie ziet een oplossing door de eis op te werpen dat er sprake moet zijn van een substantiële minderheid om een procedure te kunnen starten ingevolge van artikel 218, lid 1 van de Pensioenwet. Het voorstel is dan ook zoals geformuleerd in een amendement: 10% verhogen naar 30%, dus meer dan de helft van de minderheid, een substantiële minderheid, minder in ieder geval dan 50%. Als je daar de helft van neemt, kom je op die 30%. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat beroepsrechten te pas en te ompas worden gebruikt. Een beter werkbare situatie wordt volgens de fractie van de VVD hiermee beoogd, zeker nu te bedenken is dat nu er deelraden zijn, je als enige lid een procedure zou kunnen starten, terwijl alle anderen tegen zijn. Dit is de situatie zoals die nu is neergelegd in het wetsvoorstel.

    Een een-op-eenvergelijking met het voormalige klachtenrecht door een 10% minderheid, zoals de indieners betogen, volgt de fractie van de VVD niet. We proberen hierbij dan ook constructief tegemoet te komen aan de ingediende bezwaren. De minister heeft in zijn advies aan de Kamer aangegeven dat de beroepsregeling van 10% wat het kabinet betreft een aanzienlijke drempel is voor de positieve advisering over dit initiatiefwetsvoorstel. Zoals ik aangaf, ziet de VVD-fractie de bezwaren die de minister op dit punt had ten aanzien van de besluitvaardigheid van de besturen. Tegelijkertijd echter ziet zij het recht van een substantiële minderheid om bij vergaande beslissingen een beroep in te stellen. Hoe beoordeelt de minister in zijn rol als adviseur van de Kamer de grens van 30%? Ook de indieners wil ik vragen naar hun opvatting ten aanzien van dit amendement.

    Mevrouw de voorzitter, ik kom thans tot een slotsom. De laatste woorden in de maidenspeech van voormalig collega-Kamerlid Cees Meeuwis vorig jaar september waren: "Ik hoop niet dat wij hier over een jaar nog praten over dit onderwerp. Het is tijd dat wij de ouderen op dit punt bedienen. Wij moeten hen niet in de kou laten staan". Hierin kan ik mij meer dan vinden. We laten de ouderen te lang op ons wachten, decennialang zelfs. Met andere woorden, dit is de laatste week voor het reces, als we nu geen daden stellen, is ook de hoop van dit voormalig collega-Kamerlid tenietgedaan om dit binnen een jaar te regelen, of om in ieder geval het voorstel door de Tweede Kamer te loodsen als onderdeel van het wetgevingsproces. Laten we dat met elkaar vanuit een constructieve grondhouding in ieder geval voorkomen.

    "Constructief zijn" doorspekte zoals al eerder gezegd het betoog van oud-Kamerlid Meeuwis. Ik heb mij voorgenomen mij dat de komende jaren als Kamerlid ter harte te nemen. Daarop mag men mij de komende jaren ook aanspreken. Mevrouw de voorzitter, ik dank u hartelijk voor mijn termijn.

    29 juni 2010 omstreeks 21:52 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

  20. Voorzitter

    Ik wil u graag van harte feliciteren met uw eerste speech in de Kamer. Ik hoop wel dat u langer bij ons blijft dan de heer Meeuwis. Dat zou ik een goede investering vinden!

    De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

    29 juni 2010 omstreeks 22:09 via Medezeggenschap pensioengerechti... - Link - Delen

Over dit debat

Bericht van de makers

“Onze medewerkers moeten eerst op training voordat ze ons intranet begrijpen. Dat moet toch beter kunnen!”

Wolq helpt om software en het web gebruiks-vriendelijker te maken. Zo bespaart u veel geld op trainingen. Ook bedenken wij innovatieve oplossingen, zoals Publitiek, voor complexe vraagstukken.

Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen?