Debat in de Tweede Kamer op 24 juni 2010
Debatitem
Ik wil hier niemand zijn of haar finest hour op welke manier dan ook belemmeren, maar er zijn leden die mij op de een of andere manier gevraagd hebben of met het oog op iets (ik weet niet wat, maar er schijnt vanavond iets aan de hand te zijn) de onderwerpen in een rap tempo behandeld kunnen worden. Maar ja, daar gaat u allemaal zelf over; u kent mijn standpunt daarover. Wel gaan wij ons best doen.
De spreektijd voor dit onderwerp is vastgesteld op 4 minuten. Ik vraag u allen om ook aan uw collega's te denken die volgens het vergaderschema later hun bijdrage aan het debat zullen leveren.
Debatitem
Mevrouw de voorzitter. Dank u wel voor het snel agenderen van dit onderwerp naar aanleiding van mijn aanvraag afgelopen dinsdag van een "gewoon" debat. Dit werd toch heel spoedig op de agenda geplaatst. Misschien is dit wel de manier om een spoeddebat snel op de agenda geplaatst te krijgen.
Dit onderwerp is geagendeerd als "zgn." Kraakwet, maar het betreft gewoon de initiatiefwet Kraken en leegstand, die zeer uitvoerig is besproken in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Volgens mij is de inhoud van die wet helder; de wet stelt namelijk een heel duidelijke norm: algeheel kraakverbod waarmee het eigendomsrecht beschermd wordt; daarnaast krijgen gemeenten aanvullende instrumenten om het leegstandbeleid verder op te pakken. Dit laatste is ook nodig, want het kan niet zo zijn dat panden ongewild heel lang leeg blijven staan. Er mag dan ook best wel enige druk worden uitgeoefend om die panden een goede bestemming te geven, maar dat moet wel gebeuren op een democratisch gelegitimeerde wijze.
Het debat over deze wet is zowel in beide Kamers als in de samenleving geweest. Er waren voor- en tegenstanders; meer "smaken" leken er niet echt te zijn. Uiteindelijk is, zoals het hoort, over het wetsvoorstel gestemd. Zowel in de Tweede als de Eerste Kamer heeft dit wetsvoorstel uiteindelijk een meerderheid "gekregen". Daardoor konden wij ernaar uitzien dat dit wetsvoorstel 1 oktober aanstaande ook officieel wet zou zijn. Er was en is sprake van voorbereiding met het oog op de inwerkingtreding van deze wet door alle betrokkenen bij de uitvoering en de handhaving van de wet, zoals het hoort bij een democratisch tot stand gekomen wetgeving.
Nu moeten alle verantwoordelijken die betrokken zijn bij de uitvoering en de handhaving van de wet ook in beweging komen. Daarom was bij ons verbazing over uitspraken van een woordvoerder van het College van procureurs-generaal, waarin werd aangegeven dat het beleid inzake kraken, ook na aanneming van dit wetsvoorstel, niet gewijzigd zou worden. Er was sprake van verbazing bij ons, omdat je zo niet omgaat met democratisch tot stand gekomen wetgeving, alsook vanwege de uitspraken van de minister van Justitie bij de behandeling van het wetsvoorstel. Hij zei namelijk in beide Kamers dat stapsgewijs zou worden gegaan naar een striktere handhaving. De minister heeft ook letterlijk in de Tweede Kamer gezegd: als de wetgever in een initiatiefvoorstel nota bene tot de conclusie komt dat iets strafbaar gesteld moet worden, zal het Openbaar Ministerie dat uiteraard de vereiste prioriteit geven. Dit staat toch wel enigszins op gespannen voet met de uitspraken van die woordvoerder.
Ongeveer een half uur geleden heb ik de brief van de minister ontvangen, waarin hij aangeeft dat het niet waar is dat het Openbaar Ministerie niet verder met deze wet aan de slag zou gaan, om het zo maar even kort samen te vatten. Kan ik hier de conclusie aan verbinden dat óf de voorlichter van het College van procureurs-generaal op persoonlijke titel heeft gesproken óf dat deze uitspraak is teruggenomen en dat nu gewoon gehandeld wordt conform de wijze die de minister van Justitie in de Kamers heeft aangegeven waarop met deze wet zal worden omgegaan? Ik acht het van belang om hierover echt strikte duidelijkheid te krijgen.
Over het volgende dient ook duidelijkheid te komen bij heel veel Nederlandse gemeenten die nu ook met deze wet aan de slag moeten. Ik moet zeggen dat mijn fractie het betreurt dat gemeentebesturen met in de gemeenteraden een meerderheid van partijen die behoren tot de partijen die in de Kamers tegen de wet gestemd hebben, zich nu ook weer heel nadrukkelijk tegen deze wet uitspreken. Het gaat zelfs zo ver dat bij de gemeente Utrecht een motie van de fractie van GroenLinks is aangenomen, terwijl de wet al van kracht is, waarin staat dat het college van burgemeester en wethouders zich moet uitspreken tegen het kraakverbod.
Het is heel vreemd -- want de wet is inmiddels al gewoon aangenomen -- dat je een eigen keuze maakt. Met betrekking tot het leegstandsbeleid is het iets anders hoe je met de wet omgaat. Dat staat ook al in de motie, maar je uitspreken tegen een op democratisch tot stand gekomen wet is uitermate vreemd. Ik vraag de minister ook om mee te nemen - al is dit niet zijn hoedanigheid als minister van Justitie en van Binnenlandse Zaken - dat er nog wat missiewerk moet worden verricht richting deze gemeenten. Het kan niet zo zijn dat gemeenten zich blijven verschuilen achter de rug van krakers als het gaat om leegstand. Men zal gewoon zelf in beweging moeten komen en dat kan. Je kunt een democratisch gelegitimeerd leegstandsbeleid voeren en leegstand, die natuurlijk ook slecht is, aanpakken met de aanvullende instrumenten, zoals die in de nieuwe wetgeving naar de gemeenten toe zijn gegaan. Laten wij met elkaar proberen om op een reële wijze -- voorzichtig ook iets opbouwend, want natuurlijk moet er even een overgangsperiode zijn -- ervoor te zorgen dat deze wet ook daadwerkelijk wet is en dat wij iets doen aan het grote probleem, zowel van het kraken als van de leegstand in Nederland.
Debatitem
De heer Slob hecht eraan dat een democratisch aangenomen wet wordt uitgevoerd. Dat kan ik heel goed begrijpen. Die wet heeft twee componenten, namelijk het strafbaar maken en vervolgen van kraken en het aanpakken van leegstand. Is de heer Slob van mening dat alle partijen, ook bij de lagere overheden, ook aan dat andere deel actief invulling moeten geven?
Debatitem
Het zal denk ik geen verbazing wekken dat ik het fijn zou vinden als gemeenten de aanvullende mogelijkheden die zij krijgen om leegstand aan te pakken ook oppakken en daarmee aan de slag gaan. U weet met mij dat wij dat niet voor alle gemeenten verplicht hebben gesteld omdat er ook nogal wat gemeenten zijn waar het kraken zich helemaal niet voordoet. Dan zou het vreemd zijn als wij hen zouden gaan verplichten om met verordeningen en dergelijke te komen als dat in hun situatie niet relevant is. Wij hebben daarvoor de kan-bepaling in de wet opgenomen. Men mag hierin dus een eigen afweging maken. Maar iets anders is, wat wij nu zien gebeuren, dat gemeenten gewoon de wet verwerpen en hun college oproepen om zich uit te spreken tegen een wet die gewoon op democratische wijze tot stand is gekomen. Zo gaan wij in Nederland niet met wetgeving om. Dat is ook in strijd met de funderingen van onze democratische rechtsstaat.
Debatitem
Dat vind ik ook, dus daarover ben ik het met u eens. Maar ik constateer dat bijvoorbeeld in de gemeente Vlaardingen de collegepartijen ChristenUnie en VVD, mede-indieners van dit wetsvoorstel dat inmiddels wet is geworden, niet bereid zijn om zelfs maar te gaan onderzoeken of leegstand een probleem is, als eerste stapje naar een mogelijke aanpak van die leegstand. Vindt u dat verstandig van uw partijgenoten?
Debatitem
Wij hebben ook in de debatten, zowel in de Tweede Kamer als n de Eerste Kamer, aangegeven dat wij ook de verschillende verantwoordelijkheden die de overheden hebben willen respecteren. Dat was dus ook een reden voor ons om, ook vanwege het feit dat niet iedereen zo'n verordening hoeft te hebben, de afwegingen die daarover moeten worden gemaakt op die plek te laten liggen waar zij horen.
Debatitem
Maar zelfs onderzoek vindt u niet nodig in zo'n situatie?
Debatitem
Ik behoor niet tot een partij die van bovenaf oplegt aan lokale bestuurders wat zij moeten doen. Zij mogen dus hun eigen afwegingen maken. Ik weet niet hoe dat bij de SP geregeld is, maar het is een eigen afweging die zij moeten maken. Dat moet je ook respecteren. Het zou fijn zijn als mogelijkheden die zij krijgen ook worden gebruikt.
Debatitem
Betekent dit dan dat als gemeenten zouden zeggen: wij leggen een lagere prioriteit bij het uitvoeren van de antikraakwet, u dan zegt dat u dat respecteert?
Debatitem
Als het gaat om het hele opsporings- en vervolgingsverhaal is dat natuurlijk een verantwoordelijkheid die via de justitiële weg moet worden gevoerd en iets wat uiteindelijk ook in een lokale driehoek aan de orde moet komen. Daar worden de prioriteiten gesteld. Het opportuniteitsbeginsel is daarin leidend, zoals wij ook uitvoerig hebben besproken bij de behandeling van het wetsvoorstel. Als het om het leegstandsbeleid gaat, is dat een keuze die de gemeenten zelf mogen maken. Ik zou het zelf zeer betreuren, als je nu aanvullende instrumenten krijgt om op een democratisch gelegitimeerde wijze heel actief leegstandsbeleid te voeren, dat gemeenten zeggen: daarvan maken wij geen gebruik, want wij vinden dat kraken eigenlijk wel makkelijk, de krakers lossen dat probleem voor ons op. Niet de straat, maar de staat moet hier bepalen hoe wij hiermee omgaan. Daarvoor biedt ons wetsvoorstel ook duidelijk alle mogelijkheden.
Debatitem
Wij gaan nu luisteren naar mevrouw Helder van de PVV. Wij hebben daarbij te maken met een maiden speech. Na de inbreng van mevrouw Helder zullen wij de vergadering even schorsen opdat wij haar kunnen feliciteren. U mag haar niet interrumperen, maar dat wist u allemaal al.
Mevrouw Helder, ik zou zeggen: geniet ervan.
Debatitem
Ik doe mijn best.
Voorzitter. Dit is echter niet mijn eerste maiden speech. Toen ik in 2004 bij een advocatenkantoor ging werken, was het ook al raak. Ook daar was het gebruikelijk dat je als nieuweling een speech hield. Voor mij was dat toen heel gemakkelijk want ik werkte er al een jaar toen ik die speech pas hoefde te houden. Op dat moment had ik alle blunders van collega's genoteerd. Ik heb deze in mijn speech gewerkt. Voor de volledigheid voeg ik hieraan toe dat ik er daarna nog twee jaar met veel plezier heb gewerkt. Het is mij dus niet aangerekend.
In dit geval zal het echter zeker anders zijn. Als kersvers volksvertegenwoordiger kan ik mij niet alleen geen blunders veroorloven, maar ook kijk ik met ontzag naar alle Kamerleden en naar u als herkozen voorzitter. Ik kijk uit naar mooie, maar wel scherpe debatten. Ik ben van plan om mijn uiterste best te gaan doen om de rol van volksvertegenwoordiger zo goed mogelijk te gaan vervullen. Kijkend naar mijn fractie met al die enthousiaste mensen, mag dat geen enkele moeite kosten.
Kern van het debat van vandaag is de weigering van het college van procureurs-generaal om het kraakverbod te gaan handhaven. Het college heeft bij monde van een woordvoerder laten weten niet te zullen gaan ontruimen voor leegstand. Om even iemand te citeren: veel gekker moet het niet worden! Het mag niet zo zijn dat een aangenomen wet zo eenvoudig terzijde wordt geschoven. Het is niet aan het college om te bepalen dat leegstand erger zou zijn dan het in bezit nemen van de woning van iemand anders. Ik wil daarvan een voorbeeld geven. Als je woning er wat onvolkomen uit ziet en men denkt dat je er al langer dan een jaar niet meer woont, staat het een ander vrij om die woning te kraken. Aangezien de strafrechtelijke weg onder de huidige wetgeving dan is afgesloten, moet je als eigenaar zelf een procedure starten om de krakers er uit te laten zetten. Dit met alle risico's en bijkomende kosten van een procedure. Het zal je maar gebeuren. Dit kan vanzelfsprekend niet! Het toe-eigenen van andermans eigendom is gewoon strafbaar, of het nu om een auto, een huis of een rolletje drop gaat.
De PVV-fractie heeft het kraakverbod, en uiteindelijk dus de wet, daarom gesteund nadat de strafmaat op het kraken naar boven was bijgesteld. Dat is terecht. Deze wet is een belangrijke overwinning voor het eigendomsrecht. En nu zou dit alles voor niets zijn geweest? En dat simpelweg door de weigering van het college van procureurs-generaal om het kraakverbod te gaan handhaven?
Tijdens de behandeling van het wetsontwerp heeft de minister gesteld dat de uitvoering van deze wet op een zorgvuldige wijze door het openbaar ministerie ter hand zou worden genomen.
Ik hoor dan ook graag van de minister hoe hij ervoor gaat zorgen dat het college het handhaven van het kraakverbod alsnog tot prioriteit zal bestempelen. Als dat te veel is gevraagd, dan hoor ik graag van de minister hoe hij ervoor gaat zorgen dat het college het kraakverbod in ieder geval gaat handhaven. Wat betreft de brief van het kabinet sluit ik aan bij mijn voorganger, collega Slob. Ik vraag mij ook af of de woordvoerder op persoonlijke titel heeft gesproken, of dat hij voor zijn beurt heeft gesproken. Graag opheldering daarover.
Gemeenten als Utrecht en Amsterdam hebben al aangegeven dat het handhaven van het kraakverbod te veel beslag zal leggen op de politie. De mankracht die ervoor nodig zou zijn om het kraakverbod te handhaven, zou niet meer beschikbaar zijn voor het vangen van boeven. Daargelaten dat krakers volgens de PVV-fractie ook gewoon boeven zijn, geldt dat die mankracht er dan maar moet komen. Niet voor niets wil de PVV 900 mln. uittrekken voor het uitbreiden van de politie met maar liefst 10.000 politieagenten. Graag hoor ik van de minister of hij het eens is met de gemeenten Amsterdam en Utrecht dat het te veel mankracht zou vergen om het kraakverbod te handhaven. Zo ja, dan krijg ik graag antwoord op de vraag hoe dit zo snel mogelijk wordt opgelost.
De nieuwe Kraakwet staat als een huis. Nu de fundering van de uitvoering nog even leggen.
Debatitem
Dank u wel. Ik heb de eer om u als eerste te feliciteren. Van harte gefeliciteerd.
(applaus)
Debatitem
Het zag eruit alsof u hier al veel vaker hebt gestaan, maar dat kwam natuurlijk door de vorige maidenspeech.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Debatitem
Wij hebben met de andere leden die hun maidenspeech houden afgesproken dat wij aan het einde van de inbreng in eerste termijn van de kant van de Kamer weer schorsen voor een ronde felicitaties.
Het woord is aan mevrouw Van der Burg.
Debatitem
Voorzitter. Op 1 juni heeft in navolging van de Tweede Kamer ook de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel tegen kraken en leegstand, een historisch moment. Het kraakverbod is een feit. Ook de leegstand kan daadwerkelijk aangepakt worden. Een moment waarop de wetgever een einde heeft gemaakt aan de aantasting van het eigendomsrecht. Een moment ook waarop een einde is gemaakt aan het recht in eigen hand nemen door één groep in de samenleving: de krakers. En een moment waarop eindelijk een einde is gekomen aan een van de overblijfselen uit het tijdperk-Den Uyl, namelijk het gedogen. Een fantastisch moment.
Je maakt een wet om deze te laten uitvoeren en handhaven. Na inwerkingtreding van deze nieuwe wet kunnen burgemeesters, wethouders, gemeenteraadsleden en wellicht ook het College van procureurs-generaal niet net doen alsof de werkelijkheid niet veranderd is. Dit debat dient om alle verwarring die gezaaid is, weg te nemen en heel duidelijk te krijgen dat deze wet gehandhaafd wordt en wie daarvoor verantwoordelijk is. Daarover bestaan immers ook misverstanden.
De minister van Justitie heeft als adviseur van de initiatiefnemers Ten Hoopen, Slob en ondergetekende op diverse momenten in de Eerste en Tweede Kamer duidelijke taal gesproken. Zo zei minister Hirsch Ballin op 14 oktober in de Tweede Kamer: "Maar het uitgangspunt is, zoals ik ook in de eerste termijn duidelijk heb gezegd, dat als wij een verbod instellen, de lijn uiteraard is dat het gehandhaafd moet worden". Ook zei de minister dat het Openbaar Ministerie dit in eigen verantwoordelijkheid doet, dat er driehoeksoverleg is over de prioriteitsstelling en dat het Openbaar Ministerie niet gebonden is aan gemeentelijke beoordelingen. Het is belangrijk om dit hier te vermelden. Tot slot zei de minister: "Als de wetgever in een initiatiefwetsvoorstel nota bene tot de conclusie komt dat iets strafbaar moet worden gesteld, dan zal het Openbaar Ministerie dat uiteraard ook de vereiste prioriteit geven".
Vandaag wil de VVD-fractie duidelijkheid over de volgende zaken. Ten eerste. Heeft de woordvoerder van het College van procureurs-generaal daadwerkelijk namens dit college gezegd dat "het Openbaar Ministerie zijn vervolgingsbeleid jegens krakers niet verandert, ondanks de nieuwe antikraakwet"? In de brief die de minister ons net heeft gestuurd, staat dat dit niet het geval is. Ik wil dat hier bevestigd hebben. Ik wil ook weten hoe de woordvoerder tot dit soort conclusies en uitspraken kan komen en wat hieraan gebeurt. Dit leidt immers tot enorm veel verwarring in de maatschappij en daar zijn wij niet bij gebaat.
Ten tweede. Treedt de nieuwe antikraakwet op 1 oktober 2010 in werking of eerder? Daar was nog onduidelijkheid over bij de behandeling in de Eerste Kamer.
Ten derde. Is de minister van Justitie het met de VVD-fractie eens dat burgemeesters, wethouders, gemeenteraadsleden en andere rechtshandhavers een volstrekt verkeerd signaal naar de burger afgeven als zij zeggen te vinden dat een democratisch tot stand gekomen wet niet gehandhaafd of slecht gehandhaafd moet worden? Is de minister van Justitie net als de VVD-fractie van mening dat deze burgemeesters, wethouders en gemeenteraadsleden hiermee aanschurken tegen de rechtsstaat? Kan de minister van Justitie in dit huis van de democratie eens uitleggen wat dit betekent voor diezelfde rechtsstaat nadat er uitgebreid is gedebatteerd in deze twee Kamers van de Staten-Generaal over een wet die vervolgens bij meerderheid is aangenomen?
Tot slot wil ik de leiders en de woordvoerders van de partijen in deze Kamer die moties aannemen om deze wet niet of slecht te handhaven vragen om aan hun collega's in het land de oproep te doen om zich te houden aan een met meerderheid aangenomen wet en de handhaving daarvan in acht te nemen. Het kan toch niet zo zijn dat deze partijen het adagium van het boek Animal Farm hanteren, namelijk "some are more equal than others", en zich hiermee boven de rechtsstaat plaatsen?
Voorzitter, ik had het eigenlijk aan het begin moeten doen, maar nu zou ik mevrouw Helder graag willen feliciteren met haar prachtige maidenspeech, die mij als initiatiefnemer van het wetsvoorstel uiteraard uit het hart gegrepen is. Ik zou haar heel veel succes willen wensen met haar carrière in deze Kamer.
Debatitem
Mevrouw Van der Burg kwam met een citaat van George Orwell. Je moet sommige wetten niet méér handhaven dan andere, zo zei zij. Doet zij echter niet precies het omgekeerde? Eist zij met andere woorden niet dat juist deze wet extra wordt gehandhaafd, nog meer dan andere wetten, terwijl het misschien zo is dat de maatschappelijke ellende, veroorzaakt door het niet handhaven van andere wetten, nog veel groter is?
Debatitem
Nee. Als een wet na uitgebreide Kamerdebatten met een meerderheid in beide Kamers der Staten-Generaal is aangenomen, eis ik gewoon dat partijen die wet uitvoeren zoals die bedoeld is. Ik wil niet dat er moties worden aangenomen waarin wordt gezegd dat je de wet maar naast je neer moet leggen en dat er niet gehandhaafd moet worden. Wat voor signaal is dat aan de burger, mijnheer Jansen? Moet de burger dan ook denken: die wet bevalt mij niet en dus ga ik mij er maar niet aan houden?
Debatitem
Dat vind ik niet. Dat hebben wij al gezegd tegen de heer Slob. Ik constateer echter dat het College van procureurs-generaal en allerlei lokale driehoeken zeggen: natuurlijk, iedere wet moet worden uitgevoerd; bij het stellen van prioriteiten gaan wij echter ook uit van onze capaciteit en van andere noden die er bij de politie, de officier van justitie en de rechtbank zijn. Ik begrijp nu dus dat de VVD-fractie bij nader inzien toch zegt: zij hebben eigenlijk groot gelijk dat zij op een verstandige manier met schaarse capaciteit omgaan.
Debatitem
Dat hebben wij tijdens de gehele behandeling van het wetsvoorstel gezegd. Er is uiteraard altijd een afweging van de zwaarte van gevallen. Dat weten wij allemaal; zo zitten wetgeving en handhaving in elkaar. Ik sprak de heer Jansen er echter onder andere op aan dat hij tegenover gemeenteraadsleden en wethouders die dit soort wetten niet willen handhaven, het standpunt inneemt dat dit niet kan in een democratie.
Titel: Kraakwet
Omschrijving: Aan de orde is het debat over de uitvoering van de zogenaamde Kraakwet.
Vergadering: Nummer (24 juni 2010)
Voorzitter: Gerdi Verbeet
Disclaimer: Uit deze ongecorrigeerde tekst mag niet worden geciteerd. Aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend.
Sprekers in dit debat:
“Ehm... waar zat dat knopje om een bonnetje uit te printen nou ook al weer?”
Wolq helpt om software en het web gebruiks-vriendelijker te maken, zodat uw klanten nooit meer hoeven te zoeken naar een bepaalde funtie. Ook bedenken wij innovatieve oplossingen, zoals Publitiek, voor complexe vraagstukken.
Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen?