Debatitem
Mevrouw de voorzitter. Ik dank via u de diverse fractiewoordvoerders die mij in de gelegenheid stellen om op dit wellicht tamelijk ongebruikelijke tijdstip mijn initiatiefwetsvoorstel in eerste termijn te verdedigen. Ik dank ook de minister van Financiën, die bereid is om hierbij op dit tijdstip aanwezig te zijn.
Ik dank de collega's voor alle complimenten die zij in eerste termijn hebben geuit. Deze zijn allemaal niet terecht, maar worden aan deze kant van de tafel in dank aanvaard.
Voordat ik aan de beantwoording van de vragen van de collega's toe kom, lijkt het mij goed om een aantal algemene opmerkingen te maken, waarmee al veel vragen zullen worden beantwoord. Gelet op het tijdstip zal ik dat met de nodige snelheid proberen te doen.
Ten eerste heb ik tot mijn genoegen mogen vaststellen dat de grootst mogelijke meerderheid van de aan dit debat deelnemende fractiewoordvoerders in eerste termijn mijn zorgen deelde over de nieuwe kolencentrales die in aanbouw zijn in Nederland. Ik denk dat de heer Jansen het treffend verwoordde, toen hij opmerkte dat de brandstofmix in Nederland niet de goede kant op aan het bewegen is. Kolencentrales passen inderdaad niet in het langetermijnbeeld van een volledig schone en duurzame energievoorziening, zowel binnen als buiten Nederland. Ik stel dan ook met genoegen vast dat de intentie achter dit wetsvoorstel, namelijk het terugdringen van CO2-emissies, in het bijzonder van kolencentrales, wordt gedeeld door vrijwel alle fracties.
Ten tweede hebben verschillende collega's, onder andere mevrouw Neppérus, gevraagd naar de stand van zaken met betrekking tot kolencentrales in Nederland. Deze ziet er als volgt uit. Op dit moment is Nederland zes bestaande kolencentrales rijk. De Amercentrale en de Maasvlaktecentrale bestaan uit twee delen. Zou je die afzonderlijk tellen, dan beschikt Nederland over acht centrales. Over de levensduur van deze centrales kan ik het volgende zeggen. Uit een inventarisatie van het Centrum voor Energiebesparing en Schone Technologie te Delft van vorig jaar oktober blijkt dat de eerste van de huidige centrales mogelijk zijn deuren gaat sluiten in 2015. Het gaat dan om de centrale op de Maasvlakte. De Gelderlandcentrale van Electrabel sluit mogelijk in 2017. Deze sluitingsdata van bestaande centrales zijn echter onzeker, want zij worden alleen bepaald door de energiebedrijven in kwestie en hangen uiteraard in grote mate af van de winstgevendheid van deze oude en doorgaans meest vervuilende centrales. Voor een uitgebreider overzicht van het bestaande park van kolencentrales in Nederland verwijs ik naar dat rapport van het Centrum voor Energiebesparing, getiteld Duurzame elektriciteitsmarkt.
Daarnaast zijn er drie nieuwe kolencentrales in aanbouw; twee op de Maasvlakte en een in de Eemshaven. Van een vierde centrale, van het multi-fuel type, wordt momenteel alleen het gasdeel aangelegd. Dat betreft eveneens de locatie Eemshaven. De exploitant Nuon is van plan om er in de toekomst een kolendeel aan toe te voegen. Het gaat bij deze nieuwe centrales om in totaal een kleine 3500 MW aan nieuw vermogen, en dan beperk ik mij tot de drie centrales waarvoor reeds vergunningen zijn verstrekt en met de bouw is begonnen. Er liggen nog meer plannen klaar voor kolencentrales in Nederland, maar er is slechts over te speculeren of en wanneer die gebouwd zullen worden.
De drie nieuwe kolencentrales waarover ik zojuist sprak, zullen op jaarbasis naar verwachting tussen 17 en 19 megaton CO2 uitstoten. Dat is een kleine 10% van de totale uitstoot van CO2 in Nederland en dat is vergelijkbaar met de totale jaarlijkse emissie van alle personenauto's in Nederland bij elkaar. De totale capaciteit van kolencentrales in Nederland wordt door deze nieuwbouwplannen ongeveer meer dan verdubbeld. Tot zover de stand van zaken bij de bestaande centrales en de nieuw te bouwen exemplaren.
Ten derde ga ik in op het functioneren van het Emissions Trading Scheme, (ETS), het Europese emissiehandelssysteem. Idealiter zou in een goed functionerende Europese energie- en CO2-markt een door de markt gekozen optimum, met de beste klimaatprestatie, dat wil zeggen een zo hoog mogelijke reductie van de CO2-uitstoot tegen zo laag mogelijke kosten, tot stand moeten komen. Met dit uitgangspunt is het Europese handelssysteem voor CO2-emissierechten in het leven geroepen, maar dit ETS, dat in 2005 van start is gegaan, kent nog steeds tal van kinderziektes en onvolkomenheden. De gratis uitgifte van rechten geeft er mede aanleiding toe dat de prijs van de uitstoot van een ton CO2 bijzonder laag is. De laatste jaren zijn is de prijs in de regel EUR10 tot EUR15 per ton en de verwachting is gerechtvaardigd dat dit in de nieuwe emissiehandelsperiode 2013-2020 niet wezenlijk anders zal zijn.
Dat is niet alleen mijn indruk, maar die opinie is vooral gebaseerd op informatie van experts die de markt goed kennen en vermoeden dat dit de komende tien jaar het geval zal zijn. Dit gegeven, lage CO2-prijzen op de Europese emissiehandelsmarkt, heeft bijzonder grote gevolgen voor de energiemarkt. Het schept namelijk ruimte voor energiecentrales die enerzijds profiteren van lage inputprijzen, bijvoorbeeld kolen die verhoudingsgewijs weinig kosten, maar anderzijds weinig meer betalen voor extra uitstootrechten die dan nodig zijn. Hierdoor ontstaat op de energiemarkt een permanent en oneigenlijk concurrentievoordeel voor de meest vervuilende vorm van opwekking. Daardoor zien exploitanten van kolencentrales hun kans schoon op de energiemarkt. Zij zijn bovendien door de vorige minister van Economische Zaken geholpen met het verkrijgen van snelle toegang tot het net, versterking van de interconnectiecapaciteit en medewerking bij vergunningverlening. Niet het leveren van schone stroom, maar het leveren van goedkope stroom was hierbij het uitgangspunt. Met de wijziging van de kolenbelasting die in dit initiatiefwetsvoorstel is vervat, doe ik een poging om dit oneigenlijke concurrentievoordeel waar de exploitanten van nieuwe kolencentrales in Nederland van gebruikmaken, te neutraliseren. Dat is in het belang van een efficiënte en goed werkende energiemarkt.
Het is van belang om op te merken dat kolencentrales in Nederland met dit wetsvoorstel alleen kolenbelasting gaan betalen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste wordt het gebruik van kolen als brandstof voor het opwekken van elektriciteit niet langer vrijgesteld van kolenbelasting indien de centrale een hogere uitstoot realiseert dan 550 g/kWh. Ligt de uitstoot lager, dan blijft de huidige vrijstelling in de kolenbelasting van toepassing. Ten tweede moet in 2011 de gemiddelde CO2-prijs onder de EUR50 per ton liggen. Ligt de CO2-prijs onverwacht daarboven, dan treedt de wijziging van de kolenbelasting zoals die in dit initiatiefwetsvoorstel is voorzien, niet in werking. Tot zover de relatie tussen het wetsvoorstel en het ETS.
20 mei 2010 omstreeks 21:47 via Beperking emissies kolencentrale... - Link - Delen
Uit deze ongecorrigeerde tekst mag niet worden geciteerd. Aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend.
“Zou er een manier zijn om onze webwinkel nog vernieuwender te maken?”
Wolq helpt om software en het web gebruiks-vriendelijker te maken. Bijvoorbeeld om uw klanten een nog betere winkelervaring te bieden. Ook bedenken wij innovatieve oplossingen, zoals Publitiek, voor complexe vraagstukken.
Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen?